Een alternatief voor de EU

Gruyter, Caroline de 11-2013 032

Europeanen zeggen dat ze niet tegen de Europese Unie zijn – ze zijn tegen deze EU. Ze vinden de EU disfunctioneel: ondemocratisch, bureaucratisch. Te veel markt, te weinig solidariteit. Aan diagnoses ontbreekt het niet. “Hervormen!” roept iedereen.

Maar hoe? Ulrike Guérot, een Duitse die in Parijs, Brussel en Berlijn bij veel denktanks heeft gewerkt, probeert als een van de weinigen na te denken over een alternatief. Over een oplossing. In haar zojuist verschenen boek, Warum Europa eine Republik werden muss, breekt zij een lans voor een Europa van de regio’s. Het stoort haar dat Europeanen klagen dat alles vierkant draait, maar als alternatief alleen een terugkeer naar de natiestaat weten te bedenken. De natiestaat is volgens Guérot, nu hoogleraar Europese Studies aan de universiteit van Krems, juist waarom de EU niet werkt. Het zijn natiestaten die zorgen dat de Unie disfunctioneel is. Zíj hebben een Europese munt ingevoerd, maar alle besluitvorming erover nationaal gehouden. Zíj lieten de banken Europees gaan, maar hielden het toezicht nationaal. Zíj haalden binnengrenzen neer, maar investeerden niet in gemeenschappelijke grenswacht en asielbeleid. Eén tegenslag, en elk land volgt zijn eigen nationale belang – en het gezamenlijke project ligt op zijn gat. En wat zeggen de regeringen dan tegen burgers? „Europa heeft gefaald.”

Het probleem in Europa, stelt Guérot vast, zijn de natiestaten. Dus, concludeert zij, moet je ze er tussenuit halen. Zij ging terug in de geschiedenis van politieke ideeën – iets wat iedereen nu zou moeten doen! – en ontdekte dat de geschriften van Plato tot Kant tonen dat „burgers, als ze een nieuw politiek avontuur begonnen, altijd een republiek stichtten. Res publica is de organisatie van het gemeenschappelijke goed”.

Kijk naar Tirol, Baskenland, Schotland, Catalonië: regionalisme functioneert prima, binnen landsgrenzen én er overheen. Anders dan veel natiestaten zijn regio’s organisch gegroeid, van onderop. Ze geven burgers een identiteit, een Heimat, de nestgeur die ze in het grote Europa niet ruiken. Frankrijk is daar jaloers op, en onderdrukt regionale macht en identiteit. In Duitsland zijn regio’s juist sterk: ze hebben hun eigen schoolboeken.

In haar boek beschrijft Guérot hoe je, rondom die regio’s, een nieuwe Europese constructie kunt opzetten waar burgers warm voor lopen. Allen krijgen gelijke rechten – Finnen en Portugezen, meerderheden en minderheden – en besturen zichzelf regionaal en democratisch. Het probleem van het dominante Duitsland en het bevoogde Zuid-Europa verdwijnt meteen. Dat van populistische politici met valse nationale oplossingen voor internationale problemen trouwens ook.

Zolang er geen alternatief is voor de EU in zijn huidige vorm, en iedereen blijft kankeren zonder perspectief op iets nieuws te bieden, is nationalisme de enige uitweg die burgers zien. Dat populisten zo’n kans grijpen, is logisch. Brexit is het gevolg van die valse keus tussen In en Uit: „Meer exits volgen, tenzij we andere oplossingen aandragen.”

Guérot wijst erop dat je honderd jaar geleden van Innsbruck tot Kiev kon reizen zonder één grens over te steken. Dat onze paspoorten pas dateren van oktober 1920. „Voor 1914”, citeert ze Heinrich Mann, „was het woord ‘buitenland’ vooral een stijlfiguur”.

De ondertitel van het boek luidt: Eine politische Utopie. Inderdaad, een Europese Republiek komt er waarschijnlijk nooit. Maar eindelijk een Europees pleidooi lezen vol optimisme doet enorm goed en zet aan tot denken. Kan er snel een Nederlandse vertaling komen?

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een column over Europa