Ziek van zilver

Winnaars In hun ambitie zijn ze meedogenloos, harteloos – bezeten van één enkel doel: goud winnen. „Echte winnaars beleven winnen of verliezen als een zaak van leven of dood.”

Foto’s Sander Koning en Olaf Kraak/ANP

De eenzame loopschoenen van Dafne Schippers. Het stilleven, woensdagnacht op de atletiekbaan in Rio de Janeiro, bleef hangen als beeld van de Nederlandse Spelen van 2016. Ongecontroleerde woede van een sportvrouw die een race verloor – en daarmee de enige medaille waarvoor ze was gekomen. Niks ‘zilver is ook best knap’. Veel liefhebbers schrokken van Schippers’ boosheid, de manier waarop ze haar dure schoenen tegen de grond had gesmeten. Topsporters zagen de reactie juist als een uiting van de pure winnaar in haar. Goud wilde ze. Het zilver gaf haar „absoluut” geen enkele vreugde.

De grote olympische ploeg van TeamNL telt meer van die pure winnaars in Rio. Natuurlijk, elke topsporter wil winnen. Maar de één wil het succes meer dan de ander. Meedogenloos, harteloos – bezeten van één enkel doel. Niks olympische gedachte. Wat is een echte winnaar? „Echte winnaars beleven winnen of verliezen als een zaak van leven of dood”, zegt Jacco Verhaeren, hoofdcoach van de Australische zwemploeg in Rio de Janeiro. Hij was tussen 1992 en 2012 in Nederland de regisseur van tien gouden zwemmedailles op de Spelen. „Dat komt heel vreemd over op mensen die vinden dat meedoen belangrijker is dan winnen. Maar voor de echte topsporter gaat het om leven en dood. Dat is natuurlijk niet waar, maar zo beleven ze het wel. Ik denk dat het de enige karaktereigenschap is die er uiteindelijk voor zorgt dat je in de positie komt om te kunnen winnen.”

Zeilcoach Jaap Zielhuis kreeg drie jaar geleden de vraag van Marit Bouwmeester of hij haar niet een keer wilde begeleiden tijdens een de zeilweek van Hyères in Zuid-Frankrijk. De Friese zeilster had net, tot haar ontgoocheling, olympisch zilver behaald in Londen, en haar Engelse coach had de samenwerking opgezegd.

Voormalig bondscoach Zielhuis zocht met haar een nieuwe coach, maar hapte na een paar maanden zelf toe. „Ik had absoluut geen ambitie om haar coach te worden”, zegt Zielhuis aan de Baai van Guanabara, waar Bouwmeester afgelopen week eindelijk ‘haar’ gouden medaille haalde. „Maar Marit is zó aanstekelijk enthousiast, zó aanstekelijk gedreven, dat ik het toch heb gedaan. Zij is een absolute winnaar, alles moet daarvoor wijken. Ik ken weinig sporters die zo gedreven zijn als zij. Zelfs als ze gewonnen heeft, is het eerste wat ze zegt: wat kon er beter? Dag in dag uit, het moet altijd beter. Ze kan nooit gewoon ‘even’ het water op.”

Fanatisme

Het is het fanatisme dat hen onderscheidt van de ‘gewone’ topsporter, de bezetenheid. Waar de ene topsporter hard traint en er veel voor laat, brengen anderen offers tot in het oneindige voor die ene dag, ooit. Hoe Schippers tot in de kleinste details haar start liet ontleden, er bijna een jaar lang aan schaafde en sleep, voor een paar honderdsten van een seconde winst.

Elke zondag kapot op de bank

Hoe hockeykeepster Joyce Sombroek altijd maar bij andere sporten rondneusde om nog een procentje beter te worden. Hoe Sharon van Rouwendaal drie jaar lang fysieke en mentale ontberingen leed in Narbonne, bij een coach die ze glimlachend haar beul noemt. Negentig kilometer per week zwemmen in een afbladderend buitenbad, in de zomer tussen gillende kinderen, in de winter met bevroren druppels op de zwembril. Elke zondag kapot op de bank, geen armen over, eenzaam in een flatje in de buitenwijk van een provinciestad. Maar het was nodig om de beste zwemster ter wereld te worden. „Soms denk ik tijdens het zwemmen dat ik doodga”, zei ze vorig jaar na een middagtraining in Narbonne - 188 baantjes in een 50-meterbad. „Maar ik kan daar toch altijd overheen komen.”

Diepgaan tot het te erg wordt. En doorgaan. Zoals Bouwmeester, die drie maanden per jaar zeilde op een plek waar ze eigenlijk niet wilde zijn, die baai van Rio, waar het „verschrikkelijk” is door de veranderlijke wind en de sterke stroming. Nog afgezien van het gore water. Ineens gooide ze het eruit, nadat ze dinsdag goud had gehaald: „Ik ben zó blij dat ik hier nooit meer hoef te zeilen.”

Sporters die dus niet genieten van zilver. Geen mens in Rio die zo teleurgesteld was als Dumoulin na zijn tijdrit. Of hij niet iets van een olympisch gevoel had gehad, wilden de media toch nog even weten. „Nee, ik heb niet genoten van de Spelen, dat hoort bij topsport”, sprak hij nors. „Ik was hier niet voor het olympische gevoel. Mijn olympische gevoel is in het vliegtuig stappen met een gouden medaille.”

