Meester van de net-niet

Je zult maar vierde worden op de Olympische Spelen, beroerder kan niet. Je tipt aan het podium, maar krijgt geen medaille uitgereikt. Hoe pijnlijk is dat?

Nederland was in Rio de Janeiro met tien vierde plaatsen de meester van de net-nietprestatie.

Bij zeilen ging het bijvoorbeeld twee keer net mis, maar ook bij wielrennen en boogschieten. In het slotweekeinde van de Spelen kwam daar met handbal en volleybal nog twee keer een tranendal bij. Teamsporters die vierde worden creëren een waterplas.

Chef de mission Maurits Hendriks ervoer die vele vierde plaatsen als dermate pijnlijk, dat hij zijn afsluitende persconferentie ermee begon. Hij becommentarieerde later de affaire-Yuri van Gelder en de omstreden ‘losersvlucht’, maar met die vierde plaatsen begon hij nadrukkelijk – om kritische journalisten de wind uit de zeilen te halen, want die vierde plaatsen betekenen volgens Hendriks ook dat het niveau hoog is, maar de beloning uitbleef. We waren er zó dichtbij.

Vierde plaatsen missen alleen hun uitwerking op het medailleklassement, waarin Nederland voor de vierde (!) keer op rij buiten de toptien viel. Beetje pijnlijk voor een land dat het nastreven van een plaats bij de tien beste sportlanden ter wereld tot regeringsbeleid heeft gepromoveerd.