Net zo slim als je computer (2)

Column Wat kunnen we leren van de wiskundige recepten waarmee computers problemen oplossen?

data78983

Even tellen. Zeventien jaar getrouwd met dezelfde vrouw. Elf jaar bij dezelfde werkgever. Voor de zesde keer op vakantie in dezelfde regio. Conclusie: erg avontuurlijk ben ik niet. Experimenteren heeft ook niet altijd zin, zeggen Brian Christian en Tom Griffiths, auteurs van het boek Algorithms to live by (algoritmes voor het dagelijks leven). Wat kunnen we leren van de wiskundige recepten waarmee computers problemen oplossen?

1. Experimenteer, zolang er tijd is

Hoeveel energie steek je in nieuwe ervaringen, hoe vaak teer je op bewezen succes? Die vraag vergelijken wiskundigen met een casino vol gokkasten. Een gokkast die een paar keer heeft uitbetaald levert niet per se weer geld op. Wisselen van gokkast, dus: experimenteren.

Kinderen moeten uitproberen – vallen en opstaan hoort erbij – maar als je een beslissing neemt alsof het je laatste is, is het slimmer te vertrouwen op bestaande kennis. Daarom leren we, als we ouder worden, minder nieuwe mensen kennen: we concentreren ons op vertrouwde relaties. Daarom ga je op de laatste dag van de vakantie naar een restaurant waarvan je zeker weet dat het goed is.

Bedrijven gaan er doorgaans van uit dat ze het eeuwige leven hebben. Ze experimenteren door te investeren in R&D die misschien nooit iets oplevert. Internetdiensten testen continu op kleine groepen gebruikers, filmmaatschappijen mikken op de massa en vertrouwen graag op hits uit het verleden. Daarom mag Matt Damon weer opdraven als Jason Bourne.

2. Ruim niet te goed op

Computers gebruiken caches – geheugenbuffers – om snel bij veelgebruikte data te kunnen. Mensen doen dat als ze spullen opbergen in een kast, mailbox of op een chaotisch bureau. Vaak is de efficiëntste manier om data te organiseren, ze op één stapel te gooien. De laatst gebruikte items bovenop, binnen handbereik, de rest langzaam vergetend. Alles categoriseren kost te veel tijd. Eigenlijk hoef je de vaatwasser dus nooit uit te ruimen.

3. Doe kleine klussen eerst

Stel dat je werkweek twee klussen bevat: eentje die vier dagen duurt en eentje die één dag duurt. Wat is de beste volgorde? Als je met de zware klus begint, zoals de meesten zouden doen, is de totale wachttijd voor je klanten langer (4+5=9 dagen) dan andersom (1+5=6 dagen). Een restrictie: sommige klanten zijn ‘belangrijker’ dan anderen. Multitasken dan maar? Je werkgever moet weten dat er – als-ie je weer een ‘klusje’ toeschuift – veel energie verloren gaat bij het wisselen tussen taken. Net als bij een multitaskende pc.

4. Het draait om voorkennis

Computers proberen de toekomst te voorspellen door reeksen van waarschijnlijkheden los te laten op bestaande data. Dat staat of valt bij de juiste voorkennis en historisch besef. In deze tijd waarin alles in real time geanalyseerd wordt, groeit het risico dat we denken dat iets erg waarschijnlijk is, alleen omdat er veel aandacht aan besteed wordt. Nog een valkuil: problemen worden er niet overzichtelijker op als je meer data of variabelen toevoegt – je moet complexiteit juist afstraffen.

5. Niet zo beleefd

‘Laten we eens een kopje koffie doen.’ Of: ‘Heb je zin om binnenkort te gaan lunchen?’ Het klinkt beleefd maar die vaagheid dwingt de ander wel om een voorstel te bedenken en rekening te houden met wat jou goed uitkomt. Geef liever twee opties die iemand snel kan accorderen of afkeuren. Die duidelijkheid is een voorbeeld van computional kindness: maak een kopje koffie niet onnodig complex. Het leven is al ingewikkeld genoeg.

Marc Hijink vervangt Marike Stellinga tijdens haar vakantie.