‘Gemeentes korten niet op bijstand bij laag taalniveau’

Bij een te laag taalniveau kunnen uitkeringsgerechtigden gekort worden. Geen enkele gemeente doet dat, meldt de NOS.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens het debat in de Tweede Kamer over de invoering van de Participatiewet begin 2014. Foto Valerie Kuypers / ANP

Gemeentes maken weinig werk van het beleid rond de nieuwe taalregels voor bijstandsgerechtigden. Dat blijkt uit een enquête van de NOS onder 170 gemeentes.

Sinds 1 januari 2016 moeten nieuwe bijstandsgerechtigden getoetst worden op hun taalniveau. Als dat onder het niveau van een 12-jarige komt (inburgeringsniveau) en zij zich niet laten bijscholen, kunnen zij gekort worden op hun uitkering. In de eerste maanden met 20 procent, daarna kunnen ze hun uitkering helemaal kwijtraken. Sinds 1 juli geldt deze regel ook voor mensen die al langer bijstand krijgen.

Maar geen enkele gemeente kort op de bijstand, aldus de NOS. Gemeentes vinden de nieuwe regels onzin, omdat ze bij taalachterstand al werken aan een betere beheersing van het Nederlands. Volgens de enquête ziet een derde het nut er helemaal niet van in. Ze noemen de wet moeilijk uitvoerbaar en “een extra belasting op een al complexe taak om mensen aan het werk te krijgen”. Twee gemeenten zeggen de wet helemaal niet uit te voeren omdat hun eigen beleid beter werkt dan korten op de bijstand. Welke gemeentes dit zijn, maakt de NOS niet bekend.

Bijna alle gemeentes toetsen wel het taalniveau van de bijstandsgerechtigden. Maar voor een taalcursus is vaak geen geld. Toen de Tweede Kamer het gevoelige wetsvoorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) eind 2014 besprak, lieten zij al weten het plan onbetaalbaar te vinden. De regering heeft vijf miljoen euro uitgetrokken voor het plan.

In mei ging NRC kijken in Almere: ‘Taaltoets? Daar heb ik geen zin in’