Wat moet de buurt zonder de winkel van Ahmed?

Openbare orde

Als jongeren overlast veroorzaakten op het Stationsplein in Maassluis, pakte ondernemer El Boustati hen aan. En dus was hij populair bij al zijn buren. Maar nu is de winkel dicht. Er lagen drugs.

Ondernemer El Boustati hield jongeren van de straat. Maar zijn winkel zit nu dicht, op last van de politie. foto John van Hamond

Ahmed el Boustati (54) zit op een krukje voor zijn fietsenstalling en avondwinkel. De zaak, aan het Stationsplein in Maassluis, is dicht. Niemand mag erin van de politie – alleen El Boustati zelf. Om de zoveel tijd komt een verbaasde Maassluizer voorbij. „Sorry, gesloten”, zegt hij dan.

Tot vorige week runde El Boustati de winkel. Hij is een geliefde ondernemer in het dorp. El Boustati lette op de veiligheid op het stationsplein, tot laat op de avond – dan was zijn zaak nog open. Maar op 12 augustus werden in de winkel een paar zakjes hasj en enkele kilo’s waterpijptabak gevonden. El Boustati zelf was met vakantie. Hij was met zijn vrouw en hun dochtertje van vier in Al Hoceima, in het noorden van Marokko, bij zijn moeder.

Wat ging er mis?

Je ziet niet aan El Boustati dat de sluiting hem pijn doet. Hij is goedlachs, praat opgewekt in een Marokkaans accent met lange uithalen van eindklinkers. Maar van binnen, zegt hij, is hij „kapot”.

Hij snapt zelf ook niet hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren. Of misschien een beetje. Hij had de zaak moeten sluiten. Vier weken is lang om weg te gaan. Te lang. Maar hij wilde het gewoon niet, hij wilde de zaak openhouden en dacht dat het kon.

Op 7 juli geeft hij de sleutel aan zijn 20-jarige zoon, die de zaak met enkele medewerkers gaat runnen. El Boustati stapt in de auto naar Marokko.

Ook nu is er weer een handtekeningenactie om de stalling open te krijgen

Afhankelijk van Ahmed

„Er zijn zo’n tweehonderd Marokkaanse schaduwjongeren in Maassluis, waar we slecht zicht op hebben.” Marcel Thomassen (63) is erbij komen zitten op het pleintje. Hij is de stadsdichter van Maassluis. „Maar er zijn er veel die afhankelijk zijn van Ahmed. Ze kunnen bij hem terecht voor vrijwilligerswerk. Hij is ook een van de weinige allochtone ondernemers.”

De winkel van Ahmed is een erkend leerbedrijf. Veel Marokkaans-Nederlandse jongeren komen bij hem via de sociale dienst, de reclassering en het UWV.

Dat de buurt dat waardeert, bleek al in 2014. De gemeente, die eigenaar is van de fietsenstalling, dreigde toen om het contract met El Boustati te beëindigen. De fietsenstalling zou van de sociale dienst worden.

Buren kwamen in actie. El Boustati hield jongeren van de straat, hij greep in als er overlast was. Waarom moest hij weg? Uiteindelijk mocht hij blijven van de burgemeester. Ook nu is er weer een handtekeningenactie om de stalling open te krijgen.

In de weken van El Boustati’s vakantie was er steeds geschreeuw op het plein. Buurman Cor, die er even bij komt staan, zegt dat hij er gek van werd. Niemand had de controle.

El Boustati wist van niks. Hij genoot in Al Hoceima van de tijd bij zijn moeder. Ze hadden elkaar lang niet gezien. Elke dag gingen ze naar het strand.

Op 12 augustus om twaalf uur ’s middags rijdt El Boustati bij Bayonne Frankrijk binnen. Dan gaat zijn telefoon.

De volgende keer, zegt hij nu, doet hij de zaak gewoon dicht. Hard, maar het moet.

Zijn zoon had elke dag de deur van de winkel opengedaan en ’s avonds weer dicht. Soms misschien iets te laat, maar hij stond er. Met de vrijwilligers.

De openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van de fietsenstalling zijn op ernstige wijze aangetast

Totdat hij een paar dagen niet kon. Hij gaf de sleutel aan een vriend van de familie, een jeugdvriend. Een student accountancy, een soort protégé van de zaak. „Hij zou na zijn studie voor me gaan werken”, zegt El Boustati.

Vanaf dan lijkt het langzaam te zijn misgegaan. De hangjongeren van het plein komen dichter bij de winkel zitten. De overlast houdt de hele nacht aan. Sommige vrijwilligers komen niet meer. De duurste spullen worden uit de winkel geroofd.

Dan is er ineens controle. Handhavers gaan alle horeca in Maassluis langs. Als ze de zaak van El Boustati binnen komen, is alleen de jeugdvriend er. Snel probeert hij nog de zakjes met wiet in zijn zakken weg te moffelen. Maar het is al te laat.

Terug naar Al Hoceima

Hij wordt aangehouden. In de zaak wordt ook de waterpijptabak gevonden. Buiten gaan jongeren om onduidelijke redenen met elkaar op de vuist.

Loco-burgemeester Kees Pleijsier (de burgemeester is op vakantie) besluit de zaak te sluiten. In een verklaring zegt hij: „De openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van de fietsenstalling zijn op ernstige wijze aangetast.”

In de auto, vanuit Bayonne, is El Boustati’s vrouw in paniek. El Boustati zelf wil, als hij Maassluis binnenrijdt, het liefst omkeren. Terug naar Al Hoceima. Maar hij denkt aan zijn dochtertje: wat moet zij daar?

De aangehouden jongen heeft hij niet meer gezien. El Boustati hoopt nu dat de zaak snel weer open mag. Hij is in gesprek met de gemeente, heeft een advocaat in de arm genomen. Hij is verantwoordelijk voor de winkel, hij had moeten weten wat er gebeurde in zijn vakantie. Maar de politie ziet hem niet als verdachte.

De buurt kan niet zonder El Boustati, vindt stadsdichter Marcel Thomassen. „Zijn winkel is te belangrijk.”

Op het pleintje fietst een blond meisje van een jaar of vijftien. Ze ziet de man op zijn krukje. „Hé, Ahmed, achie!”, roept ze. El Boustati lacht. „Broer, in het Arabisch.”