Warm-weer-piep

foto andy bennett

Met hun bek wijd opengesperd bedelen twee kuikens van de zebravink om voedsel. Soms piepen ze er nog bij. Maar niet omdat ze honger hebben, het piepen hangt samen met een hoge buitentemperatuur. Twee Australische ecologen ontdekten dat het gedrag terug voert op de laatste vijf dagen dat de jongen in het ei zitten (Science, 19 augustus). Als het in die periode warmer wordt dan 26 graden Celsius, krijgen de jongen van hun ouders signalen die vervolgens hun ontwikkeling beïnvloeden: als ze uit het ei komen zijn de jongen gemiddeld lichter en kleiner vergeleken met jongen die niks te horen kregen. Dat lijkt nadelig, maar de kleinere kuikens kunnen bij hogere temperaturen makkelijker hun warmte kwijt. Tijdens het opgroeien piepten deze kuikens meer als het warm was. En eenmaal volwassen kregen ze, als ze opgroeiden in warm weer, ook meer nakomelingen dan de iets zwaardere kuikens waarbij het in het ei stil was gebleven. De twee ecologen Mylene Mariette en Katherine Buchanan zien het als een aanpassingsmechanisme aan warm weer, en wellicht aan een opwarmende aarde.