Verkleinen hypotheekschuld door rem op boeterente is niet genoeg

‘Geld lenen kost geld’, luidt al jaren de van overheidswege verplichte waarschuwing bij kredietreclames. Minder geld lenen kost óók geld, blijkt als een huizenbezitter zijn hypotheekschuld voortijdig wil aflossen of die lening wil oversluiten. Dan brengen banken een zogeheten boeterente in rekening, die flink kan oplopen.

Dergelijke boetes worden, met de huidige lage rentestand, in toenemende mate als onrechtvaardig en uit de tijd ervaren. Na de kredietcrisis van 2008 werd het terugdringen van schulden, zowel bij overheden, bedrijven als particulieren, immers als noodzakelijk beschouwd om de financiële huishouding op orde te krijgen. Waarom zou je iemand die volgens dat devies netjes zijn hypotheekschuld versneld wil afbouwen, bestraffen met een boete?

De Europese Commissie lijkt daar net zo over te denken. Krachtens een nieuwe hypotheekrichtlijn, die sinds een maand geldt, moeten banken in de lidstaten de boeterente uit de kleine lettertjes van hypotheekleningen aanpassen. Van een algeheel verbod is geen sprake. De richtlijn geldt alleen voor nieuwe gevallen, niet voor bestaande hypotheken. En banken mogen nog steeds een bepaalde vergoeding vragen aan een klant die zijn hypotheeklening vervroegd wil aflossen of wil oversluiten.

Dat laatste is niet per se onterecht. In het normale economische verkeer, dus ook op financiële markten, geldt dat wie een lange-termijnverbintenis tussentijds wil openbreken, een bepaalde afkoopsom betaalt indien er financieel nadeel voor de andere contractpartij ontstaat. Denk aan een transfervergoeding voor een voetballer die voor het einde van zijn contract voor een andere club gaat spelen.

De Europese hypotheekrichtlijn stelt dat banken voortaan alleen nog maar compensatie mogen vragen voor werkelijk opgelopen financieel nadeel, niet voor potentieel misgelopen winsten. Het gevolg zal moeten zijn dat hypotheekaanbieders transparanter worden: hoe wordt de opgelegde boeterente – die geen boete meer zal gaan heten – precies berekend? Dat is goed nieuws voor de consument, want banken kunnen zo niet ongefundeerd te veel in rekening te brengen.

De nieuwe richtlijn past in de lange reeks van overheidsingrepen die de financiële sector moet bewegen het klantbelang bovenaan zijn prioriteitenlijst te zetten. Uit oogpunt van klantvriendelijkheid en inzichtelijkheid zijn de nieuwe hypotheekregels uit Brussel zeker een verbetering. Maar niet meer dan dat. Voor het terugdringen van de bestaande particuliere hypotheekschulden – volgens marktleider Rabobank vorig jaar weer licht toegenomen tot 655 miljard euro – is echter meer nodig.

Zo zou de nieuwe richtlijn met betrekking tot het afschaffen van de boeterente juist ook moeten gelden voor bestaande hypotheekleningen. Alleen dan zou de maatregel effect sorteren – vooral voor huizenbezitters die vastzitten aan een langdurige lening met hoge rente. Het is goed dat de Autoriteit Financiële Markten, die zal toezien hoe de financiële instellingen de nieuwe richtlijn gaan uitvoeren, al heeft laten weten dat zij daar ook van uitgaat.