Nieuwe verlagers cholesterol zijn te duur

Nieuwe, dure cholesterolverlagers zijn niet kosteneffectief. Dat concludeerden Amerikaanse wetenschappers van University of Calfornia in San Francisco vorige week in het medische blad JAMA.

Het gaat om de middelen evolocumab (merknaam Repatha van Amgen) en alirocumab (merknaam Praluent van Sanofi-aventis), die sinds kort worden vergoed vanuit het basispakket. Het Zorginstituut Nederland berekende dat de kosten voor deze middelen in Nederland zouden kunnen oplopen tot 60 miljoen euro, maar minister Edith Schippers van volksgezondheid heeft met de fabrikanten niet-openbare prijsafspraken gemaakt, waardoor de kosten lager zullen zijn.

Deze middelen zijn vooral bedoeld voor mensen die lijden aan familiaire hypercholesterolemie (FH), een erfelijke aandoening die gepaard gaat met een heel hoog cholesterolgehalte in het bloed. Bij hen lukt het niet om de cholesterolwaarden met standaardgeneesmiddelen (statines) voldoende omlaag te brengen. Patiënten kampen al vroeg in hun leven met dichtslibbende bloedvaten, wat leidt tot een hoog risico op hartaanvallen en soms beroertes, vanaf het dertigste levensjaar. FH komt naar schatting voor bij 1 op de 400 Nederlanders.

In klinische studies is gebleken dat regelmatige injecties met evolocumab of alirocumab de cholesterolwaarden bij deze patiënten kunnen normaliseren. Of dat ook leidt tot minder hart- en vaatziekten en minder sterfte moet nog in langduriger studies bevestigd worden.

Maar ook al doen ze dat, dan nog zijn ze niet kosteneffectief. Ieder gewonnen kwalitatief levensjaar (zogeheten QALY) mag volgens de norm maximaal 100.000 dollar kosten. Behandeling met evolocumab of alirocumab zou het vijfvoudige per QALY kosten, en dat zou onevenredig zwaar op het Amerikaanse zorgbudget drukken. Omdat de prijs die Schippers bedong niet bekend is, valt niet te zeggen of het hier anders uitvalt.