De lange arm van George Soros

Ideologie

De Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros wordt intens gehaat in rechts-nationalistisch Europa. Alumni van zijn universiteit in Boedapest zijn de schrik van autoritair getinte regeringen. Hoe verspreidt Soros zijn gedachtengoed?

Miljardair George Soros woonde in juni zoals elk jaar de diploma-uitreiking bij van zijn Central European University (CEU) in Boedapest. Foto Daniel Vegel/ CEU

In de zomer van 2015 spoelden menselijke schokgolven van grens tot grens en voorbij de houten deuren van het gerenoveerde textielpakhuis waar István Rév kantoor houdt. Met duizenden migranten gestrand in een overstromend tentenkamp voor het Ooststation (Keleti) in Boedapest kon zijn Central European University (CEU) niet afzijdig blijven, zegt de hoogleraar geschiedenis en politieke wetenschappen.

De universiteit, opgericht en gefinancierd door de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros, regelde studieplaatsen voor vluchtelingen, voorzag hen van praktische informatie over wat hen te wachten stond in Europa en financierde het uitdelen van medicijnen. Een maand lang stond de expositiegalerij in het academische archief, waarvan de 65-jarige Rév directeur is, volgestouwd met hulpgoederen voor de Keleti-camping.

„Wij behoorden tot de eersten die besloten te helpen”, zegt de docent, met licht slordig krulhaar en dito kostuumjasje. De universiteit en haar progressief denkende oprichter Soros – volgens zakenblad Forbes 23ste op de ranglijst van rijkste individuen wereldwijd — stonden zij aan zij in hun pro-vluchtelingenstandpunt. Ook de EU zou geld moeten geven om jaarlijks 1 miljoen vluchtelingen op te vangen, verklaarde Soros.

Geen ongewoon statement voor een van ’s werelds voornaamste politieke filantropen: de in 1930 in Boedapest geboren hedgefondsmagnaat staat bekend als royaal donateur aan Democratische verkiezingscampagnes in de VS.

In Nederland trad zijn stichting, de Open Society Foundations (OSF), onder meer op als – meer bescheiden – sponsor van het ja-kamp in het GeenPeil-referendum over Oekraïne. De afgelopen drie decennia gaf de OSF meer dan 11 miljard euro uit om de vorming van pluralistische en democratische „open samenlevingen” te bevorderen. Daar horen ook vluchtelingen bij, volgens Soros.

Maar zoals het doorgaans gaat bij Soros: even fors als zijn stellingname, zijn de ongenadige reacties van zijn tegenstanders. „Hij [Soros] steunt organisaties – Hongaarse individuen, Hongaarse organisaties en internationale organisaties – die tot doel hebben de Hongaarse regering aan banden te leggen en ons te dwingen terug te wijken”, verklaarde de Hongaarse premier Viktor Orbán recent in zijn vrijdagse radio-uurtje op de staatsomroep.

Orbáns Fidesz-partij, boegbeeld van de anti-immigratiebeweging in Europa, schildert Soros af als spil in een masterplan om Europese natiestaten te ondergraven door de komst van honderdduizenden vluchtelingen. Orbán: „Ze willen dat we onze stringente wetten intrekken, ze willen dat we de migranten binnenlaten, het hek neerhalen, enzovoort.”

Toen Bill Clinton [voormalig Amerikaans president en echtgenoot van presidentskandidate Hillary Clinton] recent waarschuwde dat Hongarije op weg was naar een „Poetin-achtige dictatuur”, concludeerde Orbán: „Door de mond van Clinton spreekt George Soros”. Voor hem is het duidelijk: „In Centraal-Europa bestaat een schaduwmacht.”

Kop van jut

Dat de 85-jarige speculant – die rijk werd door controversiële manoeuvres zoals een miljardengok tegen het Britse pond in 1992 – zijn diepe zakken gebruikt om politieke invloed uit te oefenen, is waar. Dat maakt hem kop van jut ter rechterzijde in West-Europa en zeker in de VS. Vooral conservatieven houden niet van zijn kosmopolitische, ethisch-liberale agenda en zijn steun voor organisaties als Human Rights Watch, Amnesty International of Spior, dat discriminatie van moslims in Nederland in kaart brengt. Maar ten oosten van Wenen wordt zijn naam pas echt overgoten met vitriool, in mediacampagnes van vaak epische proporties.

De club van zijn vijanden reikt van aanhangers van de nationaal-conservatieve regering in Polen – waar de OSF investeert in denktanks, ngo's en onrechtstreeks ook in de oppositiegezinde krant Gazeta Wyborcza – tot de door hen verafschuwde Russische regering. In Moskou zette het Openbaar Ministerie de nationale OSF-afdeling eind vorig jaar op een lijst van „onwenselijke organisaties”. Volgens de aanklager is de club van de pro-Oekraïense Soros een „bedreiging voor de grondvesten van het constitutionele systeem van de Russische federatie en de staatsveiligheid”. Wat al die regeringen gemeen hebben, is een conservatief-nationalistische agenda en argwaan tegen middenveldorganisaties die tegengas geven aan autoritair getint beleid.

