Niet te klagen

Dafne was boos, aan de rand van ontploffen. In haar ogen alleen nog koude lava. Woorden als kiezels in de mond. De Koninklijke Hoogheid van de atletiek was ineens viswijf geworden. Met de aankondiging hoe ze over vijftig jaar zal zijn: kribbig oud vrouwtje dat bij tegenvallend zomerweer met een pantoffel op tafel slaat. Of met verroeste spikes smijt.

De druk was natuurlijk groot. Samen met Usain Bolt zou ze het keizerlijke bloemstuk van Rio 2016 zijn. Eeuwige winnaars, tenslotte. Blessurevrij of niet, goud in de pocket was het existentiële imperatief. Op één been, desnoods. Ook al was dat meer de proclamatie van het volk dan van Dafne Schippers zelf. Al zei ook zij na de 200 meter dat ze niet voor zilver was gekomen. Zilver betekende niets.

Hoogmoed was het niet, eerder een rotsvast geloof in de maakbaarheid van succes. Ook daarom dat verkrampte gelaat, alsof prikkeldraad door de satijnen jukbeenderen was getrokken. Dafne Schippers: nu even schrootbabe.

Het falen op de 100 meter, zilver op de 200 meter en een complete slapstick in de estafette had diepe wonden geslagen. Rio 2016 zijn niet de Spelen van de Hollandse hinde geworden, en daar kan ze zelf maar moeilijk mee leven. Nog veel napijn in het verschiet. Schippers is te veel kampioen om zomaar een zwarte bladzijde om te slaan. Zo ambitieus ze in de sprint is, zo masochistisch is ze in het zelfbeklag. Deze dame kan niet tegen verlies. Ik zou weleens willen weten hoe dat met Usain Bolt zit, maar het ziet er niet naar uit dat we daar de eerste jaren achter zullen komen. Zijn gouden medailles geven aan dat de Jamaicaan over roestvrije benen beschikt.

Het probleem van Dafne is ook dat ze esthetische norm is geworden, als vrouw en atlete. Op weg naar de iconische status van Florence Griffith, destijds. Zij is de absolute vedette in de vrouwenatletiek. Dat zal ook blijken op de Memorial Ivo Van Damme in Brussel. In zowat alle lyrische voorbeschouwingen staat haar naam op muziek. Het is geen evidente status voor een 24-jarige Utrechtse.

Het temperament van Schippers garandeert revanche na haar geknakte goudraces in Rio. Ze heeft tenslotte nog een heel atletiekleven voor zich en zal nog lang de ongeschonden ambassadeur blijven van sportland Nederland. Haar teleurstelling eindigt niet in een slepende ziekte.

De Spelen in Rio waren een aangenaam hoogtepunt van de sportzomer. Een ode aan improvisatie en creativiteit van de Brazilianen. Het is geen organisatorisch zootje geworden in Rio en alle manco’s ten spijt waren het vooral vrolijke Spelen. Samba en gemoedelijkheid in harten en tribunes. De verbanning van Rusland was de enige grauwsluier. Meer politiek dan sportief geïnspireerd, en dus niet volgens de regels van de olympische beweging.

De Lage Landen met hun nog steeds ongeziene welvaart en cultuur hadden niet te klagen. Ze waren in vol ornaat aanwezig in wisselende disciplines. Met veteranen en nieuwe helden. De Nederlandse handbalsters hebben mij het meest ontroerd. Hoe zij als dolle wentelteefjes in vuur en schoonheid de bal beroerden voor winst, was zelfs een erotisch genot. Frisse Hollandse meiden met kracht, snelheid, souplesse en virtuositeit gaven een lesje in liefde voor hun sport. Handbal is een prachtige sport die het vrouwenlichaam eert en voltooit. Ik begrijp nu beter waarom Rafael van der Vaart naar een obscure Deense club is verkast. Natuurlijk wil hij dicht in de buurt zijn van Estavana Polman.

Wie niet, na Rio?

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.