Feuilleton in 60 afleveringen

49/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Wat voorafging: Aan de vooravond van het MX17-proces voor het Internationale Strafhof mochten journalisten, onder wie Natan, de maquette van de rampplek komen bezichtigen in de rechtszaal.

‘Meneer Kosinski,’ begon de voorzitter, ‘u heeft eerder voor deze rechtbank uiteengezet dat u, en niemand anders, de fatale raket op vlucht MX17 heeft afgevuurd… vanuit uw gevechtsvliegtuig… en dat uw toestel vervolgens werd geraakt door een projectiel dat vanaf de grond moest zijn gelanceerd. Volgens uw stellige overtuiging, gebaseerd op mededelingen van de separatisten die u later gevangen namen, was deze ground-to-air missile eigenlijk bedoeld om de Boeing 777 van Malaysian Airlines neer te halen. Vat ik uw woorden correct samen?’

‘Yes, Your Honour,’ klonk het in mijn koptelefoon. Ik wist al dat de vliegenier Oekraïens met een zwaar Pools accent sprak. En de rechter vervolgde: ‘Tot zover waren we voor de schorsing gekomen. U heeft tot nu toe niet de vraag willen beantwoorden waarom u, als jachtvlieger, een boordraket afschoot op een passagierstoestel. Blijft u bij uw weigering om de kwestie, die ons allen hier en elders in de wereld hevig bezighoudt, nader toe te lichten?’
Kosinski bleef een poos strak voor zich op het geelhouten tafelblad zitten kijken. Plotseling ging met een ruk zijn hoofd omhoog: ‘Om het geld.’

‘U bedoelt dat u geld geboden kreeg om de Boeing uit de lucht te halen?’ vroeg de president. Als vanzelf richtte de hele publieke tribune, niet voor ’t eerst, de blik omhoog naar het schaalmodel onder het plafond. Doordat zich er stof en spinrag aan gehecht had, waren de nylon draden zichtbaar geworden: zo lang sleepte de rechtszaak zich al voort. Misschien dat de toeschouwers verwachtten opeens een miniatuuruitvoering van een Sukhoi SU-25 in de buurt van de Boeing aan te treffen, zomaar uit het niets opgedoken. Kosinski’s antwoord was kort en duidelijk: ‘Ja.’

‘Mag de rechtbank ook weten hoe hoog het bedrag was dat u geboden kreeg om zo’n verschrikkelijke ramp te ontketenen?’ En de piloot, bijtend: ‘Ik dacht, Edelachtbare, dat u eerder nieuwsgierig zou zijn naar wie mij geld in het vooruitzicht stelde.’ Ik hield de koptelefoon los tegen mijn oor, om behalve de vertaling de werkelijke stemmen te kunnen volgen. De rechter, grimmig: ‘Vertelt u maar.’

‘Edelachtbare, het was een geval van… zoals dat tegenwoordig in de sport heet… matchfixing.’

Om me heen ging een gesis van weerzin op. Branda kneep hard in mijn arm. Waar ging dit heen? De voorzitter had het verontwaardigde geblaas misschien nog wel even willen laten voortduren, maar maakte er toch met enkele vinnige hamertikken een eind aan. ‘Stilte… anders laat ik de tribune ontruimen. – Meneer Kosinski, verklaar u nader. Matchfixing, wel de laatste term die men in een zaak als deze verwacht.’

‘Voorjaar ’14 werd ik op de basis, bij Kiev, door een hoge luchtmachtpief aangesproken. Of ik bereid was een geheime missie uit te voeren. Ja, wat zeg je dan? Natuurlijk, daar zijn wij voor, Sir… wij vliegers spreken onze superieuren met Sir aan, net als de Amerikanen. Tot uw dienst, Sir, zegt u maar waar en wanneer en wat voor kist. Ik moest niet schrikken, zei hij, want het ging om een burgertoestel. Dat had mijn meerdere goed voorspeld, van dat schrikken, want ik schrok me een ongeluk. Ik trok zo wit weg dat de officier vroeg of ik misschien aan de schijterij was. Nee, maar dat kon nog komen, als hij zo doorging met zijn onzalige missies. Om tijd te winnen wilde ik weten of daar dan ook burgers in zouden zitten, in dat burgertoestel. Ja, allicht, imbeciel… wat dacht je dan, Russische soldaten? Nou, zo ondenkbaar was dat niet, want ook in de lente van ’14 dropte Rusland al manschappen in de Donbas. Goed, gewone passagiers dus. Ik sprong in de houding, en zei tegen die officier dat het mijn eer als luchtmachtpiloot te na was om onschuldige burgers uit de lucht te knallen. Toen gebruikte hij een zinnetje uit The Godfather: “I’ll make you an offer you can’t refuse.” En daar noemde hij me toch een bedrag voor mijn medewerking… gewoon niet mooi meer.’

‘Ik luister,’ zei de rechter. Kosinski schudde langdurig het hoofd, en bekende toen dat hij de som niet over zijn lippen kreeg. ‘Heel wat meer dan de dertig zilverlingen waarvoor Judas Jezus verried.’

Het veel zachtere kneepje dat Branda me nu toediende, was ongetwijfeld geruststellend bedoeld. ‘Hij bluft,’ zei ze veel harder dan bedoeld: de koptelefoon speelde haar parten.

‘We komen er later op terug,’ zei de president. ‘Gaat u verder, meneer Kosinski.’ (Het ‘meneer’ klonk al wat sarcastischer dan aan het begin van de zitting.) ‘U heeft het aanbod dat u niet kon weigeren blijkbaar niet geweigerd.’

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het vijftigste deel van dit feuilleton verschijnt maandag 22 augustus op nrc.nl/afth.