Een vuile oorlog, en veel vuile leugens

Politionele acties

Een roman en een non-fictieboek over de militaire operaties van kapitein Westerling vellen een scherp oordeel over de Nederlandse troepen.

Circa dertig lijken van Indonesiërs, die omstreeks januari 1947 in Kampong Barroe door de manschappen van kapitein Westerling zijn geëxecuteerd. Foto H.C. Kavelaars / Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

‘Elke oorlog kent excessen. Hitler had de kampen, Pol Pot de killing fields, en wij hadden kapitein Westerling.’ Met deze openingszin zet schrijver Jacob Vis (1940) de toon van zijn oorlogsroman Merdeka! over het Nederlandse militaire optreden in voormalig Nederlands-Indië. Vis introduceert Jan Bax, een op Java geboren Nederlander die uit overtuiging dient in de politionele acties. Hij sluit zich aan bij het elitekorps Dienst Speciale Troepen van kapitein Raymond Westerling, die op Zuid-Celebes in 1946 carte blanche kreeg om de Indonesische opstand tegen het blanke gezag neer te slaan.

Westerling werd berucht vanwege zijn standrechtelijke executies en het bij nacht en ontij omsingelen en afbranden van kampongs. Hij beschikte over een kleine, uitgesproken gewelddadige commando-eenheid. Ooggetuige Bax memoreert dat er ‘verdomd weinig verschil bestaat tussen de wandaden van de Wehrmacht in bezet gebied en die van het Nederlandse leger in Oost-Indië.’ Het staat er unverfroren.

Zoektocht

Gelijktijdig met Merdeka! verscheen van televisiemaker Maarten Hidskes (1967) een boek over de zoektocht naar de oorlogshandelingen van zijn vader, ook op Zuid-Celebes en ook onder ‘roverhoofdman’ Westerling, bijgenaamd ‘de Turk’ omdat hij in Istanbul was geboren. Het heet Thuis gelooft niemand mij. Als jongen hoorde Hidskes, vooral tijdens verjaardagsvisites, dat zijn vader op Zuid-Celebes zat tijdens de politionele acties. Zodra de codenamen ‘Zuid-Celebes’ of ‘Westerling’ vielen, deed zowel vader als moeder Hidskes wegwuivend en vroeg moeder: ‘Wie wil er nog koffie?’ Hidskes beschrijft een overbekend patroon bij Indië-veteranen: levenslang zwijgen.

Vader Piet Hidskes meldde zich als vrijwilliger bij de KNIL-gevechtseenheid van Westerling. Voor de zoon groeit zijn vaders aandeel in deze ‘geweldsgroep’ uit tot een obsessie. Sinds de dood van zijn vader in 1992 werkte Hidskes aan dit boek, hij sprak getuigen en oud-commando’s, raadpleegde honderden meters archiefmateriaal. Op bevel van generaal Spoor moest de Nederlandse legereenheid alle opstandige Republikeinen ‘elimineren’.

Ondanks alle onderzoek – of misschien wel: juist daardoor – krijgt Hidskes niet echt vat op het materiaal. De oud-commando’s weigeren mee te werken of geven tegenstrijdige informatie. Tegen beter weten in hoopt hij dat zijn vader nooit gemoord heeft. Maar hij kan zich aan de historische werkelijkheid niet onttrekken. Aan het slot geeft hij toe: ‘Na het lezen van de ooggetuigenverslagen weet ik niet hoe ik over mijn vader moet denken.’

In rapporten leest hij dat er nooit excessen plaatsvonden. Een ooggetuige, die Westerling in actie zag, meldt: ‘Ik heb Westerling op geheel Zuid-Celebes nimmer een moord zien plegen.’ Ondertussen zijn meer dan vierduizend onschuldige inwoners op Celebes zonder vorm van proces geëxecuteerd.

De precisie waarmee Hidskes het verleden van zijn vader reconstrueert, dwingt hem uiteindelijk te erkennen dat zijn vader meedeed aan een oorlog die aan beide kanten ‘vuil’ was. Het maakt hem wanhopig. Hij raakt verstrikt in waarheden en halve waarheden. Op elke bladzijde betuigt hij zijn spijt dat hij zijn vader nooit naar die cruciale periode heeft gevraagd. Dat maakt Thuis gelooft niemand mij een behoedzaam boek.

Hij zou de onschuld van zijn vader willen bewijzen. Maar het is vergeefs. De politionele acties waren extreem gewelddadig en de ten onrechte verzachtende term kan daaraan niets veranderen. Het was oorlog. Wat onverbloemd duidelijk wordt is dat de Nederlandse regering als eerste, meteen na de acties, een web van halve leugens en goedmakerij rondom de excessen heeft geweven. Dat is een aanklacht waard.

Geen compassie

In Merdeka! volgt geweld op geweld, moord op moord, wreedheid op wraak, als in een eindeloze cirkel. De kwalijke rollen van generaal Spoor en luitenant Westerling worden met inleving uitgebeeld en zonder enige compassie neergezet. Dienstplichtige Bax en het peloton zijn verwikkeld in een bloedige guerrilla en contra-guerrilla. Dat verdraagt geen verdoezeling, zoals tal van eerdere boeken bewijzen. In 1995 kreeg schrijver Graa Boomsma een proces omdat hij in De laatste typhoon de vergelijking trok tussen KNIL-militairen een SS’ers, iets wat Vis nu ook doet. Recent verscheen De tolk van Java van Alfred Birney, een openhartig boek over de oorlogsmisstanden.

Met Merdeka! toont Vis een nieuwe kant van de strijd tegen dekolonisatie: in ongegeneerde stijl, als een bruut jongensboek, noteert hij de wederwaardigheden van Westerlings elitekorps. Dat maakt indruk. Omdat hij de hitte van de strijd weergeeft en zelfs inzichtelijk maakt dat de soldaten, gevangen in de fuik van guerrilla, geen kant op konden. Op een bepaalde manier wekt het zelfs begrip. Vis lijkt, zonder het te zeggen, een polemiek aan te gaan met een nieuwe trend: de oorlogsveteranen aanklagen.