De wimpers van Franco

Interview Fernando Sánchez Castillo

Macht, machtsmisbruik en dus machthebbers: dat zijn de obsessies van kunstenaar Fernando Sánchez Castillo. Zijn werk is op twee plaatsen in Nederland te zien.

Bronzen afgietsels van wat een conflict reëel betekent, een kunstwerk van Fernando Sánchez Castillo geïnspireerd op het schilderij De Hooiwagen van Hieronymus Bosch. Foto’s Ben Nienhuis

We zijn zeker al een uur bezig met ons skype-interview – kunstenaar Fernando Sánchez Castillo woont in Madrid – als hij zich plotseling omdraait en vanonder de bladeren van de gatenplant in de hoek van zijn woonkamer een buste tevoorschijn haalt. Het is Franco, de Spaanse dictator die een prominente rol speelt in zijn werk. Maar Franco zit niet in zijn eentje tussen het groen, er schuilt ook een buste van Juan Carlos I, de vader van de huidige koning. En aan de overkant, net buiten het bereik van de camera in zijn laptop, blijkt een gipsen buste van Pinochet te staan.

Oké, dan krijg ik ze allemaal te zien, de verzameling machthebbers met wie de kunstenaar het huis deelt. Met de laptop in de hand loopt hij naar de wc om zijn wc-rolhouder te tonen: een klein beeld van Hitler met een hoofd als een homp klei waar Sánchez flink in heeft geknepen. De afdrukken van zijn vingers maken de griezel tot een schertsfiguur – al helemaal met een pleerol op z’n kop.

Macht, machtsmisbruik en dus machthebbers: dat zijn de obsessies van Sánchez Castillo (1970). Hij treedt ze met alle mogelijke middelen tegemoet: video’s, bronzen beelden, performances. De onderwerpen zijn van een diepe ernst, wat hij ermee doet is absurdistisch en vol humor.

Op dit moment heeft hij twee tentoonstellingen in Nederland. In het Nationaal Militair Museum in Soesterberg werd hij uitgenodigd om het honderdjarig bestaan van de tank te markeren. Dat deed hij met een vijf meter hoge replica van de anonieme held die, met zijn plastic tasjes in de hand, de tanks tot stilstand bracht op Tiananmen Plein in Beijing. Aan zijn voeten staat een heel leger van mini-Tiananmen-mannetjes – samen een sterk beeld van onverzettelijkheid. In het Stedelijk Museum in Den Bosch is zijn tentoonstelling onderdeel van het Hieronymus Bosch-jaar.

Dit voorjaar was er ook werk van hem te zien op de groepstentoonstelling Hacking Habitat in de oude gevangenis in Utrecht. Daar stalde hij dertig ton aan oud metaal uit in grote geperste blokken – slechts 10 ton van de 300 ton schroot die tot voor kort het schip van Franco was, de Azor. „De regering wilde ervan af en bood het te koop aan, op voorwaarde dat het zou worden gesloopt. De koper heeft geprobeerd het in het binnenland als een toeristenattractie te gebruiken onder de naam Motel Azor – ‘Slaap in het bed van Franco!’ – maar hij ging failliet. Daarna kwam een Braziliaanse madam die het als hoerenkast exploiteerde, maar ze betaalde de huur niet. Toen kon ik het schroot samen met een metaalboer voor weinig geld kopen, en slopen.”

Het was niet Sánchez’ eerste wilde project. „Ik heb ook geprobeerd om in Irak een beeld van Saddam Hussein te kopen. Maar na de aanslag in Madrid in 2004 kreeg ik dat niet meer gefinancierd.”

Sánchez heeft een sterke band met Nederland. In 2005 bracht hij een jaar door aan de Rijksakademie en voor de beeldententoonstelling Sonsbeek in 2008 zette hij Franco, Stalin en Mussolini in een fontein zo neer dat ze elkaar doorlopend bespuwden.

Mijn eerste kennismaking met zijn werk was een video die nu ook in het Militair Museum te zien is: een even geestig als ontroerend ballet voor twee waterkanonnen van de Mobiele Eenheid die als een verliefd stel om elkaar heen draaien en met hun waterstralen zwiepen en pronken.

Bivakmuts

Rompen, staarten, een paardenkop, een vuist, een gympie, een boomstronk, takken, aardappelen met spijkers erin, een scooter en autobanden, veel autobanden. De afdruk van een laars in de modder, een paar dode honden, een bivakmuts. Hier op de grond in de grote zaal van het Stedelijk Museum in Den Bosch komen de hoge heren van de standbeelden degenen tegen die hen van achter de barricades hebben belaagd en neergehaald. Hier wordt geen vrede gesloten. Het is een meterslange litanie van conflict, geïnspireerd op het schilderij De Hooiwagen van Hieronymus Bosch.

