‘Alles is zielig, tot het koteletje op het bord ligt’

‘Ik heb dressuur gereden en gesprongen, maar dat doe ik niet meer”, zegt Antoon Schouten, samen met zijn vrouw Wilma eigenaar van Varkenshouderij Schouten.

We zitten in de achtertuin, het is een prachtige namiddag. Vaag ruikt het naar varkensstal.

Dochter Yolanda, biologielerares, serveert koffie. De familie ontvangt me alsof ik de nieuwe huisvriend ben.

„We steken er veel energie in om een goed stukje vlees te produceren”, zegt Antoon. Er groeit zo veel eelt op zijn duim dat het lijkt alsof er een tweede duim uit groeit.

„We hebben een slechte naam, wij zijn dierenmishandelaars, wij zijn milieuvervuilers, ik zeg tegenwoordig vaak niet meer wat ik doe”, verklaart Wilma. „Ik heb geen zin mezelf constant te verdedigen.’

Langzaam drinken we onze koffie.

„Alles is zielig”, zegt Wilma, „maar als het koteletje op het bordje ligt miepen ze niet. Vroeger kwam iedereen uit een boerenfamilie. Tegenwoordig weten de kinderen amper waar de melk vandaan komt.”

De familie heeft 300 zeugen en 2.500 varkens.

„We hebben een biologische luchtwasser”, zegt Antoon, „daar kun je met je goeie kleren in gaan staan en dan ruik je het nog niet.”

De biologische luchtwasser moet de ammoniakuitstoot verminderen.

„Hoeveel kost zo’n varken?” informeer ik.

„Je hebt een beursgenoteerde prijs en ze betalen me per kilo”, antwoordt Antoon. „Maar voor 155 euro mag je een varken meenemen, je bent alleen nog zo’n tachtig euro kwijt aan de slachter.”

We lopen naar de stallen. „Het leukst zijn de biggetjes”, zegt Wilma.

We kijken naar de biggetjes. De zeug zit tussen metalen stangen, wat haar bewegingsvrijheid vermindert. Een ietwat kreupel biggetje trekt onmiddellijk mijn aandacht. „Die gaat het niet redden”, zegt Wilma.

Misschien kan ik de kreupele big naar de achtertuin van mijn moeders huis transporteren. Verdient hij meer redding dan zijn niet-kreupele collega’s?

Omwille van mijn bezoek insemineert Antoon een zeug die al geïnsemineerd is. Een spuit wordt in de vagina gestopt. De vloeistof waarin het sperma vermengd zit, herinnert aan afwasmiddel.

Een soort plastic speelgoedtang wordt op de rug van de zeug gezet die haar de illusie moet geven dat de voorpoten van de beer op haar rusten.

Er staat ook een beer bij de zeugen, met wat stangen ertussen. „Zonder de geur van de beer worden ze niet goed berig”, legt Antoon uit.

Berig, een mooier woord dan geil.

Ook mensen zouden moeten zeggen: „Ik ben berig. Insemineer me nu. Liefst niet kunstmatig.”

(Wordt vervolgd)