Turks leger in een diepe crisis

wantrouwen binnen krijgsmacht

De zuiveringen vormen het sluitstuk van een lange machtsstrijd.

Op het eerste gezicht zou je niet zeggen dat Taner Baş veertien jaar heeft gediend bij een elite-eenheid van het Turkse leger. Met zijn lange, krullende haar en forse baard lijkt hij eerder op een rockmuzikant uit de jaren zeventig dan op een gedisciplineerde commando die maanden achtereen in de bergen vocht tegen de Koerdische guerrillabeweging PKK. Alleen zijn recht geknipte nagels verraden een verleden in het leger.

Ba: „Toen ik vandaag langs een paar militaire bases in Ankara reed, zag ik dat de ingang was geblokkeerd met vuilniswagens en vrachtauto’s van de gemeente”, zegt Baş. Hij beëindigde enkele jaren geleden zijn militaire carrière om meer tijd met zijn familie door te kunnen brengen. „Er mag niets naar binnen worden gebracht, zelfs geen water. Het deed me ontzettend veel pijn om dat te zien. Waarom worden mijn vrienden gestraft? Ze hadden niets met de coup te maken.”

Baş verwoordt een gevoel dat breed gedeeld wordt. Na de mislukte coup van 15 juli verkeert het trotse Turkse leger in een diepe crisis. Veel Turken zijn geschokt dat hun eigen militairen in staat waren het parlement te bombarderen en op ongewapende burgers te schieten. Het meest gerespecteerde instituut van Turkije, dat van oudsher wordt vereerd als het toonbeeld van discipline, opoffering en nationale eenheid, wordt ineens alom gewantrouwd.

Na de coup zijn bijna tienduizend militairen gearresteerd, onder wie eenderde van de officieren. Veel anderen zijn oneervol ontslagen. De regerende AK-partij van president Erdogan heeft een grote reorganisatie aangekondigd, die een einde moet maken aan de machtspositie die het leger van oudsher heeft. Dit leidt tot veel verdeeldheid en wantrouwen binnen de krijgsmacht, juist nu Turkije kampt met toenemend terrorisme en een opstand in het oosten.

„Veel militairen voelen zich vernederd”, zegt Baş, die inmiddels een restaurant runt in Ankara maar nog altijd veel contact heeft met zijn oude kameraden. Hij vertelt dat twee van hen zijn vermoord door de coupplegers. „De jongens die ik spreek, vinden dat ze ten onrechte worden gestraft voor de daden van anderen. De gearresteerde militairen vormen een kleine minderheid binnen het leger. Ook veel vrienden van mij zijn gearresteerd, alleen omdat ze die nacht dienst hadden.”

De regering legitimeert de ontslagen en arrestaties met het argument dat het gaat om aanhangers van de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de couppoging. De opstand werd vooral gesteund door de gendarmerie, de luchtmacht en een deel van de landmacht, zeker niet door het hele leger. Toch strekt de zuivering zich ook uit naar eenheden die niets met de opstand te maken leken te hebben. In de ogen van de regering is iedereen die wordt verdacht van banden met de Gülenbeweging een terrorist.

Sluitstuk van een machtsstrijd

„De couppoging luidt het einde in van de machtige positie die het leger decennialang innam binnen de Turkse politiek”, zegt Christos Teazis, een Griekse docent internationale betrekkingen aan de Universiteit van Ankara. De zuivering vormt in zijn ogen het sluitstuk van een machtsstrijd die al jaren gaande is tussen het leger en de AK-partij. Als waakhond van de seculiere republiek vormde het leger een bedreiging toen de islamitische AK-partij in 2002 aan de macht kwam. Uit angst voor een coup heeft Erdogan veel gedaan om de krijgsmacht te muilkorven.

Aanvankelijk ging dat via het parlement, dat tientallen wetten aannam om het leger onder civiele controle te plaatsen. De Nationale Veiligheidsraad verloor veel bevoegdheden en delen van het defensiebudget kwamen voor het eerst onder controle van het parlement. Maar toen het leger dreigde met ingrijpen, zette de AK-partij grovere middelen in. Na een serie omstreden rechtszaken tussen 2007 en 2010 verdwenen honderden officieren achter de tralies, onder wie 37 generaals en admiraals. Ze zouden deel uitmaken van een ondergronds seculier netwerk dat een staatsgreep had beraamd. De tijd dat het leger een politieke machtsfactor was, leek voorbij.

De gebeurtenissen van 15 juli kwamen voor velen dan ook als een totale verrassing. De couppoging leek aanvankelijk het werk van kemalisten, streng-seculiere aanhangers van Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van de Turkse republiek. In de verklaring noemden de coupplegers zichzelf de ‘Vrede Thuis Raad’, een verwijzing naar het beroemde adagium van Atatürk: ‘Vrede thuis, vrede in de wereld’.

