Na zestig jaar is waterleven bij vuile goudmijn nog niet hersteld

Milieuvervuiling

Een beruchte Canadese goudmijn blies in de jaren vijftig veel zware metalen de lucht in. Waterdieren verdwenen, en bleven weg.

Zestig jaar nadat de beruchte Canadese goudmijn Giant Mine de lucht met zware metalen vervuilde, leven er nog steeds geen watervlooien in een naastgelegen meertje. Ecologen verbaasden zich er woensdag in een onderzoeksartikel in Proceedings B over dat het ecologisch herstel zo traag verloopt. Giant Mine is een goudmijn in Canada, bij het stadje Yellowknife. Tussen 1948 en 2004 is er goud gedolven.

De meeste vormen van ernstige milieuschade herstellen zich binnen enkele decennia, zo nemen ecologen aan. In 2009 concludeerden twee biologen na een inventarisatie dat dat ook geldt voor mijnvervuiling. Maar herstel kan ook na tientallen jaren uitblijven, leert de nieuwe studie.

De mijnbouw in de Giant Mine zorgde op allerlei manieren voor ernstige milieuvervuiling met arseen, omdat het goud gewonnen wordt uit arseenhoudende erts. De omliggende bodems zijn besmet met toxisch, arseenhoudend mijnafval. Er zijn opslagkamers voor het zeer giftige afvalproduct arseentrioxide (As2O3) die al eens overstroomd raakten.

Maar de vorm van arseen- en kwikvervuiling die Canadese biologen onderzochten, ging alleen via de lucht, en vond grotendeels plaats tussen 1948 en 1959. Om het winnen van goud te vergemakkelijken, wordt de erts (arseenpyriet) ‘geroost’: sterk verwarmd met hete lucht, zodat het oxideert. Daarbij komen grote hoeveelheden arseen, antimoon, kwik, lood en ijzer vrij. In de beginjaren van de Giant Mine gebeurde dat in de open lucht, maar daar stopte de mijn mee toen in 1951 een Dene-indianenkind stierf aan acute arsenicumvergiftiging.

Toch raakte een meertje op 1 kilometer van de roostplaats van Giant Mine zodanig vervuild, dat het waterleven nog altijd niet hersteld is. Dat komt deels doordat de vervuiling in het meertje, onverwacht, pas piekte in 1970 – blijkbaar duurde het enige tijd voor de zware metalen de meerbodem bereikten. Snel daarna verdwenen alle watervlooien en een deel van de diatomeeën, eencellige algen. Vissen leefden er in het koude meertje overigens toch al niet.

45 jaar later is het meerwater nog altijd vervuild, en zijn de uitgestorven watervlooien en diatomeeën niet teruggekeerd.