Butler van nu kan je hele levensstijl managen

Bedienend personeel Het is in Engeland niet uit de tijd om personeel te hebben. Maar de butler van nu doet veel meer dan bedienen. Hij is chauffeur, personal assistant en reist mee de wereld rond. “In Engeland draag ik een jacquet, maar op het jacht een T-shirt en shorts.”

In Engeland zijn speciale butleropleidingen. Foto Laif/ Hollandse Hoogte

Op nummer 26, Eaton Square, draagt een butler pakjes binnen. Bij de buren wordt de blinkende klopper nog eens opgepoetst door een Filippijnse in blauwe jurk. De portier van nummer acht – in donkergrijze broek met krijtstreep – wrijft met een zacht doekje een denkbeeldige vlek van een blauwe Ferrari. En schiet dan weg om de voordeur voor een stel open te houden. Een Australisch kindermeisje duwt een kinderwagen door het hekje van het privépark in het midden van Eaton Square. „Zou mummy al thuis zijn”, vraagt ze het huppelende kind naast haar.

Dwaal door de chique Londense wijk Belgravia en je ziet dat huishoudens met personeel geen verleden tijd zijn, of iets van de televisie, uit Downton Abbey. De beroepsgroep is in het Verenigd Koninkrijk, en zeker in rijk Londen, allerminst verdwenen. Sterker, volgens sommige gegevens zijn er na een dip na de Tweede Wereldoorlog en de jaren zestig inmiddels weer net zoveel mensen in dienst als honderd jaar geleden: 1,6 miljoen.

Het grote verschil: de overgrote meerderheid noem je geen dienstbode meer. Zij zijn de werksters, hondenuitlaters, privéleraren, tuinmannen, financieel adviseurs en cateraars die je ook in middle class-gezinnen aantreft. Zzp’ers die niet inwonen en meer dan één familie ‘bedienen’.

Een kleine groep werkt voor wat in Londen de (Ultra) High Net Worth (HNW) wordt genoemd, de allerrijksten. Dat zijn niet alleen Britten, maar vooral ook Russen, Chinezen en Arabieren, die in Londen een van hun kapitale huizen hebben staan. En hun personeel bestaat allang niet meer uit een poetsmeisje dat louter downstairs verblijft, een huishoudster met rinkelende sleutelbos of butler met een stiff upper lip.

Een butler van nu kan ook fungeren als persoonlijk assistent en chauffeur. „En de persoonlijk assistent doet weer veel meer dan het bijhouden van de agenda. Hij kan gevraagd worden een huis te kopen, een levensstijl te managen”, zegt Sam Martin van Quintessentially People, een wervingsbureau dat vier jaar geleden speciaal werd opgericht door de neef van Kate, echtgenote van prins William, voor de stijgende vraag naar personeel. Al wordt er volgens Martin ook nog weleens om een stiff upper lip gevraagd.

Foto Laif/HH

Foto Laif/HH

Stewardessen voor jachten

Quintessentially People werkt onder meer voor de Britse koninklijke familie en acht andere koninklijke huizen. Het bureau levert oud-militairen die als lijfwacht kunnen optreden, chauffeurs die commando bij een speciale eenheid zijn geweest, landgoedbeheerders, stewardessen voor jachten. „Vooral Chinezen zijn dol op Brits personeel”, zegt Martin, „zeker als het mensen zijn die in het paleis hebben gewerkt. Zij zijn goed opgevoed, elegant.”

Martin wist uit eigen ervaring hoe lastig het is goed personeel te vinden. Hij werkte eerder in het privékantoor van een Amerikaans echtpaar. „Ik moest lijfwachten vinden, bemanning voor hun jacht. Maar de bemiddelingsbureaus waren allemaal erg ouderwets.”

„De meeste HNW reizen voortdurend”, vertelt hij. Dat is de grote tegenstelling met vroeger, toen de aristocratie op zijn landgoederen verbleef, met af en toe een seizoen in het Londense huis, en heel af en toe een reis naar het buitenland. Martin: „Nu wil men een paar dagen op het jacht zitten, en dan per helikopter ergens anders heen vliegen, met liefst hetzelfde personeel.”

