Terrorisme: cijfers zijn nog niet het hele verhaal

Mag je nu niet eens meer een beetje tellen? De krant zette dinsdag op een rijtje hoeveel terreuraanslagen er vanaf de jaren zeventig zijn geweest in Europa en Nederland, en hoeveel doden daarbij zijn gevallen. Conclusie: hier zijn de afgelopen twintig jaar veel minder doden door terreur gevallen dan daarvoor. Terreur vindt nu vooral plaats buiten Europa.

Vervolgens stak een storm op. Redacteur Wilmer Heck ontving een bak verwensingen, woede en indirecte bedreigingen over zijn „ranzige” stuk, de schandalige „vergelijking” van IS met de Molukse acties in de jaren zeventig. En dat op de dag van de Indië-herdenking (het stuk ging op 15 augustus online). De krant kreeg een tiental opzeggingen.

Niet alleen Molukse lezers waren woest, ook talrijke trouwe critici van NRC sprongen gretig op de bandwagon. Elke kans om de vijand te beschadigen moet natuurlijk worden aangegrepen.

De kritiek: de Molukse acties hadden een heel andere achtergrond en, klinkt ook veel door, waren begrijpelijker dan de barbarij van IS. Dus: de krant bagatelliseert islamitisch terrorisme!

De reactie op de redactie was vooral verbouwereerd. Wat was hier nu mis mee? Gewoon een feitelijk overzicht. Bedoeling was, zegt Heck, te laten zien dat Europa al eerder een periode met veel terreur heeft beleefd. Ja, dat kan nuttig zijn voor wie denkt dat terreur louter iets van vandaag is, of dat alles hier vóór het multiculturele drama pais en vree was.

Allereerst dit: ontkennen dat het bij de Molukse acties om terrorisme ging, is vragen om geschiedvervalsing. Hoe je hun zaak ook beoordeelt, wat de kapers deden was keihard terrorisme. Niets mis mee om dat in een stuk zo te noemen. Veel van de solidariteit-na-veertig-jaar met de daders van De Punt omdat ze gelukkig geen Mohammed heetten, is dan ook hartverwarmend schijnheilig.

Alleen, de reactie van de krant is ook naïef. ‘Gewone feiten’ bestaan niet meer in het opinieklimaat rond islam en terrorisme, alles wordt instant geïnterpreteerd – en als je dat niet zelf doet, wordt het voor je gedaan. Want wat wilde de krant precies zeggen? Hecks chef twitterde om het stuk aan te bevelen dat het met terreuraanslagen „dertig jaar geleden veel erger was”. Heck zelf dat „het” in de jaren zeventig en tachtig „minstens zo gevaarlijk was” in Europa.

En ja, dan krijg je de pavlovreactie: NRC relativeert terreur.

Het opmerkelijke aan het stuk was intussen eerder dat Heck de Molukse terreur en die van IS, IRA, RAF, Rode Brigades, ETA of RAF, juist niet vergelijkt. Het stuk is vooral kwantitatief. Maar juist als je niet vergelijkt, kan je de indruk wekken dat je alles op een hoop gooit, van IS tot „de Molukkers”.

Bovendien, de kop (Nu is er IS, toen had je RaRa en Molukkers) versterkte die indruk, gesteld in jofele spreektaal die vreemd afstak bij de zakelijke toon van het stuk. Soms kan een snufje saaiheid in een kop geen kwaad. Trouwens, nu „heb je” dus ook Molukkers, zoals de krant merkte.

Meer expliciet duidende alinea’s (en een andere kop) hadden denk ik veel kritiek kunnen voorkomen – al had het voor de deels georganiseerde woede op Twitter vermoedelijk niet veel uitgemaakt.

Niet voor niets werd in die jaren zeventig ook al heftig gedelibereerd over, bijvoorbeeld, de verschillen tussen links en rechts terrorisme: het eerste zou concrete doelen hebben (bankiers, Amerikaanse bases), het tweede gericht zijn op het zaaien van angst en het maken van zoveel mogelijk willekeurige slachtoffers (Bologna).

Nee, daar ging dit artikel niet over, maar het zijn wel inhoudelijke vragen die erdoor worden opgeroepen en die je niet louter met cijfers kunt beantwoorden. Daar is een kwalitatieve analyse voor nodig. Het Molukse terrorisme was nationalistisch, dat van de ETA en IRA separatistisch, islamitisch terrorisme wordt religieus geïnspireerd of ten minste gelegitimeerd. Bovendien waren de Molukse acties terrorisme van een kleine minderheid die zich beriep op beloftes van de Nederlandse staat.

Een kwalitatieve analyse is ook nodig voor begrip van de huidige en toenmalige angst voor terreur. Die kan angst voor geweld inhouden, maar ook, of eerder, angst voor ontwrichting van de samenleving (daarom zijn vergelijkingen met het verkeer vaak misplaatst).

Dat betekent zeker niet dat dit een „schandalig” verhaal was, wél dat het niet het hele verhaal is. En dat de krant duidelijker had moeten maken wat die nu wél en niet met zo’n overzicht wil zeggen.

Bottom line: ook die kanttekening verklaart noch rechtvaardigt de heftigheid van de honderden, vaak emotionele of hetzerige reacties aan het adres van de auteur („levend verbranden, zoals zijn IS-vrienden doen”) of de krant.

Die maken eerder duidelijk dat dit nog altijd een open zenuw is in de Molukse gemeenschap, en een bron van spijt, wrok en leed. Daar zit zeker nog een vervolg in.

Daarnaast is het een nieuw bewijs hoe de diepe angst voor terreur deel kan worden van campagnes tegen ‘wegkijkende’ meedieja. Dáár kan de krant zich het best tegen wapenen met goede journalistiek – en wat minder naïviteit.

Reacties: ombudsman@nrc.nl