‘Of het bod nu onmogelijk af te slaan was of niet,’ vervolgde de jachtvlieger zijn relaas, ‘ik zei niet meteen ja.’

‘Om nog wat tijd te winnen vroeg ik de officier of het om een specifiek verkeersvliegtuig ging of om een willekeurig verkeersvliegtuig. Nou, het ging in eerste instantie om een willekeurig toestel, maar als het op tijd en plaats aankwam, zou het wel wat specifieker worden, ja. Ik snapte er geen bal van, en dat zei ik hem ook. Een goeie zet, want toen nam hij me in vertrouwen. We gingen in de hangar samen in een tweepersoons jagertje zitten, met de kap omlaag. Dat noemden we altijd de permanentjes- of watergolfstand. Zo kon niemand ons afluisteren. Dat dacht hij tenminste. De kerel had me beter eerst kunnen fouilleren, want ik slaagde erin het gesprek op te nemen met mijn smartphone.’

‘Bestaat die opname nog?’ vroeg de rechtbankvoorzitter.

‘De Seps die me na mijn crash uit een boom plukten,’ zei Kosinski, ‘hebben mijn smartphone ingepikt. Dat was nog de zachtaardigste foltering.’

De aanklager richtte zich op naar zijn microfoon: ‘In het dossier bevindt zich een zeer fragmentarische transcriptie van waarschijnlijk dit gesprek. Niemand van mijn medewerkers kon er wijs uit worden... misschien tot nu toe.’

‘Meneer Kosinski,’ zei de rechter, ‘geeft u de dialoog zo goed mogelijk uit de herinnering weer, alstublieft.’

‘Dat zal me weinig moeite kosten, Edelachtbare: tussen de opname ergens in juni ’14 en de dag van mijn gevangenneming, 17 juli 2014, heb ik het gesprek op mijn smartphone tientallen keren afgespeeld. Het kwam in het kort hierop neer... De Seps in hun schooltje te Snizjne hadden uit Rusland opdracht gekregen om met luchtdoelgeschut een verkeersvliegtuig neer te halen.’

‘Opdracht,’ onderbrak de voorzitter hem. ‘Het Russische leger... het Kremlin... van wie? U moet wel duidelijk zijn.’

‘Van de een of andere oligarch,’ zei Kosinski. ‘Zo’n Russische rijke stinkerd. U weet wel, met een vrouw die ’s winters ruwe diamanten onder de zolen van haar laarzen draagt... om ze zelf te kunnen slijpen op de straatstenen van Petersburg, en ze dan verder polijst door over haar personeel heen te lopen. Mijn meerdere wilde de naam van de oligarch niet noemen, als hij die al kende, maar het ging om een voormalige vertrouweling van de Russische president. Liep jarenlang de deur van het Kremlin plat, maar was bij de hoge heren, inclusief de Tsaar zelf, in ongenade gevallen. Ze hadden de goede man, op een te verwaarlozen miljardje na, zijn kapitaal afgepakt. Erger nog, de president nationaliseerde zijn bedrijf. De oligarch zwoer wraak. Hij wilde een grote tragedie op touw zetten... niet in Rusland zelf, maar in de Donbas... en dat het Kremlin daar dan de schuld van kreeg, en op het wereldtoneel in z’n hemd kwam te staan. De berooide rijke stinkerd leverde via Posjlost... u weet wel, de minister van Defensie van de Volksrepubliek Donetsk... aan de Seps in Snizjne een BUK-combinatie, compleet met omgekochte instructeurs. Snizjne lag net onder een internationale vliegroute voor burgerverkeer... die trouwens behoorlijk uitgedund begon te raken, want veel maatschappijen vlogen al over de Zwarte Zee sinds de Seps onze legertoestellen bij bosjes uit de lucht begonnen te knallen. Wat was onze oligarch nu van plan? Het moest erop lijken dat de Seps bij wijze van provocatie, om het internationale aanzien van Kiev-Oekraïne te vernietigen, een passagiersvliegtuig hadden neergehaald. Zo zou de tsaar aller Russen, met zijn steun aan de rebellen, in de ogen van de internationale gemeenschap de kwaaie pier zijn. Het viel te verwachten dat het Kremlin alles zou ontkennen, en de schuld op „die fascisten in Kiev” af zou schuiven. Daarom wilde de oligarch een groot bedrag aan tipgeld ter beschikking stellen... uit te keren aan de persoon die de verantwoordelijke voor het neerschieten van het burgertoestel wist aan te wijzen. De Russische president dus. Dertig miljoen dollar oftewel drieëntwintig miljoen euro. Nog altijd een schijntje voor wie over een miljard dollar beschikt. Maar heel veel geld voor wie het achterstallige onderhoud van een heel leger wil bekostigen... zoals mijn officier zei te ambiëren. Ben ik, Edelachtbare, tot hieraantoe duidelijk?’

De rechter keek zorgelijk. ‘Ik kan u volgen... nog net. Alleen, wat dit alles met matchfixing te maken heeft, is mij een raadsel.’

‘Ik heb een zus, Lina, en die had toentertijd een verhouding met de luchtmachtofficier die ik zojuist noemde. Ja, nu is ze de gevangene van de Oekraïense geheime dienst, maar in die dagen was ze ook de rechterhand van minister Posjlost, die haar de opdracht doorspeelde om het neerhalen van het verkeersvliegtuig met de Seps te regelen... alles nog steeds in opdracht van de oligarch.’

‘Broer en zus,’ zei de rechter vermoeid, ‘en dan in twee zulke verschillende, vijandelijke kampen.’

Alle reeds gepubliceerde afleveringen van het feuilleton zijn te vinden op nrc.nl/afth