Ruzie over aanpak trombose dupeert patiënt

Zorgtoetreder

De trombosedienst is niet meer nodig, stelt een nieuwe zorgaanbieder. Maar de grootste trombosedienst bestrijdt dit. De nieuwkomer zou minder kwaliteit leveren.

Illustratie Roland Blokhuizen

Rattengif is het, letterlijk rattengif. En het wordt door bijna een half miljoen mensen in Nederland geslikt: hartpatiënten en mensen met trombose. Dagelijks slikken zij antistollingsmiddelen, in de volksmond bloedverdunners, om bijvoorbeeld bloedproppen in aderen te voorkomen of de kans op een beroerte bij hartritmestoornissen te verminderen.

De medicijnen zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Maar het moet ook weer niet te weinig stollen, dat is gevaarlijk. Daarom is het van groot belang de bloedwaarden in de gaten te houden van de mensen die deze medicijnen gebruiken. Dat is de traditionele functie van een trombosedienst: bloed prikken en de gegevens uitlezen in een lab. In Nederland bestaat een fijnmazige infrastructuur van regionale trombosediensten. Volgens kenners uniek in de wereld.

Maar die wereld verandert razendsnel. Zelf bloedverdunningswaarden meten is tegenwoordig makkelijk en betrouwbaar, waardoor patiënten niet meer naar de trombosediensten hoeven. En sinds een paar jaar is er een nieuwe generatie medicijnen op de markt, NOAC’s genoemd. „En dat is geen rattengif”, zegt internist-vasculair geneeskundige Sabine Pinedo. „De nieuwe generatie middelen is beter, er zijn minder hersenbloedingen dan met de oude middelen.” Het grootste verschil zit niet in de giftigheid, maar in de rechtstreekse werking van het middel. Het werkt zo doelgericht dat controle van de stollingstijd van het bloed niet meer nodig is. Kortom, de trombosedienst is overbodig.

Dat is een revolutie. En daarin wil Pinedo een rol spelen, met haar echtgenoot Roderik Kraaijenhagen, die cardioloog is. Samen runnen zij in Amsterdam medisch centrum Aterium, dat patiënten begeleidt bij de zelfzorg voor onder meer hoge bloeddruk, diabetes en hartziekten. Volgens Pinedo moet de huisarts de spil worden in de trombosezorg, waarbij zowel de huisarts als de patiënt wordt ondersteund door TromboVitaal, onderdeel van Arterium.

De nieuwkomer heeft het tij mee. Zes jaar geleden concludeerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg al dat de trombosezorg in Nederland te versnipperd is en dat allerlei partijen – trombosediensten, huisartsen, cardiologen, ziekenhuizen, thuiszorgmedewerkers, apothekers – niet goed samenwerken en onvoldoende informatie met elkaar delen. Van de ziekenhuisopnames als gevolg van medicijngebruik blijkt 10 procent veroorzaakt te zijn door traditionele antistollingsmiddelen. Daarom wil de inspectie dat de ‘eilanden’ in de trombosezorg worden verbonden.

De huisarts

De trombosezorg bij de huisarts onderbrengen past daar volgens Pinedo en Kraaijenhagen goed bij. De patiënt gaat langs de huisarts, wordt geprikt, de doktersassistent voert de bloedwaarden en data van de patiënt in een systeem van TromboVitaal in. Dat berekent binnen tien minuten welke dosering van het medicijn nodig is. De assistent kan het doseerschema aan de patiënt meegeven of via een beveiligd webportaal doorgeven.

De traditionele trombosediensten dreigen hiermee buitenspel te staan, helemaal nu ook de nieuwe generatie middelen eerste keuze is in de richtlijnen voor artsen.

Video van Trombovitaal gericht aan huisartsen:

Artsen die patiënten met boezemfibrilleren, trombosebeen of longembolie in de spreekkamer krijgen, moeten in principe de nieuwe middelen voorschrijven – tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen en toch te kiezen voor de klassieke weg langs de trombosedienst.

Er kleven wel twee belangrijke nadelen aan de nieuwe generatie middelen. De medicijnen zijn een stuk duurder dan het ouderwetse rattengif. Hoewel de vraag is of dat nog steeds zo is als alle kosten van een trombosedienst worden meegeteld.

En: therapietrouw is veel belangrijker bij de nieuwe generatie medicijnen. Wie zijn medicijn niet op tijd slikt, speelt met zijn leven, waarschuwt internist Pinedo. Daarom moeten de patiënten nog wel begeleid worden door zorgverleners.

TromboVitaal werkt ook samen met thuiszorgorganisaties als Buurtzorg en Cordaan. Pinedo: „Als iemand thuis geprikt moet worden, maken we gebruik van thuiszorgorganisaties. Die komen toch al thuis bij de patiënt, zodat de trombosedienst niet apart langs hoeft te komen.”

Maar trombosediensten vinden de aanpak niet fijn, zij ervaren broodroof, zegt Pinedo.

„We schoppen behoorlijk tegen de gevestigde orde. Mensen hebben getekend voor een overstap naar ons, want het is wel handig als er maar één iemand langskomt. Maar dan zegt de trombosedienst: we hebben uw brief niet ontvangen. Of zij verzetten zich als wij hun laten weten dat patiënt X is overgestapt. Dan gaan ze toch weer langs om te prikken. Zo krijg je gevaarlijke situaties met twee kapiteins op een schip.”

Atalmedial, de grootste trombose-organisatie van Nederland, ontkent dat dit gebeurt. De trombosedienst verwijt juist de nieuwkomer niet goed te communiceren waardoor Atalmedial bijvoorbeeld niet weet dat een patiënt is overgestapt naar de concurrent. Ook zouden patiënten over een gevoelige medische kwestie als de keuze van een trombosedienst geadviseerd worden door thuiszorgmedewerkers, stelt Atalmedial.

Klacht

De brief van Atalmedial aan huisartsen

De brief van Atalmedial aan huisartsen

Atalmedial spreekt van een „zorgelijke situatie”. Zij was zo „verontrust” dat ze zich genoodzaakt zag alle huisartsen in de regio Amsterdam per brief te waarschuwen voor de ‘matiger kwaliteit’ van concurrent TromboVitaal. Dat gebeurde in mei.

Ontoelaatbare vergelijkende reclame, volgens TromboVitaal. Die diende een klacht in bij de Reclame Code Commissie, die er donderdag een zitting over hield.

En is ook echt de kwaliteit minder? Pinedo: „Kijk naar Zorgkaart Nederland [een site waar je beoordelingen van zorginstellingen kunt zien, red.]. Atalmedial heeft 15 beoordelingen van gemiddeld een 4,4. Wij hebben 297 beoordelingen van gemiddeld een 8,8.”

De Reclame Code Commissie doet naar verwachting over vier weken uitspraak.