Ben Wyld (28), butler nieuwe stijl, vervult alle traditionele rollen, zoals toezien op het huishouden en bedienen. Maar hij repareert ook de iPads, en omdat ‘zij’ van sociale media houdt, gaf hij zichzelf daarin een spoedcursus. „Als we in Engeland zijn, ja dan ben ik als Carson [de butler uit Downton Abbey], en draag een jacquet. Maar op het jacht draag ik shorts en een T-shirt, en in een van de buitenlandse huizen in warme landen een gewone lange broek.”

Hij is discreet, vertelt niet voor wie hij werkt. Alleen dat het om een Britse familie gaat in „een prachtig stukje Engeland, de Cotswolds”. Hij woont met vrouw en kinderen op het landgoed. De dag begint om zeven uur, en eindigt wanneer de familie gaat slapen. „Het is een zware baan, maar de beloning is goed.” Wyld verdient inclusief extra’s en verzekering 80.000 tot 90.000 pond per jaar.

Foto Laif/HH

Praktijkles op een butleropleiding. Foto Laif/HH

Er zijn butleropleidingen, maar Wyld leerde het vak na een cursus al doende bij zijn eerste familie. „Als ik nu een nieuwe kamer binnenkom, zie ik onmiddellijk dat de snelste route misschien voor de televisie langs gaat, maar dat ik minder stoor via de bijzettafel. Je moet onzichtbaar zijn én aanwezig. De familie moet privacy hebben, maar je moet tegelijkertijd hun wensen voor zijn. Onzichtbaarheid is moeilijk te leren. Daar moet je een bepaald soort persoon voor zijn.”

Een hekel aan wachten

Niet alleen Britten zijn gewild personeel, ook goed opgevoede en opgeleide andere West-Europeanen. Er is een hele nationaliteitenhiërarchie onder HNW: Australische kindermeisjes zijn ideaal voor een gezin met jongetjes (want: sportief), Filippijnse huishoudsters zijn loyaal.

Dirk Duwaer, een 38-jarige Nederlander, omschrijft zijn baan als ‘fixer’. „Ik run het huishouden, ik reis mee. Als de baas om vier uur belt dat er dertig man komen eten, regel ik de wijn en de kaviaar.” Aan een eerdere baan bij een exclusief cateringbedrijf hield hij een nuttig adresboekje over.

Duwaer is even opgehouden met werken, hij kreeg een baby. Het leven in dienst is veeleisend: „‘Out of office’ bestaat niet in deze wereld. Inwonen heb ik nooit gewild, daar ben ik te oud voor. Maar dat betekent wel dat als de telefoon om twee uur ’s ochtends gaat, je moet opnemen.”

Op een vrijdagochtend wilde zijn werkgever ineens met de privéjet naar Sankt Moritz. „Tien uur weg uit Londen, wheels up om half twaalf. Bagage, kinderen en het kindermeisje in de ene auto, de baas in de andere. Onderwijl zorgde ik dat er kranten aan boord waren, er koffie werd gezet en het water uit de ijskast werd gehaald. Om zulke details gaat het. Onderweg merk je dat er geen verkeer is en je twintig minuten eerder op het vliegveld bent. De baas heeft een hekel aan wachten, dus bel je om een eerdere vertrektijd. In de lucht zorg je dat de skischoenen worden voorverwarmd en de sauna aanstaat. Je moet altijd alles een stap voor zijn.”

Het gevaar is, vertelt Duwaer, „dat je verwend raakt”. „De eerste twee jaar stond ik echt iedere dag met mijn ogen te knipperen: het was heel normaal 20.000 pond uit te geven in een weekeinde. Een goedkope hotelkamer voor de baas kostte 1.500 pond. Je begint dat gewoon te vinden. Maar je moet onthouden dat voor jou 300 pond al luxe is.”

