Naar Rio, goud ophalen en weer terug naar huis

Basketbal

In de basketbalfinale waren de Amerikaanse basketballers veel te sterk voor Servië.

Foto Jim Young/Reuters

Eigenlijk zijn ze nooit helemaal thuis op de Olympische Spelen. De ongemakken van het olympisch dorp – al die hoge torenflats, starende buitenlandse sporters, alle rompslomp met olympische bussen. Nee, daar laten de Amerikaanse basketbalmiljonairs zich liever niet mee in. Wat sportlegendes als Michael Phelps, Usain Bolt of Novak Djokovic in dat dorp doen moeten zij weten, de basketballers van Team USA logeerden op het luxe cruiseschip The Silver Cloud aan Pier Mauá, aan de andere kant van de stad. Wel zo rustig.

Eens in de vier jaar worden de Amerikaanse basketballers olympisch kampioen. En dan vliegen ze weer naar huis. Althans, zo staat het in het script. Het publiek vermaken, maar verder geen dolle taferelen, geen Braziliaanse toestanden. Gewoon, gouden plak nummer 46 voor de Amerikaanse ploeg.

Hoewel Team USA een mager toernooi speelde kwam de ploeg op het natte Parque Olímpico toch zijn vaste afspraak met de geschiedenis na. Vlak voordat de olympische vlam boven de stad werd gedoofd kroonden de Amerikanen zichzelf in een matig gevulde Arena Carioca voor de vijftiende keer tot olympisch kampioen. Na een stroef begin werd Servië overlopen: 96-66. Bij rust was het 52-29.

Toch was ‘Coach K’ er niet gerust op geweest. Michael Krzyzewski, de Amerikaanse bondscoach, had voor de olympische finale 75 duels op rij gewonnen. Hij was de man die het Amerikaanse basketbal zijn trots teruggaf na de traumatische olympische onttroning in 2004, in Athene, door Argentinië. „Ik maak me altijd zorgen”, had hij vooraf tegen ESPN gezegd. „Dat zorgt ervoor dat je denkt dat je tegenstander goed is. Als je denkt dat je niet kunt worden verslagen, ben je niet goed wijs.”

Sinds het eerste olympische basketbaltoernooi in 1936 (Berlijn) wonnen de uitvinders van de sport slechts vier keer géén goud: tweemaal lag de Sovjet-Unie dwars (1972 en 1988), in 1980 (Moskou) was Joegoslavië de sterkste, mede door de Amerikaanse boycot. In 2004 liet Team USA zich verrassen door Argentinië.

Het waren vooral de torenhoge verwachtingen waartegen Krzyzewski streed in Rio, onderschatting, ongepaste arrogantie.

De Amerikanen wonnen voor de derde keer op rij goud, onder leiding van Kevin Durant, die met 30 punten topscorer werd voordat hij een publiekswissel kreeg, maar een Dream Team was dit niet. In Rio moesten ze vooral hard werken voor de punten. Zo ongenaakbaar als het originele Dream Team, de olympische klas van 1992 (Barcelona), zijn de Amerikaanse basketballers allang niet meer. Toen vloog een team over het veld waarover nog wordt gesproken. Coach K was er destijds al bij als assistent. Michael Jordan, de grootste, omringd door spelers als Earvin ‘Magic’ Johnson, Karl Malone, Charles Barkley, Patrick Ewing en Larry Bird. Ze haalden achteloos het goud op.

Zo dominant werden ze nooit meer. In 2004 werd de alleenheerschappij zelfs doorbroken door Argentinië. Toewijding en samenspel wonnen het ineens van gemakzucht en individualisme van de basketballende multimiljonairs.

Die schande werd weggepoetst met krappe zeges in de finales van 2008 en 2012 op Spanje. In Rio draaide het stroef, zonder de twee grootste sterren van de NBA, LeBron James en Stephen Curry. Beide playoff-finalisten waren hard aan rust toe na hun zware NBA-seizoen. Curry liep bovendien een knieblessure op.

Veel olympische ervaring had de ploeg in Rio niet: de enige spelers die thuis al goud hebben liggen waren Carmelo Anthony (New York Knicks) en Durant, die deze zomer verhuisde van Oklahoma City Thunder naar Golden State Warriors.

Zo klein als de verschillen in de groepsfase waren, met tegenstanders als Australië, Frankrijk en finalist Servië, zo groot was het gat in de finale. Servië kon zeven minuten meekomen, daarna liepen de Amerikanen weg. Voor hen was Rio vooral fun. En eindelijk lieten ze het ook op het basketbalveld zien.