Weer kijkt de wereld naar Syrisch kind

Iconisch beeld

De video en foto van een gewonde jongen uit Aleppo worden massaal gedeeld. Heeft het beeld van de gewonde Omran dezelfde impact als de foto van de aangespoelde Aylan Kurdi vorig jaar?

Ook Russische media tonen de beelden. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent de bombardementen. Foto Reuters

Een jongetje, onder een dikke laag stof, wordt in een ziekenwagen getild. Verdwaasd veegt hij wat bloed uit zijn oog. Een ander kind volgt. Hulpverleners dragen een man op een brancard tussen de brokstukken vandaan. Een groep mensen verdringt zich voor de auto. Er wordt gefilmd, gefotografeerd.

Via het Aleppo Media Center (AMC), een lokale Syrische mediaorganisatie die gelieerd is aan de oppositie en waar vooral activisten en burgerjournalisten werken, kwamen deze beelden op YouTube. Ze zouden woensdag gemaakt zijn. De begeleidende tekst: „Deze video is niet bedoeld om geweld aan te moedigen, maar om de waarheid van het Syrische volk over te brengen aan de wereld.” De onderliggende boodschap: dít zijn de onschuldige slachtoffers van het Syrische regime in Aleppo.

Bombardement

Een foto van het jongetje verscheen ook op Twitter, via Raf Sanchez, correspondent in het Midden-Oosten voor The Telegraph. Hij kreeg het beeld van een dokter, schreef Sanchez. Het zou gaan om de 5-jarige Omran Daqneesh uit Aleppo, slachtoffer van een bombardement van Russische of Syrische gevechtsvliegtuigen in de wijk Qaterji. Zijn tweet werd ruim 18.000 keer gedeeld. Sanchez deelde ook de video van het AMC, die zo’n drie dagen na plaatsing zeker 3,3 miljoen keer bekeken is.

Die massale verspreiding van het beeld is onder meer te verklaren door de herkenbaarheid, zei Anne Barnard, buitenlandredacteur bij The New York Times, in het Amerikaanse PBS NewsHour. De gebaren van Omran, zijn Nickelodeon-shirtje: dat doet denken aan je eigen kinderen. Daarbij was het beeld niet te missen: de foto stond wereldwijd op voorpagina’s, onder meer die van The New York Times, The Guardian en de Süddeutsche Zeitung.

Inmiddels doen de makers van de foto (Mahmoud Raslan) en video (Mustafa al-Sarout, beiden werkzaam voor het Aleppo Media Center) hun verhaal in internationale media.

Maar hoe betrouwbaar is het beeld? „Zulke foto’s lenen zich goed voor propaganda”, zegt Frits Gierstberg, voormalig bijzonder hoogleraar fotografie aan de Erasmus Universiteit. Is de foto echt gemaakt in de context die wordt geschetst? Of is hij misschien oud? „Hier zit een video bij, dan kun je zien dat Omran echt onder het puin vandaan wordt gehaald.”

Foto’s hebben over het algemeen meer impact dan video’s, zegt Gierstberg. In video’s gebeurt meer; we zijn beter in het onthouden van stilstaande beelden. „Denk maar na: hoeveel iconische filmpjes ken je? Misschien 9/11, de moord op Kennedy, maar dan houdt het wel op.”

Van foto’s zijn er daarentegen tientallen voorbeelden. Denk aan het beeld dat Nick Ut in 1972 maakte van het 9-jarige ‘napalm-meisje’ Kim Phuc, op de vlucht voor brand in haar Vietnamese dorp.

Op sociale media wordt de foto vergeleken met die van de 3-jarige Aylan Kurdi, het Syrische jongetje dat in september vorig jaar dood aanspoelde op het strand van het Turkse Bodrum. Zo circuleert op Twitter een cartoon van de Soedanese cartoonist Khalid Albaih, getiteld Choices for Syrian children… Bij de illustratie van Omran staat „als je blijft” en bij die van Aylan „als je vertrekt”.

Het beeld van Aylan zorgde voor hernieuwde discussie over het Europese vluchtelingenprobleem. Kan deze foto iets soortgelijks teweegbrengen? Niet op lange termijn, denkt Gierstberg. „Ik vond het beeld van Aylan veel schokkender. Je wist dat hij, met zijn gezicht in het zand, dood moest zijn. Dit jongetje krijgt hulp. Hij is zielig, maar hij leeft.” Daarbij: de vluchtelingencrisis was een dagelijks probleem, ook in Nederland. „Het werkte meer op ons schuldgevoel dan bombardementen van Rusland en het regime in Syrië.”

Russische media

Of de foto bij het publiek blijft hangen, kun je pas later zeggen, zegt Gierstberg. „Dan zouden media deze foto moeten blijven gebruiken bij berichten over Syrië, zodat het publiek het beeld steeds weer te zien krijgt.”

Ook in Rusland gaan de beelden rond, zowel in overheids- als kritische media. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent de bombardementen in de wijk Qaterji. „Aan het puin op de beelden is te zien dat de ramen van gebouwen intact zijn”, zegt Igor Konasjkenkov, woordvoerder van Buitenlandse Zaken, in een verklaring. „Dit toont aan dat de aanslag, als die plaatsvond, niet is uitgevoerd met vliegtuigbommen, maar met een mijn of gasfles, vaak gebruikt door terroristen.” Het ministerie kritiseert westerse media om „cynisch gebruik van deze tragedie in anti-Russisch propagandamateriaal. Dat is een morele misdaad.”