Zo maak je de boerkini heel snel heel populair

Sinds vorige week heeft Cannes een boerkiniverbod. Het debat dat daarop volgde deed me denken aan een tekening door de cartoonist Malcolm Evans. Een zonnebril-dragende ‘westerse’ vrouw in bikini en een in een boerka gehulde ‘oosterse’ vrouw kijken elkaar argwanend aan. Vrouw in bikini: ‘Alles bedekt behalve haar ogen. Wat een vrouwonvriendelijke cultuur’. Vrouw in boerka: ‘Alles onbedekt behalve haar ogen. Wat een vrouwonvriendelijke cultuur’.

De relativerende boodschap van deze cartoon prikkelt, maar is uiteindelijk ongefundeerd. Religieuze bedekking voor vrouwen – van het hoofddoekje tot de boerka – is een door mannen bedachte verplichting die te allen tijde uitgedragen moet worden. Een bikini is slechts een uniform voor op het strand. Ook mannen dragen dan een zwembroek. Vooralsnog heb ik de ‘vrouwonvriendelijke’ bikini nooit in een collegezaal of in de supermarkt ontwaard.

Daarom heb ik vraagtekens bij het idee dat elke keuze per definitie een vrije eigen keus is, en een zelfgekozen hoofddoek of boerka dus niet vrouwonvriendelijk kan zijn. De essentie van vrouwenbedekking in Abrahamische culturen, waaronder de islam, is vrij helder: het maakt de vrouw verantwoordelijk voor de seksualiteit van de man. Als je van kleins af aan – wat bijvoorbeeld gebeurt in, soms illegale, meisjesinternaten in Nederland – leert dat vrouwen die hun haren niet bedekken ‘onzedig’ zijn en naar de hel gaan, is het maar de vraag hoe ‘vrij’ die vrije keus is. Daarnaast is bedekking van de vrouw geworteld in patriarchie in zijn zuiverste vorm: het markeert het bezit van de (toekomstige) echtgenoot. Daarom noemt de Egyptische feministe Nawal El Saadawi de sluier het ‘politieke symbool’ van mannelijke dominantie.

Niettemin zou je in een vrij land ook de vrijheid moeten hebben om regressieve waarden die je in je opvoeding hebt meegekregen uit te dragen. Vanuit een liberaal standpunt is een sluier-, boerka- of boerkiniverbod daarom niet te verdedigen, zeker niet als je de term ‘vrijheid’ toe-eigent in je politieke ideologie.

Tegelijkertijd zijn er veel vrouwen, ook in Nederland, die hun haar bedekken op een manier die helemaal niet consistent lijkt met de patriarchale norm die er historisch achter zit, getuige de weinig verhullende skinny jeans of sexy make-up die ze er soms bij dragen.

Dat illustreert dat er naast het principiële punt ook een pragmatisch argument gegeven kan worden tegen een verbod. De geschiedenis leert dat zodra van bovenaf culturele symbolen verboden worden, ze vaak juist nóg meer omarmd worden. Voor Erdogan aan de macht kwam volgde Turkije een repressieve vorm van secularisme. Vrouwen met hoofddoeken mochten geen openbare ambten beoefenen en werden als ‘achterlijk’ bestempeld door de stedelijke elites. Met als gevolg dat de conservatieve türban, zeg maar een hoofddoek on steroids, als symbool van verzet werd gedragen door steeds meer vrouwen.

In Iran is het omgekeerde aan de hand. Omdat een repressieve overheid de hoofddoek er verplicht stelt, protesteren vrouwen juist door de hoofddoek zover mogelijk naar achteren te dragen om hun haar te tonen. Een les voor Nederland: een verbod op hoofddoeken, boerkas of boerkinis is de beste manier om die zaken populair te maken.

Wat mij betreft is het helemaal niet lastig om principieel op te komen voor het recht van vrouwen om zich te kleden hoe ze willen en tegelijkertijd zonder enige mitsen en maren te erkennen dat elke vorm van religieuze vrouwenbedekking in essentie vrouwonvriendelijk is.

Zihni Özdil is historicus en auteur van Nederland mijn Vaderland (Uitgeverij De Bezige Bij).