Maar Erdogan wees onmiddellijk Gülen aan als het brein achter de coup. Verwonderlijk was dit niet. Erdogan en Gülen staan elkaar al jaren naar het leven. Aanvankelijk waren ze bondgenoten die samen optrokken tegen het leger. De AK-partij domineerde het parlement, en de beweging van Gülen leverde goed opgeleide, vrome ambtenaren, die vooral terechtkwamen bij politie en justitie. Zij hielpen om de legertop achter de tralies te krijgen. Maar toen het leger getemd leek, brak er een machtsstrijd uit tussen de voormalige bondgenoten.

Infiltratie

Toch leek het onwaarschijnlijk dat gülenisten verantwoordelijk waren voor de couppoging. Het leger staat bekend als een seculier bolwerk. Het kemalisme vormt de kern van het onderwijs op militaire academies. Maar volgens Gareth Jenkins, een Britse expert in Istanbul die al jaren onderzoek doet naar het Turkse leger, zijn gülenisten sinds de jaren tachtig wel degelijk geïnfiltreerd in het leger. Jonge volgelingen werden aangespoord om de officiersopleiding te volgen. Maar de legertop was op zijn hoede en ontsloeg iedereen die werd verdacht van banden met de beweging.

Daar kan de afgezwaaide commando Taner Baş over meepraten. Zoals veel Turken meldde hij zich op zijn twaalfde aan bij het leger. Daar ging hij naar de middelbare school. Soms werd er om onverklaarbare redenen een leerling weggestuurd. „Dan was er ineens een leeg bed op de slaapzaal”, vertelt Bas. „We waren te jong om te beseffen wat er aan de hand was. Het enige wat we te horen kregen was dat de leerling lid was van een religieuze sekte. Van Gülen hadden we nog nooit gehoord.”

Onder de AK-partij verslapte de aandacht, waardoor gülenisten konden doordringen tot de hogere echelons van het leger. Dat bleef niet onopgemerkt. „We voelden dat de mentaliteit veranderde”, zegt Bas. „Discipline vormt de basis van het leger: bevel is bevel. Maar sommige militairen begonnen ineens vragen te stellen. Dat vonden we vreemd. Ze waren toch het product van hetzelfde systeem? Daarbij kregen steeds dezelfde mensen promotie, terwijl ze dat vaak helemaal niet verdienden. We realiseerden ons dat ze van hogerhand werden beschermd.”

De infiltratie door de gülenisten ondermijnde de eenheid binnen het leger. Dit werd versterkt door de omstreden rechtszaken tussen 2007 en 2010. Die leidden tot veel frictie tussen de officieren en de legertop, die werkeloos toekeek hoe honderden collega’s in de gevangenis belandden. De vrijgekomen posities zouden zijn ingenomen door gülenisten. Maar de inlichtingendienst achterhaalde hun identiteit. Het gevolg was dat veel aan Gülen gelieerde officieren in augustus zouden worden ontslagen. Dit wordt in de Turkse media aangevoerd als motief voor de machtsgreep.

Volgens militair journalist Necdet Pekmezci is die verdeeldheid binnen het leger een van de redenen dat de coup is mislukt. „De opstand werd gedomineerd door gülenisten, die ervan uitgingen dat de kemalisten hen wel zouden steunen. Maar dit gebeurde maar ten dele. Als de hiërarchie van het leger eenmaal is gebroken worden mensen machtsbelust en gaan ze nieuwe allianties smeden om de gebeurtenissen naar hun hand te zetten. Alle coups begonnen in Ankara, maar de operaties in Istanbul zijn belangrijker. Als Istanbul niet meedoet, mislukt het. Dat is gebeurd.”

Gaten in de organisatie

De omvangrijke zuivering die de regering nu doorvoert, slaat grote gaten in de organisatie van het leger. De problemen zijn het grootst bij de luchtmacht, dat een groot gebrek aan piloten heeft. Voormalige officieren waarschuwen voor een ondermijning van de militaire commandostructuur. Om de vrijgekomen posities te vullen, wendt de AK-partij zich volgens Pekmezci tot officieren die tussen 2007 en 2010 in de gevangenis zijn beland. „Zij worden weer in genade aangenomen, maar dan als huurlingen.”

Premier Yildirim erkende onlangs dat er problemen zijn „in de hiërarchie tussen de lagere en hogere echelons. We zullen het leger zo herstructureren dat deze problemen worden opgelost”.

Erdogan wil dat de militaire inlichtingendienst en de generale staf niet langer rapporteren aan de premier, maar onder directe controle vallen van de president. Dit is volledig in lijn met Erdogans plannen om een presidentieel systeem in te voeren zodat hij meer macht krijgt. Voor die herstructurering is wel een grondwetswijziging vereist, en dus de steun van oppositiepartijen.

Erdogan wil tevens de politie meer gewicht geven, bijvoorbeeld door agenten uit te rusten met zwaardere wapens. Zo kan de politie een tegenwicht vormen tegen het leger, zoals al gebeurde tijdens de coup. Agenten gingen voorop in het verzet tegen de putschisten.

Volgens de Griekse docent Teazis is Erdogan de politie al langer aan het versterken. „Hij zorgde ervoor dat agenten een grotere rol kregen en zichtbaarder werden op straat, terwijl hij de militairen terug in hun barakken stuurde. De politie wordt de beschermer van het nieuwe regime in Turkije.”