We eten reageerbuisgewas. Gelukkig maar

Sinds vorige week ligt er een nieuw soort puntpaprika in de biologische supermarkt Estafette. Het gaat om een zogenaamd ‘zaadvast ras’. Om uit te leggen wat daar bijzonder aan is, moet ik u eerst iets vervelends vertellen. De groentes die u in de winkel koopt, doen qua technologie niet veel onder voor uw iPhone. Dat geldt voor de regenboogtomaatjes in de Albert Heijn, en ook voor de uitjes bij de marktkraam, en ook voor de biologische worteltjes. Al die groentezaden komen bij grote zaadconcerns vandaan en daar hebben hele slimme hoogopgeleide veredelaars uitgebreid aan die zaden gesleuteld. Misschien wel een PhD. Erger, misschien hebben ze een witte jas aan. Nog erger, misschien knutselen ze met DNA.

Dus de volgende keer dat u iemand hoort zeggen dat hij lekker zelf zijn groentesoepje kookt met verse pure en biologische ingrediënten omdat hij dan „tenminste weet wat er in gaat”, mag u heel hard lachen. Mensen hebben geen benul wat er in hun eten zit.

Groentes worden niet geteeld met groentezaad zoals u denkt dat groentezaad werkt. Ook biologische niet. Het is geen kwestie van zaaien, oogsten en dan de zaadjes opnieuw planten. Er is misschien een handvol boeren in Nederland dat hun eigen groentezaad vermeerdert.

Voor zaad kloppen ze aan bij de grote griezelige zaadbedrijven waar ze F1-hybride zaad aanschaffen dat allerlei verschillende ziekteresistenties heeft, grote opbrengsten oplevert en grote uniformiteit heeft. Dat garandeert dat de groentes allemaal even groot zijn, in één keer geoogst kunnen worden en er weinig verloren gaat aan huis- tuin- en keukeninfecties.

Dat hybride zaad is een genetisch kunststukje. In elkaar gezet met behulp van protoplastfusie (of ‘zelf-incompatibiliteit’ voor biologische zaden), marker-assisted breeding, dihaploidisering en nog een tiental ingewikkelde methodes waarmee je plantenseks kan manipuleren. Gentech mag niet: je mag niet de genen van twee soorten bij elkaar zetten die geen nakomelingen kunnen krijgen. Maar als een mooie ziekteresistentie in een uitheems ras wordt aangetroffen, is het wel toegestaan om het stervende embryootje in een vroeg stadium uit het zaadje te snijden en in een soort plantencouveuse te incuberen.

Wij eten reageerbuisgewassen. Gelukkig maar. Het levert landbouw op waarmee je enorme opbrengsten kunt behalen. En dat geldt ook voor de biologische teelt. Daar lukt het om met behulp van veel kennis, kunde en aandacht, zonder kunstmest en pesticide maar mét high-tech zaaigoed hele degelijke opbrengsten te halen. Deze week schreef een onderzoeker in The Guardian over het literatuuronderzoek naar rendementen in de verschillende soorten landbouw. Wat blijkt: het lukt biologische boeren nog niet om de opbrengsten in de conventionele landbouw bij te benen. Maar ver liggen ze niet achter. Als we in de toekomst de mais en tarwe die we oogsten ietsjes meer zelf op gaan eten en iets minder vaak omtoveren in hamburgers, zou die biologische landbouw weleens ver kunnen komen in het voeden van tien miljard mensen in 2100. Misschien wel met behoud van een aantal percelen regenwoud en een enigszins leefbaar klimaat. Dat zou prachtig zijn, nietwaar?

Weet u wat daarvoor écht nodig is? Gewassen die robuust zijn, niet meteen wegkwijnen als het weer (of het klimaat) tegenzit of een schimmelinfectie voorbijkomt. Zie het maar als vaccinaties voor de landbouw. Het zorgt voor minder ziekteverzuim, minder antibiotica gebruik, meer voorkomen, minder bestrijden. Resistentere gewassen betekent dat biologische aardappelboeren niet telkens weer een deel van hun oogst hoeven weg te gooien door de Fytoftora. En dat uienboeren kunnen stoppen met gif spuiten tegen meeldauw.

Ik erger me aan de trots waarmee die zaadvaste puntpaprika’s werden gepresenteerd. Weet u wat zaadvaste gewassen zijn? Dat zijn precies de zaden zoals u denkt dat zaden werken. Zaaien, oogsten, opnieuw inzaaien, oogsten. Precies zoals het tienduizend jaar geleden begon en zo’n vijftig jaar geleden eindigde. Niet geheel toevallig tegelijk met de grote hongersnoden.

Zo’n zaadvast ras kun je vergelijken met oldtimers: het heeft veel karakter. De zaadvaste penen en tomaten hebben bijzondere kleuren, vormen en smaken. Maar het slurpt ouderwets veel benzine en staat om de haverklap stil. U wilt niet op een wereld wonen waarin tien miljard mensen in een oldtimer rijden. Leuke hobby hoor, die zaadvaste rassen. Maar u wilt echt niet dat een megastad van tien miljoen inwoners gevoed wordt met grootmoeders zaden.

Dat is de irritatie. Met de herintroductie van middeleeuws zaaigoed laat de biologische landbouw weer een sterk staaltje technologie-aversie zien en maakt zichzelf weer een stapje minder geloofwaardig. Terug bij af. Jammer.