‘De bedoeling is om er iets groots van te maken’

Interview Kees Wieringa

In september vertrekt Kees Wieringa naar Qatar. Om daar directeur te worden van het privémuseum van een sjeik.

Sjeik Faisal Bin Qassim Al Thani in zijn privémuseum in Doha, Qatar, in 2007. Foto AFP / Karim Jaafar

Hij was toe aan een grotere ambitie, zegt Kees Wieringa (57), tot voor kort directeur van museum Kranenburgh in Bergen. Volgende maand gaat Wieringa, ook bekend als concertpianist, in Qatar aan de slag als directeur van het Faisal Bin Qassim Museum, het privémuseum van de gelijknamige sjeik, lid van de koninklijke Al Thani-familie.

Het museum, een woestijnfort met daaromheen een natuurgebied waar zelfs leeuwen worden gehouden, is gesitueerd in een oase op twintig kilometer buiten de hoofdstad Doha. In vijftien grote zalen wordt het cultureel erfgoed van het land getoond: tapijten, Islamitische kunst, de bootjes van de parelduikers (zeventig jaar geleden nog de belangrijkste bron van inkomsten in Qatar) en een verzameling klassieke Amerikaanse auto’s.

Hoe is het museum bij u gekomen?

„Ik werd een jaar geleden getipt over deze functie. Toen heb ik een briefje gestuurd. Ik heb een heleboel gesprekken gevoerd en ben twee keer daar geweest. Toen ik in december bij Kranenburgh ontslag nam, was mijn benoeming al bijna rond. Het laatste gesprek in Qatar zou met de sjeik zelf zijn. Om middernacht ging ik bij hem op de thee. Dat was als in een sprookje: een paleis met gouden plafonds en daar zat ik dan op een tapijt. Het duurde maar een half uur, maar het was een heel goed gesprek over onze visie op het museum. Hij vroeg of ik nog een paar dagen langer wilde blijven, voor nóg een paar gesprekken. Die waren met zijn kinderen. Zij namen mijn laatste twijfel weg. Ze bevestigden dat ik straks echt mijn visie op het museum kan loslaten.”

Wat is uw opdracht?

„Het museum trekt nu vooral vrienden en bekenden van de sjeik. De bedoeling is om er iets groots van te maken: een museum over het cultureel erfgoed van Qatar, dat wereldwijd erkenning krijgt.”

De collectie maakt een nogal onsamenhangende indruk. Hoe gaat u dat realiseren?

„Op dezelfde wijze als waarop ik in Nederland succes heb geboekt. Door musea met toerisme te verbinden kun je het tij keren, ook in tijden van bezuinigingen. Bij het museum komt een hotel, we gaan tours door de woestijn aanbieden, en een festival en concerten organiseren. Door bijzondere ervaringen aan te bieden, lok je bezoekers.

„Het museum heeft nu inderdaad iets van een depot, zoals een van de kinderen van de sjeik zei. Maar de collectie heeft wel veel verhalen in zich. Ik wil tentoonstellingen maken over verzamelen en hoe je het van parelvisser tot miljardair kunt schoppen: het verhaal van de oprichter.”

Bij Kranenburgh kreeg u het aan de stok met de raad van toezicht. Verwacht u dat de samenwerking in Qatar soepeler zal verlopen?

„In Doha delen we dezelfde visie – dat is het allerbelangrijkste.”

Michael Huyser, de directeur van het Scheepvaartmuseum, vertelde onlangs in een interview over zijn mislukte avontuur als directeur van een kunsthal in Abu Dhabi. Contracten zijn in de Golfregio bepaald niet heilig, waarschuwde hij.

„Michael is een goede vriend. Hij gaf alles op in Nederland en vertrok naar de Emiraten. Mijn vrouw en kinderen blijven voorlopig in Nederland. Ik zie zoveel mogelijkheden in de kunstsector. Dit is een internationale kans die ik wilde aangrijpen.”

En uw muziekcarrière?

„Ik ga door met spelen. In het najaar staat een concert in New York gepland en in februari treed ik op in het Concertgebouw in Amsterdam.”