Slim

CULRoosmalen 1

Nog niet zo lang geleden kochten de vriendin en ik wegens een aanbieding twee identieke Gazelle stadsfietsen met zeven versnellingen. Behalve dat ze lekker fietsten, moesten we vooral wennen aan de uniformiteit, zeker nadat we op een van onze tochtjes door een bekende ‘jut en jul’ waren genoemd.

Daarvoor hoefde ik dan niet bang meer te zijn.

Zaterdag gingen we weer fietsen. Zij en de dochter op haar glimmende Gazelle. Ik meters achterop op haar oude damesfietsje, de knie steeds stotend aan het roestige mandje aan het stuur. Af en toe keken ze meewarig achterom. Ze zeiden niets, maar ik wist precies wat ze dachten. ‘Trap nou door lul, langzamer kunnen we niet.’

Die hele tocht voelde als straf voor een misdaad die ik niet gepleegd had.

Een paar dagen eerder was mijn fiets, die ik voor het huis had geparkeerd, tussen het avondeten en gepland bioscoopbezoek gestolen.

„Hij stond toch wel op slot, hè?” vroeg de vriendin toen ik haar het droeve nieuws vertelde om na het bevestigende antwoord meteen door te pakken met de mededeling dat ze haar Gazelle na thuiskomst nog nooit niet in het schuurtje had gezet. Over dat kutschuurtje hadden we het daarna nog vaak en toen we het er niet meer over hadden, dook er telkens iemand op om me eraan te herinneren. De moeder van de vriendin vond het ‘een rare actie’ om een nieuwe fiets niet in een schuurtje te zetten en de buurman die bij mijn ziektekostenverzekering werkt, besloot een jerrycan benzine over het nog smeulende hout te gooien om te kijken of het nog een keer lekker wilde fikken.

Hij hield ons op de stoep staande en zei dat hij mij vanachter het raam de fiets had zien parkeren en dat hij toen had gedacht ‘als hij die niet heel snel in hun schuurtje zet, halen ze hem dus weg’ en nu was het nog gebeurd ook. Daarna op een toon alsof het heel gewoon was om een afgesloten fiets mee te nemen: „Dat weet je gewoon als je in Amsterdam woont.”

Bij het dichtstbijzijnde politiebureau wilden ze geen aangifte opnemen omdat fietsendiefstal geen prioriteit heeft. De kans dat de dader werd opgespoord was officieus ‘nul procent’, hetgeen ik bijzonder vond omdat ze er met speciale laserwagens wel in slagen om iedere foutparkeerder te vinden. De agente van dienst voegde eraan toe dat ze een dure fiets, kettingslot of niet, sowieso niet zo slim vond in de stad.

„Behalve dan als je hem in een schuurtje zet”, zei ik, want ik had zin om iets slims te zeggen.