Wonderbaarlijke rijkdom in de koolfamilie

Chinese kool lijkt uiterlijk erg op spitskool. Toch zijn ze ontwikkeld uit een andere wilde soort. Nederlandse en Chinese genetici concluderen uit een DNA-analyse (Nature Genetics, 15 augustus) dat veruit de meeste koolrassen die de afgelopen duizenden jaren in Europa zijn ontwikkeld, afstammen van de wilde soort Brassica oleracea. De meeste Aziatische rassen daarentegen hebben Brassica rapa als genetische ouder. Op deze regel zijn twee uitzonderingen: de Europese meiraap stamt van B. rapa af, en de Chinese kailan van B. oleracea.

Ondanks de verschillende ouders is er in Azië en Europa vaak op dezelfde eigenschappen geselecteerd, zoals knolvorming (bijvoorbeeld bij koolrabi en de meiraapjes) of om elkaar gevouwen bladeren. „Het bijzondere is dat in zulke gevallen dezelfde genen blijken te zijn aangepast in beide wilde soorten”, zegt Guusje Bonnema, plantenveredelaar aan de Wageningen Universiteit en een van de auteurs.

B. rapa en B. oleracea zijn circa 5 miljoen jaar geleden ontstaan uit een gezamenlijke voorouder. B. rapa groeide vooral in Azië en B. oleracea vooral langs de kust van de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan.

Dat er zo’n grote variatie aan koolgewassen kon worden ontwikkeld heeft er volgens Bonnema mee te maken dat zo’n 15 miljoen jaar geleden het genetisch materiaal van de ‘koolvoorouder’ verdrievoudigde. „Dat gaf de soort een grote genetische flexibiliteit.”