Het leger op straat, is dat het waard?

Als de dreiging van terrorisme maar lang genoeg aanhoudt, put de staat zijn middelen uit, waarschuwt .
Foto Jeroen Jumelet / ANP

Op Schiphol is het toezicht verscherpt en de marechaussee aangevuld met militaire eenheden. In Brussel werd na de aanslagen een beroep gedaan op het leger om de politie te ondersteunen. Bij de Tour de France zijn in Parijs bruggen en wegen afgezet met politiebusjes en vrachtauto’s. Duizenden politiemensen, met of zonder automatische wapens, bewaakten het evenement.

Verderop was de ‘Paris Plage’ open, een strandachtige strook langs de Seine op een afgesloten stuk weg. Ook hier dwars over de weg geparkeerde politieauto’s en politiemensen met automatische wapens. Duizenden agenten voor twee evenementen op een paar vierkante kilometer. Er gebeurde niets in Parijs die dag, maar een dag later wordt in een kerk in Noord-Frankrijk een terreuraanslag uitgevoerd. Morgen is het een bakkerij in Bordeaux, of een camping in de Jura.

Het is de onvermijdelijke handicap van een staat. Die voelt de verplichting om zijn inwoners, functionarissen, gezagsdragers, symbolen, vitale plaatsen en evenementen te beschermen. En dat zijn er veel, te veel. De staat dreigt op den duur ten onder te gaan aan de lasten van bewaking en beveiliging van mensen en objecten. Echt alles kan een object zijn van een aanslag.

Risicoanalyses helpen niet. Sterker, ze vergroten het kostenprobleem. Inlichtingendiensten en militaire afdelingen kreunen onder overbelasting. Permanente mobilisatie van overheidsmiddelen is aanstaande, terwijl terroristische netwerken voor een appel en een ei worden opgezet en in stand gehouden. Voor radicaliserende eenlingen volstaat zelfs een ei. De staat put zijn middelen uit, de terroristische organisatie heeft nauwelijks middelen nodig.

Als terreurgroepen langetermijndoelen hebben, is uitputting een reële dreiging voor de ene kant, een welkome overwinning voor de andere. Asymmetrie heet dat in militaire termen. Iets bloemrijker heet het ‘vlooienoorlog’, tevens de titel van een boek over terrorisme. De hond bijt zichzelf om van bijtende vlooien af te komen, maar vangt er geen een en verwondt vooral zichzelf.

De systematische herorganisatie van de samenleving op veiligheid, het realiseren van de veiligheidsstaat, is de eerste optie als antwoord op terrorisme. Een aantal West-Europese staten en de VS schuiven op in die richting. President Hollande kondigt met het veiligheidsmotief in de hand de noodtoestand af, voert nieuwe wetgeving in en wil een nieuwe nationale garde in het leven roepen.

Verwante bewegingen zien we elders. Israël is een nagenoeg zuiver voorbeeld van een veiligheidsstaat. Bedrijfsleven, verenigingsleven, particuliere sector en individuele burgers worden systematisch ingeschakeld bij het voorkomen en tegengaan van terreur. Ze dragen ook een deel van de kosten. Israël compenseert een deel ervan door die expertise te verkopen. Maar ook daar is een kapitaalkrachtige sponsor nodig om de kosten te dragen. Een veiligheidsstaat is alleen effectief bij permanente, hoge dreiging. Anders verslapt de aandacht, ontstaat gemor over kosten, gedoe en vrijheidsbeperking. En hoe apolitiek de veiligheidsstaat ook lijkt, hij kwetst al ‘profilend’ groepen.

Een tweede optie, de verlaging van de ambitie om de bevolking te beschermen, is veel goedkoper. De boodschap wordt dan: iedereen loopt risico, de staat kan u niet beschermen, wen er maar aan, laat u niet afschrikken. Hij is goedkoop en vermindert het effect van terrorisme.

Voornaamste probleem van deze aanpak is vooral van politieke aard. In Europese landen afficheren staten veiligheid als kerntaak van de staat. Onveiligheid is dan snel een thema voor politieke partijen die angst als voornaamste grondstof hebben. En gelijk hebben ze ten opzichte van een overheid die de pretentie van veiligheid notabene zelf heeft gecreëerd. Verlaging van het ambitieniveau speelt populistische partijen in de kaart.

Een derde manier is de mobilisatie van de bevolking tegen terrorisme. Die wordt massaal te hulp en soms te wapen geroepen. Waar de veiligheidsstaat een technische oplossing is, komt het bij mobilisatie van de bevolking aan op ideologische ondersteuning. Er moet iets waardevols zijn om te verdedigen. Mobilisatiestrategieën zijn politieke strategieën. Ze kunnen uitermate effectief zijn om een dreiging te keren, ze zijn ook moeilijk te controleren. De zelfbeheersing die de meeste staten in hun handelen kenmerkt, verdwijnt snel bij mobilisatiebewegingen en milities.

Optie één is de Europese tot nu toe. Hij wordt gedoseerd ingevoerd binnen bestaande politieke verhoudingen en soepel aangepast aan de hoogte van de dreiging. Hij bestaat gedeeltelijk uit symboliek, uit veiligheidsgebaren die niet veel kosten en geruststellen. Dat lukt alleen wanneer het terrorisme en de dreiging ervan niet blijvend hoog zijn. Is dat wel het geval, dan wordt het op den duur zaak om naar een rijke sponsor te zoeken. Is die er niet, dan treden ruwe tijden aan. Want ruwheid is het kenmerk van de alternatieven.

Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten. Deze bijdrage schreef hij voor de wekelijkse online Politiecolumn, die afwisselend door politiedeskundigen wordt geschreven.