En dat je zo weer op straat kunt staan. Duwaer: „Er wordt goed voor je gezorgd, maar het kan ook zo voorbij zijn.” „Ik ben personeel”, beseft ook personal trainer en choreograaf AJ O’Neill (34). „Mensen zijn aardig, je komt op de meest fantastische plekken en ik voel me ontzettend bevoorrecht. Maar er zijn geen garanties. Als je goed bent, houden ze je. Zo niet…”

O’Neill is een voorbeeld van de nieuwe generatie personeel: hij werkt voor meerdere klanten. Hij wordt ingehuurd als iemand op tournee gaat, of moet optreden. Sommige klanten traint hij elke dag, en recent „vloog ik naar de Alpen met iemand, zodat ze in haar chalet balletoefeningen aan de barre kon doen”. Ook hij blijft discreet over zijn klanten: „Je hebt toegang tot bepaalde mensen die je niet in iedere baan hebt.”

Meestal beginnen zijn dagen om zeven uur ’s ochtends, na de privéklanten volgen fitnesslessen, en ’s middags zijn er weer privéklanten. Hij vraagt 100 tot 250 pond per uur, en een vast bedrag voor buitenlandse reizen. „Ik probeer iedereen dezelfde dienst te verlenen, HNW of niet. Het verschil is vooral dat mensen die een succesvol bedrijf leiden exact weten wat ze willen. Een kwestie van de controle willen houden.”

Hij begrijpt dat wel: „Je wordt in iemands leven toegelaten. Dat schept verwachtingen.”

Mary Poppins-situaties

Een nog persoonlijker contact hebben kindermeisjes. Alexandra Tutty (40) was zowel een live-in als live-out kindermeisje. Toen ze inwoonde gingen privé en werk in elkaar over. „Je bent ’s avonds vrij, maar je woont in hun huis, bent onderdeel van de familie, en vrije tijd besteed je met de ouders. Nu ik al even meeloop, neig ik naar uitwonen.” Over de inhoud van het werk is ze helder: „Het is ouderschap bij volmacht, zeker als beide ouders werken.” Waarmee ze niet bedoelt dat zulke ouders per se hun kinderen verwaarlozen. „Ik ken wel Mary Poppins-situaties, waar de ouders de kinderen alleen een nachtzoentje geven. Maar de meeste families zien een kindermeisje als een extra paar handen.”

Tutty is een Norland-nanny, de gewilde kinderjuffrouwen van de gelijknamige opleiding in Bath. Daar haalden ook William en Kate hun kindermeisjes vandaan. Ze staan bekend om hun beige uniformen. Tutty vertelt: „De meeste families willen niet dat je het draagt: het laat immers zien dat ergens een rijke familie woont met kleine kinderen. Amerikanen willen juist wel dat je in uniform komt als de baby uit het ziekenhuis wordt opgehaald, of bij de doop.”

Haar eerste „jongetje is net achttien geworden”, vertelt ze trots. Sinds ze voor hem als peuter zorgde, werkte ze zowel bij gezinnen waar het informeel toeging, als in gezinnen waar ze echt tot het personeel behoorde. „Dan ga je om met de chef en de chauffeur en de huishoudster. Als je naast misschien een werkster het enige personeel bent, ben je veel meer deel van het gezin. Op Norland leer je hoe je daarmee om moet gaan. Zeker als je meegaat op vakantie, moet je de familie de ruimte geven. Helemaal als de moeder borstvoeding geeft, ben je heel dichtbij.”

De eisen die HNW stellen zijn misschien hoog, zegt Sam Martin van Quintessentially People. Maar het werk betaalt ook goed: het gemiddelde salaris voor een kindermeisje kan oplopen tot 120.000 pond per jaar, dat van een persoonlijk assistent tot 150.000 per jaar en dat van een butler tot 70.000 per jaar. Waarvan zij zelf weer iemand in dienst zouden kunnen nemen.