Sportpsycholoog Rico Schuijers, die al jarenlang met tal van Nederlandse olympiërs werkt, kan zich de reactie van Dumoulin en Schippers goed voorstellen. „Ze hebben beiden al eens laten zien dat ze de beste zijn. Die hebben goud als doel. Ze weten dat dat mogelijk is als ze alles geven. Bij andere sporters komt het goud meer als een verrassing.”

Hij gelooft echter niet dat er één type winnaar bestaat. „Je hebt driehonderd gouden medailles op de Spelen, en de winnaars zijn lang niet allemaal hetzelfde, qua karakter. Er bestaat een misverstand dat je als topsporter asociaal of egoïstisch moet zijn. Maar je hebt ook hele aardige kampioenen, bescheiden mensen.”

Of winnaars die uiterlijke verbetenheid van de ultieme kampioen ontberen, zoals windsurfer Dorian van Rijsselberghe, inmiddels tweevoudig olympisch kampioen. Hij lijkt zich nooit ergens druk om te maken. Geeuwt graag, lacht veel. „Ik heb vier jaar lang genoten van mijn leventje als windsurfer, en als beloning krijg ik olympisch goud”, zei hij deze week in Rio.

Het wordt onderschat hoe moeilijk het is om goud te winnen

En toch hebben ze allemaal een paar gemeenschappelijke karaktereigenschappen, is de overtuiging van Verhaeren. Maar zelfs dan is goud geen automatische uitkomst. „Bij topsporters als Dumoulin of Schippers wordt onderschat hoe moeilijk het is om olympisch goud te winnen, zeker in een grote sport als atletiek. Daar is er maar één van. Het wordt soms afgedaan als: Dafne was vorig jaar goed, dus haalt ze nu wel even goud. Zo eenvoudig zit de wereld niet in elkaar.”

Sporters zullen dat moeten accepteren. Verhaeren zag in Rio zijn grote favoriet voor het goud op de 100 meter vrije slag, wereldrecordhoudster Cate Campbell, ten onder gaan aan de enorme verwachtingen. „Voor de Spelen hebben mensen en allerlei bureaus verwachtingen en statistieken klaar, gebaseerd op geleverde prestaties. Maar die houden uiteindelijk geen rekening met de karakterologische eigenschappen van een olympisch kampioen”, zegt Verhaeren. „Ik durf zelfs te zeggen dat er een verschil is tussen wereldkampioen worden en olympisch kampioen. In mentaliteit, in benadering, in de manier waarop ze kunnen omgaan met druk.”

Sommige sporters klappen dicht als de schijnwerpers hun kant op draaien, anderen staan er letterlijk voor op. Van Rijsselberghe kan zich vooral opladen als de olympische ringen in zicht komen - net zoals de dag van de olympische finale voor Pieter van den Hoogenband altijd aanvoelde als pakjesavond voor een kind.

Sporters met competitie-ego

In zijn contact met sporters vraagt Schuijers altijd eerst wat hun droomdoel is, met ‘olympisch kampioen’ als logische antwoord. Maar Schuijers wil een motivatie. „Sommigen willen bewijzen dat ze zichzelf hebben ontwikkeld, dus taakgericht. Anderen willen laten zien dat ze de beste van de wereld zijn, sporters met een competitie-ego. Die laatste categorie heeft het extra zwaar als ze verliezen. Het is een aanslag op hun identiteit.”

Coaches hebben baat bij zulke analyses. De enigszins luie maar talentvolle sporter zal vooral moeten leren werken, de hardwerkende maar onzekere sporter moet leren winnen.

Verhaeren heeft tal van kampioenen voorbij zien komen, en gecreëerd. De echte kampioen, zegt hij, laat niets aan het toeval over in de voorbereiding. „Die maakt over het algemeen betere keuzes, bijvoorbeeld over zijn voeding, over publiciteit, over verzoeken van sponsors. Resultaat is een optelsom van gemaakte keuzes van een sporter.”

Hij zag het ook in Rio. Grote kanshebbers komen al voor de Spelen in de spotlights. „Maar sommigen kunnen het niet weerstaan in te gaan op elk aanbod van sponsors, media of commercials. Echte kampioenen maken dan dus betere keuzes. Juist níet een bepaald contract ondertekenen, juist níet die interviews of televisieprogramma’s doen.”

„Niet meer buiten spelen”, noemt Van Rijsselberghe dat. Hij zet anderhalf jaar voor de Spelen de knop om in zijn hoofd. Geen randzaken meer, minder tijd voor familie en vrienden op het strand bij Paal 17 op Texel, waar hij opgroeide en leerde surfen. Minder tijd óók voor vrouw en dochtertje, thuis in Laguna Beach, Californië.

Verhaeren rekent het tot de taken van een coach. „Vaak wordt een trainer-coach gezien als iemand die alles op het technische gebied begeleidt. Maar je bent er ook om mensen te begeleiden in het maken van deze topsportkeuzes. Als daar te veel mankementen in zitten, drijf je verder van je doel af en haal je het niet.”