Weinig andere netwerken zijn zo actief in de financiering van dat middenveld als Soros’ OSF. Van anti-corruptieonderzoek tot LHBT-rechten, van geestelijke gezondheidszorg tot het lot van de achtergestelde Roma-minderheid: vaak is de OSF een van de weinige geïnteresseerde partijen. „Duizenden Roma zouden hun school niet afgemaakt hebben zonder Soros”, zegt Rév.

Het engagement van de als ‘György Schwartz’ geboren Soros werd bepaald door zijn ervaringen met fascisten en communisten in zijn geboorteland. Soros overleefde de nazi-bezetting dankzij valse identiteitsdocumenten geregeld door zijn vader. Die had zelf al de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie doorstaan. Wanneer hij in 1947 naar Londen trekt, wordt hij aan de London School of Economics een leerling van Karl Popper. De filosoof en zijn magnum opus De Open Samenleving en haar Vijanden, een pleidooi voor liberaal-democratische samenlevingen en tegen totalitaire tendenzen uit linkse en rechtse hoek, maken grote indruk. De miljoenen die Soros in de City en later in New York verdient, laat hij vanaf 1984 terugvloeien naar Oost-Europa.

Legendarisch is zijn donatie rond die tijd van honderden kopieermachines aan Hongaarse bibliotheken, waarmee dissidenten op grote schaal verboden literatuur verspreidden. Vandaag de dag is Soros’ aanwezigheid in het centrum van Boedapest tastbaar: het Hongaarse hoofdkantoor van de Open Society Foundations bevindt zich in hetzelfde gebouwenblok als de campus van de Central European University, op een steenworp afstand van het Hongaarse parlement.

De universiteit, die zich toespitst op de sociale wetenschappen, kreeg in 1991 als missie „het transitieproces van dictatuur naar democratie te faciliteren” in het voormalige Oostblok. Met 1.400 master- en doctoraalstudenten uit 97 verschillende landen, is het de meest kosmopolitische universiteit in Midden- en Oost-Europa. Behoeftige studenten kunnen rekenen op forse studiebeurzen, docenten verdienden doorgaans hun sporen aan andere prestigieuze universiteiten, bij internationale organisaties of in de politiek. Op de diploma-uitreiking in juni – een evenement waarbij de oprichter steevast een redevoering geeft in toga – omschreef Soros de universiteit als „een van mijn meest geslaagde creaties”.

Fragiele democratieën

De universiteit biedt colleges aan in de filosofie, sociologie of economie, maar ook specialisaties in nationalisme-studies en oplossing van conflicten in de Balkan. Er is een onderzoeksgroep die nu al de naoorlogse heropbouw van de Syrische stad Aleppo voorbereidt. Rode draad zijn concepten als democratie, mensenrechten en sociale rechtvaardigheid. Het Engels – de officiële voertaal aan de universiteit – heeft in de wandelgangen ook vaak een Amerikaans, Canadees of Nederlands accent. Maar het zwaartepunt blijft liggen bij studenten uit fragiele democratieën, zegt scheidend rector John Shattuck, voormalig Amerikaans topdiplomaat. „We leiden mensen op die deel willen uitmaken van de civil society in hun land. 70 procent gaat terug: zij zorgen voor een omgekeerde braindrain.”

„Het was aan CEU dat ik verliefd werd op de mensenrechten”, zegt europarlementariër en voormalig Roemeens minister van Justitie Monica Macovei. „Ik studeerde nog rechten in communistische tijden. Toen ik een advertentie zag voor een opleiding in Boedapest, wist ik dat ik echt recht moest gaan leren: je kan niet in een democratie leven zonder de wet te kennen. Terug in Roemenië ging ik gelijk het gevecht aan met mijn collega’s die mensenrechten schonden.”

Weinig politieke daden hadden zoveel effect op de jonge Roemeense democratie als Macovei’s beslissing in 2005 om een onafhankelijke anti-corruptieaanklager aan te stellen. Ze hield het niet lang vol als minister, maar haar opvolgers jagen met grootschalige onderzoeken en vele arrestaties het sjoemelende Roemeense establishment meer dan ooit de stuipen op het lijf. Macovei zelf zit nu in de raad van toezicht van de universiteit, die pronkt met alumni als zij of de Georgische president Giorgi Margvelasjvili.

„Het is een instelling van wereldformaat”, zegt Zoltan Kovács, woordvoerder van premier Orbán, in zijn regeringskantoor op enkele honderden meters van de campus. Hij is er zelf gepromoveerd. Ook een reeks andere prominenten van Orbáns Fidesz-partij bracht tijd door aan de Central European University. Orbán zelf ging als jonge anticommunistische politicus in 1989 in Oxford studeren met een door Soros gefinancierde beurs. „Ik zou willen dat alle Hongaarse universiteiten bestuurd worden als de CEU”, zegt Kovács. „Maar het is jammer dat sommige afdelingen politiek bedrijven.”

