Zomeropera Macbeth in de wei

Francis van Broekhuizen en Marcel van Dieren in Macbeth. foto Dinand van der Wal

Opera uitvoeren in verlaten fabriekshallen, het is de trend van deze tijd. Alleen al deze maand waren en zijn er drie van zulke producties in industriële setting te zien (The Mother of Black-Winged Dreams in Apeldoorn, Traviata Remixed in Amsterdam en Don Giovanni in Utrecht). Nog zo’n trend is het om opera op te leuken met harde dancebeats (die laatste twee). Maar traditionelere producties zijn er ook deze zomer. Zo kun je in Weststellingwerf naar Macbeth – klassiek regietheater, geen fratsen.

Maar ‘gewoon’ is de zomeropera in het zuidoosten van Friesland allerminst. Opera Spanga is een soort drive-in opera: je zet je auto in een weiland (openbaar vervoer niet het overwegen waard), je loopt honderd meter en je neemt plaats op een tribune waar je zo krap tegen elkaar aan zit dat er voor recensenten niet veel te schrijven valt. De voorstelling vindt plaats in een tent waarvan de achterkant open is. Je kunt een kilometer ver kijken; je ziet schapen en als het meezit (dat zat het woensdagavond) een prachtige roze lucht met af en toe een voorbijsjezende ooievaar.

Dat landschap is mooi, maar kan ook een probleem worden. In de eerste akte van Giuseppe Verdi’s stuk gebeurde er eigenlijk te weinig; dan dwalen je ogen af en weg ben je. Je zou ook zo veel met dat landschap in de verte kunnen doen. Macbeth in een kijkdoos. Maar nee, het decor bestaat deels uit autowrakken.

De jaarlijkse producties van Opera Spanga, het geesteskind van regisseur Corina van Eijk en dirigent David Levi, worden met beperkt budget gemaakt. Dat hoor je in het orkest, de Filharmonie Noord, dat eigenlijk te klein is om het klanktapijt te weven waarop Verdi-zangers kunnen vliegen. In de rol van Banco treedt Tim van Broekhuizen op, de broer van Lady Macbeth Francis van Broekhuizen – als zanger is hij amateur, in het dagelijks leven is hij beeldend kunstenaar. Voor een koor was ook geen geld.

Gelukkig is Van Eijk creatief: zo klinkt het koorstuk Patria oppressa via een oude plaat op een koffergrammofoon. Ondanks de beperkte middelen weet Van Eijk er een coherent geheel van te maken; ze brengt Macbeth terug tot een verhaal over macht. Ook worden de dragende rollen uitstekend ingevuld. Bariton Marcel van Dieren opereert als zanger vaak in de luwte, maar bloeit op als Macbeth. Francis van Broekhuizen oogt eigenlijk te aardig om bang van te worden, maar vocaal weet ze te boeien met een voor haar doen licht geluid.