Tranendal en vreugdedans

In korte tijd waren de volleybalsters vertrouwde huisvrienden geworden. Tijdens de lange wedstrijden leerde ik ze steeds beter kennen; hun atletisch vermogen, eigenaardigheden en gezichtsuitdrukkingen.

De Italiaanse trainer moest zijn Nederlandse volleybalvrouwen weer even wakker schudden. Giovanni Guidetti vroeg een time-out aan en haalde zijn team naar de kant. Bij winst op de Verenigde Staten lag er een bronzen medaille klaar.

Guidetti ging in de kring staan en nam het woord. De Italiaan praatte in smakelijk Engels in op het gemoed van de speelsters. Hij deed me denken aan Joe Pesci, de acteur die al decennialang op kop ligt in het kampioenschap fuckin’ zeggen in speelfilms.

De coach hield het beschaafd. De volleybalsters konden niet anders dan knikken bij de peptalk. Vastberaden stapten ze het veld weer op. Steevast waren Guidetti’s laatste woorden na een time-out in zijn moerstaal.

“Vai, vai, vai!”

In korte tijd waren de volleybalsters vertrouwde huisvrienden geworden. Tijdens de lange wedstrijden leerde ik ze steeds beter kennen; hun atletisch vermogen, eigenaardigheden en gezichtsuitdrukkingen.

Na ieder punt benadrukten ze het geloof in eigen kunnen. Zelfs bij een verkeerd geslagen smash bleef het humeur goed. Niet te lang bij fouten stilstaan, was het devies. Een high five voor de schlemiel en weer door met het behalen van het volgende punt.

Phillip Cocu keek ook graag naar de volleybalsters. Dit weekeinde vertelde de voetbalcoach van PSV dat hij zijn spelers had voorgehouden dat het elkaar steeds weer opjutten navolging verdiende.

De energie van Guidetti langs de kant mocht niet baten. Machteloos sjokte hij heen en weer met zijn onafscheidelijke ‘tablet’ onder zijn oksel. De volleybalsters verloren van de Verenigde Staten. Stijlvolle droefheid stond in de ogen van sterspeelster Lonneke Slöetjes, al haar smashes leken voor niets te zijn afgevuurd.

Televisiecamera’s zoomden in op de gezichten van het volleybalteam. Op zoek naar wat? Naar tranen? Of hoe heet het: emotie? De woorden ‘emotie’ en ‘tranen’ werden veel gebezigd tijdens de Spelen in Rio. Door sporters en verslaggevers.

„De emotie komt los bij het vijftal”, zei Hans van Zetten gisteren op de laatste turndag.

„Tranen bij Neymar”, riep verslaggever Jan Roelfs na de laatste penalty, nog voordat de traanbuizen van de Braziliaanse voetballer op de hoogte waren gesteld.

Sport is emotie, zeggen sportliefhebbers graag. Ja, net zoals eten, seks, politiek, autorijden, vergaderen en de krant lezen.

Juist Italianen hebben de naam snel over hun toeren te raken en van de wereld een schouwtoneel te maken. Maar theatrale overdrive was bij Guidetti na afloop nergens te bekennen. Hij zag in dat dit een volleybalteam in opbouw was en richtte zich al op de Olympische Spelen over vier jaar, in Tokio.

Het voelde weldadig aan, die rustige houding van de Italiaan. In het besef dat ook ík me ruim twee weken lang had laten meesleuren door sporters met een woede-uitbarsting, tranendal of vreugdedans.

Emoties zijn dat, geloof ik.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker