Via het lichaam wordt heel veel uitgevochten

Ieders tijd is vol van gebeurtenissen en vol van spectaculaire veranderingen en menigeen heeft het gevoel dat wie ná hem of haar geboren is een veel schralere ervaring heeft, schreef Thomas Mann in de lezing ‘Mijn tijd’ die hij hield in 1950, toen hij 75 was. Verschillende ervaringen hebben is een rijkdom. Hij prijst zich daarom gelukkig dat hij nog de lucht van de negentiende eeuw heeft ingeademd, een tijd van „degelijkheid en fatsoen” waarin alles werd verhuld. „Men was nog ver van het openlijk tonen van het lichaam dat de sport met zich mee heeft gebracht.” Alleen bij feestelijke gelegenheden droegen de dames laag uitgesneden jurken. „Deze feestelijke ontbloting van schouders en boezem (–) stond in verbazingwekkende tegenstelling tot de alles verbiedende kuisheid van het vrouwelijke badkostuum, een speciaal soort toilet, rijk aan volanten, waarin het schone geslacht van 1880 het water in stapte en dat zelfs in natte toestand uiterste discretie waarborgde.”

Het is een passage die een interessant licht werpt op onze eigen tijd en onze kijk daarop; hoe gemakkelijk je alles maar vanzelfsprekend vindt wat nu eenmaal het geval is.

De foto die laatst in deze krant stond van twee boerkinidraagsters die gelukzalig in het water zaten terwijl om hen heen bikinidraagsters speelden en zonden, maakte dat zij er merkwaardig uitzagen. Terwijl je, die negentiende-eeuwse badkostuums indachtig, het helemaal niet zo moeilijk zou kunnen vinden om je juist te verbazen over al dat bloot.

De Franse minister Laurence Rossignol (van familiezaken, kinderen en vrouwenrechten) dacht in reactie op het boerkinigedoe duidelijk ook aan vroeger tijden: zij noemde de boerkini ‘archaïsch’. Een tikje overdreven, want zo ver weg is de negentiende eeuw nu ook weer niet, maar ze bedoelde wel, bleek uit de context: zo deden wij dat vroeger ook. Maar nu niet meer. „Er schuilt een idee over de samenleving achter, een visie op de plaats van de vrouw”, zei ze. Dat klopt. Maar dat geldt, zou je zeggen, ook voor het dragen van de ‘gewone’ bikini. Het is niet per se een bevrijding om je als vrouw zo bloot te moeten geven aan het strand. Al die meisjes en vrouwen die zich zorgen maken over hun figuur: vrouwen moeten slank zijn, aantrekkelijk, liefst jong – over een visie op de plaats van de vrouw gesproken.

Zo vrij zijn vrouwen helemaal niet. Er wordt nu eenmaal ontzaglijk veel uitgevochten via het lichaam, vooral dat van de vrouw – zie Mineke Schippers’ interessante boek Bloot of bedekt. Bij ons is het lichaam niet zozeer bevrijd, als wel geseksualiseerd, zelfs foto’s van blote kleine kinderen worden met een pornografisch oog bekeken. En dan is er natuurlijk de hedendaagse obsessie met sport en de gevolgen die dat heeft gehad voor onze waardering van het lichaam. Rond en voluptueus is niet erg sportief. Spieren zijn in de mode: het lichaam moet er sterk, getraind en fit uitzien. Je zou haast vergeten dat sport heel lang helemaal niet belangrijk is geweest, Thomas Mann kan zich niet veel meer herinneren dan een spelletje croquet op het gazon en wat gematigd turnen in hemdsmouwen, maar mét boord.

De hedendaagse westerse vanzelfsprekendheden ten aanzien van sport en lichamelijkheid zijn zeker een bevrijding geweest, maar er zijn nieuwe normen voor in de plaats gekomen, die je niet altijd zo helder ziet. Dat wat wij nu doen en gewoon vinden, is niet per se ‘normaal’ en zeker niet waardenvrij. Ook al ben je nog zo blij dat niemand je verplicht om in een ‘toilet rijk aan volanten’ te gaan zwemmen.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.