In het Máximapark in Leidsche Rijn heeft Sánchez ook zo’n barricade opgeworpen, die hij „een monument voor de democratie” noemt. En daar zijn net als hier alle voorwerpen in brons afgegoten. Ook het gympie, de aardappel, de bivakmuts en de banden. Het moet een heidens karwei zijn geweest om dit allemaal hierheen te vervoeren en naar binnen te hijsen.

Dat gezeul met lichaamsdelen, in dit geval een heel groot hoofd, is het onderwerp van een van de video’s die deel uitmaken van deze boeiende tentoonstelling. In zijn vaste gieterij heeft Sánchez een groot rond hoofd laten maken dat op alle denkbare manieren wordt gemaltraiteerd: tollend om z’n as wordt het door het zand achter een auto aan gesleept, een ravijn ingegooid, gestenigd, beschoten, begraven en weer opgegraven, en tot slot weggesleept door een boer met zijn ezel.

Van wie is dit hoofd dat zo moet lijden? „Iedereen ziet zijn eigen dictator erin”, zegt Sánchez. „De Spanjaarden denken dat het onze vorige koning is, de Chilenen zien er Pinochet in, de Mexicanen denken dat het hun vorige president is. Maar als je naar de video kijkt, voel je vooral medelijden.”

Hij vertelt over zijn pogingen om alle nog bestaande ruiterstandbeelden van Franco in Spaanse musea te bekijken. „Het zijn er nog een stuk of tien, maar ik kreeg alleen vanuit Barcelona en Zaragoza antwoord. Ik mocht de standbeelden niet zelf bekijken, het kon alleen als het een kunstproject was. Ik heb daarom voorgesteld om de beelden te laten betasten door een groep blinden.” In Zaragoza mochten de blinden het ruiterstandbeeld wel voelen, maar alleen in een aparte tent en onder de doeken en touwen waarin het was opgeslagen in het depot.

In Barcelona kreeg het project een haast kolderieke wending. „Het beeld was eigenlijk te groot voor het depot in het militair museum, dus hebben ze het hoofd en de benen eraf moeten halen om het erin te krijgen. Die zijn er daarna weer opgezet. Voor de blinden mocht het beeld uit het depot, maar toen we klaar waren raakte een van de schuifdeuren zijn been en dat viel er gelijk weer af.”

Hij schatert het uit. „Hadden ze het alleen met een beetje gips en één schroef weer vastgemaakt! En nu zeggen ze dat ze ook nog het hoofd kwijt zijn.”

Wimpers

Terwijl hij in de gieterij bezig was met dat reusachtige hoofd, hoorde hij iets verrassends van de man die hem daar hielp. Paco heette hij. „Toen Franco in 1975 overleed, moest er een dodenmasker worden gemaakt en ook een afdruk van zijn hand. Een beeldhouwer maakte een afgietsel van gips en deze man goot het daarna af in brons.”

De gipsen mal moest in de kluis worden bewaard, en opeens zag Paco dat er in het gips nog twee wimpers van Franco waren achtergebleven. „Hij pakte ze gauw met een pincet eruit en stopte ze in het cellofaantje van zijn sigarettenpakje. Paco had Franco’s wimpers al meer dan dertig jaar bij zich in zijn portefeuille. Hij had nog nooit iemand erover verteld.”

Nu wil Sánchez aan de hand van de wimpers Franco’s DNA laten onderzoeken, om te achterhalen of het kwaad hem al in de genen zat en of dat zich laat voorspellen. Het bronzen afgietsel van Franco’s rechterhand heeft hij laten zien aan enkele handlezeressen, zonder te zeggen wiens hand het was. „Hij heeft de hand van een dictator, deze man”, zegt de ene in de video Baraka (2015). „Hij had veel macht over mensen”, zegt de ander. En de derde: „Dit is de hand van iemand uit het leger.”

Het cellofaantje met inhoud, veiliggesteld tussen glasplaten als het blad van een grote metalen tafel, is het meest curieuze én tegelijk het minst zichtbare relict van Franco op de tentoonstelling. Aan de muur hangt een andere contramal, die overtuigend lijkt op een erect lid – en dan ook nog goudkleurig. Het is een afgietsel van het gat in de muur dat de kogel maakte die kolonel Tejero van de Guardia Civil in het parlement afvuurde bij de mislukte coup van het Spaanse leger in 1981.

Sánchez loopt even weg en houdt dan een flink doek met daarop Tejero’s handtekening voor de camera van de laptop. „In de gevangenis is Tejero gaan schilderen, en best verdienstelijk ook. Ik heb op internet twee van zijn doeken gekocht.”

Wordt hij nooit moe van de strijd tegen de macht – als een hedendaagse Don Quichot? „Het is zwaar om deze geschiedenis met me mee te dragen, als Spanjaard en als kunstenaar”, zegt hij. „Hoe kan ik aan Franco ontsnappen? Daarom gebruik ik een soms carnavaleske werkwijze. Mijn tijd in Nederland was geweldig, omdat het daar mogelijk was om de geschiedenis op een normale manier te benaderen. In Spanje kan dat nog steeds niet.”