De hockeyers waren niet goed genoeg, ook niet voor brons

Hockey

Rio is uitgelopen op een deceptie voor de hockeymannen. Vierde, net geen brons. Maar hoorden ze daar niet gewoon?

Billy Bakker, Jeroen Hertzberger, Rogier Hofman, Sander Baart en Bob de Voogd (van links naar rechts) na de verloren wedstrijd om de derde plaats tegen Duitsland. Koen Suyk/ANP

Hoe goed was Australië nou écht? Misschien niet de eerste vraag die je zou stellen na de pijnlijke aftocht van de Nederlandse hockeymannen uit Rio. Aangeslagen vierde, zelfs de eer blijft achter in Brazilië. Het is ook zeker geen vraag die ook maar een seconde door de hoofden van de spelers zal hebben gespeeld vlak na de verloren shoot-outs tegen Duitsland, terwijl ze troost zochten op de schouders van teambegeleiders of zich verbijtend verstopten in de binnenkant van hun shirts. Maar het is wel een relevante vraag.

Ze dachten ineens aan goud

Het was de buitengewoon knappe, dominante overwinning in de kwartfinale op nummer een van de wereld Australië (4-0), jarenlang het land waarnaar de rest van de hockeywereld zich wilde spiegelen, die de ploeg van Max Caldas opeens serieus liet denken aan goud. Het eerste goud op een mondiaal eindtoernooi voor de mannen sinds Sydney 2000, een einde aan jaren ‘net niet’ en een stap uit de schaduw van de eenzaam heersende Nederlandse vrouwen.

Liefst 4-0 tegen hetzelfde Australië, dat twee jaar eerder de Nederlandse mannen afschminkte op het WK in Den Haag, door in de finale met 6-1 te winnen. Het betekende het einde van Paul van Ass als bondscoach en de intrede van de Argentijn Caldas, die de vrouwen al ongenaakbaar had gemaakt. Australië werd nu weggezet als een tweederangs ploeg met grote slijtageplekken.

De realiteit vertroebelde

Maar Australië zorgde in Rio al tijdens de groepsfase voor twijfel over de status van topfavoriet die het vooraf had gekregen. Twee keer verlies, tegen België en Spanje. Van Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië werd nipt gewonnen. Ja, de 4-0 was knap en ja, Nederland speelde zeer overtuigend. Maar Australië was toch niet een van de beste ploegen op dit olympische toernooi.

En eigenlijk gold voor Nederland hetzelfde. De euforie over die overwinning in de kwartfinale vertroebelde de realiteit: de Nederlandse mannen waren in Rio een zeer wisselvallige ploeg. Want ook Nederland overtuigde niet in de groepsfase: een gelijkspel tegen Argentinië, twee ruime overwinningen, op het mindere Ierland en Canada, ternauwernood winst tegen India en verlies tegen Duitsland.

Het besef kwam in de halve finale. 3-1 voor de Belgen, die wel degelijk een goed toernooi speelden in Rio, maar op grote toernooien tot nu toe zelden uitblonken. De nederlaag was terecht. Er was geen scherpte, er werden te veel fouten gemaakt. Caldas zei achteraf dat hij „zijn eigen team niet herkende”.

Het ene moment goud, het andere niks

Misschien is het team dat Caldas niet herkende tegen België wel wat dit Nederland is: het ene moment een team dat goud had kunnen winnen, het andere moment een team dat thuishoort op de vierde plaats.

Tegen Duitsland maakte Nederland donderdag eigenlijk geen aanspraak op het brons. De beste kansen waren voor de Duitsers, de olympisch kampioenen van vier jaar geleden in Londen, die na de eerste helft al op 2-0 hadden kunnen staan. Het was Jaap Stockmann, misschien wel de beste keeper van de wereld, die als zo vaak zijn ploeg redde.

Even hoop

Toen de 18-jarige Jorrit Croon in de tweede helft de 1-0 maakte met een bal zo bekeken en slim dat je hem alleen zou verwachten van iemand met veel meer jaren ervaring op het hoogste internationale niveau, kon Nederland ineens hopen. Maar de 1-1 volgde snel.

Het was wederom aan Stockmann te danken dat het duel nog eindigde in een serie shoot-outs, waarin Nederland het aflegde. Nadat de eerste shoot-out van Billy Bakker na inmenging van de scheidsrechters werd afgekeurd – hij deed er inderdaad langer dan de toegestane acht seconden over om de bal in de goal te krijgen – stonden de Nederlandse mannen constant onder druk. En die was ze uiteindelijk te veel.

De frustratie zat diep, zo bleek uit de reacties voor de camera van de NOS achteraf. De jonge Croon werd gefeliciteerd met zijn mooie goal, maar daar kon hij helemaal niets mee. Want wat heb je eraan? „We moeten naar onszelf kijken”, zei hij. Maar daar was het vlak na de deceptie nog geen tijd voor. Of Caldas vond dat de missie mislukt was? „Het is hier niet goed gegaan. Vanaf morgen kijken we waar het misging.”

Was Nederland gewoon niet goed genoeg, werd aan de ervaren Robert van der Horst gevraagd. De aanvoerder onderdrukte zijn ergernis, zo leek het. „Als we het hele toernooi gaan evalueren, dan nodig ik je volgende week op de koffie uit.”