Hoogleraar Rév vindt het kostelijk. Dat Fidesz-leden aan de universiteit studeerden, bewijst volgens hem dat deze er niet alleen is voor de linksen en liberalen. Scheidend rector Shattuck zegt dat uiteenlopende ideologieën welkom zijn. „Sommige publieke functionarissen promoten hun eigen nationalistische doelen”, zegt hij in zijn kantoor achter een negentiende-eeuwse façade, „door te claimen dat alle nieuwe ideeën van buitenaf een poging zijn om het land over te nemen”.

In Hongaarse regeringsgezinde kranten wordt Shattuck een „Soros-lobbyist” genoemd en zijn universiteit een „vliegwiel voor de verspreiding van post-Marxistische ideologie”. In de commentaren van die kranten zijn verwijzingen naar Soros’ Joodse afkomst niet van de lucht. De verdachtmakingen van de universiteit lijken vooral een neveneffect van de activiteiten van de meer politieke vleugel van Soros’ netwerk. Niet alleen uiten door hem gesteunde ngo’s vaak openlijk kritiek op de Hongaarse regering. Interne documenten gelekt door de website DC Leaks suggereren dat Open Society Foundations Hongaarse experts in contact bracht met mensen in de Europese Commissie en het Europees Parlement, opdat die meer druk zouden uitoefenen op Boedapest over haar fel bekritiseerde omgang met de rechtsstaat en persvrijheid.

Uit het openbaar gemaakte e-mailverkeer van Hillary Clinton blijkt dat Soros vaak toegang had tot de minister van Buitenlandse Zaken en haar ook advies gaf over buitenlandse aangelegenheden, zoals een regeringscrisis in Albanië.

Hillary Clinton

Soros-critici verbinden dat soort lobbywerk graag aan oudere wapenfeiten die de indruk wekken dat de miljardair staatsgevaarlijk is. In het Servië van Slobodan Milosevic leverde zijn netwerk financiële en andere bijstand aan regeringskritische media en Otpor (Verzet), de studentenorganisatie die het voetstuk onder de oorlogspresident hielp weg te beitelen. In de aanloop naar de Georgische Rozenrevolutie in 2003 verleende het steun aan groepen die de strijd aanbonden met president Eduard Sjevardnadze.

In Macedonië kreunt de nationalistische VMRO-partij, tot voor kort oppermachtig, al maanden onder straatprotesten. Met enige regelmaat waarschuwen regeringsgezinde media er voor de diabolische plannen van de ‘Sorosoïdes’: activisten die duizenden euro’s zouden ontvangen van Soros om met wapens demonstraties in bloedbaden te veranderen.

„Bangmakerij”, zegt de linkse anti-regeringsactivist Anastas Vangeli in de hoofdstad Skopje. Hij heeft nationalisme-studies gestudeerd aan de Central European University. Enige reden tot angst heeft zijn actiegroep wel: de regering wordt verdacht van grootschalige afluisterpraktijken, verkiezingsfraude en zelfs het verhullen van moord.

Zo’n tien procent van de leden van In Vangeli’s actiegroep studeerde aan de CEU – het is een aantrekkelijke optie voor studenten die hun eigen „post-communistische onderwijssysteem” moe zijn. Vangeli: „Aan de CEU ontwikkelde ik vooral een werkethiek: 60 pagina’s per dag lezen en dan veel schrijven. Je ontmoet er mensen van overal ter wereld. Het verbreedde mijn blik.”

Aan Soros gelinkte groepen in Macedonië zijn veel gematigder dan zijn vrienden, zegt Vangeli. „Wij willen echt van de regering af.” Oproer kraaien is geen deel van het curriculum, benadrukt docent Rév in Boedapest: „We moedigen niemand aan om revoluties te starten, wel om hun vrijheid serieus te nemen.”

De ideeën die de universiteit en haar zusterorganisaties schragen, zijn de afgelopen jaren meer onder vuur komen te liggen, geeft scheidend rector Shattuck toe. Ook zijn er geen illusies meer over de snelheid waarmee samenlevingen hun verleden van zich af kunnen schudden. Maar ontmoedigd is Shattuck niet. Op enkele honderden meters van zijn kantoor nadert de nieuwe universiteitsbibliotheek voltooiing. Oproepen van de Hongaarse regering aan Soros en de zijnen om het land te verlaten, zijn dus in de wind geslagen. Shattuck: „Het verschil met voorheen is alleen maar dit: we praten met onze studenten niet meer alleen over het creëren van een open en democratische samenleving, maar ook over de tegenbeweging. Ze zijn voorbereid op de crisis waarin de wereld zich bevindt.”