Ex-presidentsvrouw Sandra Roelofs gaat Georgische politiek in

Georgië De Nederlandse vrouw van ex-president Saakasjvili wil in het Georgische parlement komen. Saakasjvili zelf is het staatsburgerschap kwijt.

Sandra Roelofs op een archieffoto uit 2009. Foto Marcel Antonisse / ANP

Sandra Roelofs (47), de Nederlandse vrouw van de Georgische ex-president Michaïl Saakasjvili, stelt zich kandidaat voor de Georgische parlementsverkiezingen die op 8 oktober gehouden worden. Roelofs doet mee voor de partij van haar man, Verenigde Nationale Beweging, vanuit de regio in West-Georgië waar zij woont.

Roelofs en Saakasjvili zijn nog steeds getrouwd, maar wonen niet samen. Saakasjvili kan Georgië niet meer in omdat er vier gerechtelijke onderzoeken tegen hem lopen, wegens machtsmisbruik en financiële malversaties tijdens zijn presidentschap.

De ex-president heeft niet langer het Georgische staatsburgerschap. Sinds februari 2015 is hij gouverneur van de Oekraiënse regio Odessa aan de Zwarte Zee. Hij verloor zijn Georgische staatsburgerschap toen hij in december 2015 een Oekraiëns paspoort accepteerde. Saakasjvili verliet Georgië in 2013. In 2015 trok Petro Porosjenko, de huidige president van Oekraïne hem aan als gouverneur.

Roelofs, geboren in Terneuzen, ontmoette Saakasjvili bij een cursus mensenrechten in Straatsburg. In 1995 ging ze met hem mee naar zijn 4 miljoen inwoners tellende vaderland, waar hij in 2003, na de Rozenrevolutie tegen frauduleuze verkiezingen, president werd. In Georgië zette Roelofs, van oorsprong vertaalster, een humanitaire stichting op en werkte ze bij het consulaat in Tblisi.

Lees ook een interview met Roelofs van vorig jaar: Mijn man raakte verslaafd aan macht

In augustus 2015 vertelde Roelofs aan NRC hoe Saakasjvili vlak voor de voor hem desastreus verlopen verkiezingen in 2013 aan haar vroeg of zij de partij van hem wilde overnemen – tijdelijk, zodat hij de macht later terug kon krijgen. „Macht is verslavend, hij wilde het gewoon niet kwijt,” aldus Roelofs. Ze vervolgde: „Politiek is een spel. Ik kan er al niet tegen als ik aan de zijlijn sta, wat moet het wel niet zijn als ik daar middenin sta?”