Met veel humor het gruwelijke zeggen

Emanuel Bergmann De debuutroman van deze Duitse schrijver leest als een joods sprookje. Lichtheid en duisternis wisselen elkaar op ingenieuze wijze af in een relaas dat zich afspeelt in nazi-Duitsland en het Los Angeles van nu.

Foto Dana Romina Tietjen

1908culEMANUEL

Als een roman begint met de zin ‘Aan het begin van de twintigste eeuw leefde in Praag een man met de naam Laibl Goldenhirsh’, dan weet je dat je in een joods sprookje bent beland. Dat besef wordt nog eens versterkt als Laibl een rabbijn blijkt te zijn die de raadsels van het leven wil oplossen en daarbij tot de conclusie komt dat er enige discrepantie bestaat ‘tussen de lichte heerlijkheid van de schepping en het vervelende en verregende leven van alledag’.

Dat conflict tussen die lichte heerlijkheid en het verregende leven is de rode draad in De truc, de debuutroman van Emanuel Bergmann (1972). De gruwelijkste gebeurtenissen weet deze Duitse schrijver, die eerder in de filmindustrie werkte, met humor draaglijk te maken. Dat doet hij tegen de achtergrond van een geloofwaardig historisch decor, dat zich uitstrekt van Praag in 1914 tot in het Berlijn van de nazi’s en Auschwitz.

Bergmann trakteert je eerst op een wonder. Laibl en zijn vrouw Rifka kunnen namelijk geen kinderen krijgen, omdat de rabbijn onvruchtbaar is. Als Laibl als soldaat uit de Eerste Wereldoorlog terugkeert, raakt Rifka alsnog zwanger. Een onbevlekte ontvangenis, noemt ze het zelf. Een wonder, zegt haar man. In werkelijkheid is Rifka bezwangerd door de bovenbuurman, de slotenmaker Mosche, met wie ze een verhouding had terwijl Laibl aan het front diende.

Homo-erotische vriendschap

De blije Laibl doet alsof zijn neus bloedt. Hij heeft tenslotte zelf iets te verbergen: zijn homo-erotische vriendschap met de commandant van zijn regiment, die nu zijn huisarts is. ‘Als jij me niet naar de oorlog vraagt’, zegt hij tegen Rifka, ‘dan vraag ik jou niet naar het wonder.’

Het relaas van de rabbijn en zijn vrouw gaat al snel over in dat van hun zoon Mosche. Als hij op zijn vijftiende een circusvoorstelling bijwoont, raakt hij in de ban van de circusdirecteur, een goochelaar met de naam ‘de halvemaanman’ die een Perzische prinses kan laten zweven. Mosche wil meteen zelf goochelaar worden. Hij loopt van huis weg en reist het circus achterna. Nadat hij er een baantje als drollenschepper heeft gekregen, begint hij een verhouding met de Perzische prinses, die, zodra ze haar zwarte pruik afzet, de blondine Julia Klein blijkt te zijn, het liefje van de circusdirecteur.

De halvemaanman brengt Mosche intussen de beginselen bij van het goochelen – de kunst om anderen in leugens te laten geloven. Ook geeft hij de joodse jongen een artiestennaam: Zabbatini – afgeleid van sabbat en ‘ini’.

Als hun overspel uitkomt, vluchten Mosche en Julia naar Berlijn, waar Mosche als de Grote Zabbatini volle zalen trekt. Daarnaast begint hij een succesvolle salon als ziener. Zo vraagt een van zijn klanten hem waar haar weggelopen poes Adolf uithangt. Op een nacht maakt ook de echte Adolf gebruik van zijn diensten, als hij Zabbatini uit bed laat halen om hem te vragen of de joden de Duitse natie wel of niet in een oorlog zullen storten. ‘Je mag gerust Adolf tegen me zeggen’, merkt de Führer op.

Tijdens de oorlogsjaren blijft Mosche gewoon in Berlijn, met vervalste papieren waarop staat dat hij een Iraniër uit Teheran is. De enige woorden Farsi, die hij spreekt, betekenen niets anders dan ‘Waar is de weg naar het station?’

Het gaat goed, totdat de wraakzuchtige halvemaanman hem verraadt. Hij belandt eerst in Theresienstadt, waar hij de kampcommandant, die trots is op alle joodse geleerden en kunstenaars die hij onder zijn hoede heeft, zijn trucs leert. Daarna volgt Auschwitz, waar hij zijn oude vader terugvindt.

Het verhaal van Mosche wordt afgewisseld met de lotgevallen van Max Cohn, een tienjarig joods jongetje in het Los Angeles van nu. Zijn ouders gaan scheiden en zijn enige hoop om dit te voorkomen is gevestigd op een goochelaar, de Grote Zabbatini, die hij op een oude langspeelplaat de toverspreuk van de Eeuwige Liefde heeft horen uitspreken. Die toverspreuk kan twee mensen voor altijd met elkaar verbinden.

De Grote Zabbatini heeft Auschwitz dus overleefd en is naar de VS gehaald, om er als gedachtelezer communisten op te sporen voor de CIA. Voor die functie is hij geronseld nadat hij zijn vaste truc op een Amerikaanse majoor heeft uitgeprobeerd: ‘Ik wil dat u aan een bepaald soort groente denkt. Het geeft echt niet welke groente…’ Iedereen blijkt op die vraag altijd ‘worteltjes’ te antwoorden. Het bewijs van zijn gave is zonder bovennatuurlijke inspanningen geleverd.

Bejaardentehuis

Om het huwelijk van zijn ouders te redden gaat Max op zoek naar de inmiddels 88-jarige Zabbatini. Hij vindt hem in een bejaardentehuis, op het moment dat hij zelfmoord probeert te plegen.

Ook hier trekt Bergmann een doos zwarte humor open, die aan het beste van Woody Allen doet denken. En als Max’ klagende grootmoeder op het toneel verschijnt, klinkt zelfs de echo van Philip Roths Portnoy’s Complaint.

Die humor is er ook als Max van zijn schoolvriendje Joey hoort wat er gebeurt als je ouders met je uit eten willen en vragen waar je zin in hebt. ‘Pizza’, had Joey geantwoord, waarna ze met hem naar Mickey’s Pizza Palace gingen om hem te vertellen dat ze gingen scheiden. Max schrikt zich rot: ‘Natuurlijk, ouders gaan scheiden, maar hij had gedacht dat pizza een van de weinige bestendige dingen in het leven was. Van die dingen, waar je je aan vast kunt houden.’ Een pizza zou na zo’n gebeurtenis voor altijd besmet zijn.

De chagrijnige Zabbatini wordt door Max weer tot leven gewekt. Hij bereikt zelfs een hoogtepunt in zijn carrière, die in de VS als een nachtkaars is uitgegaan.

Aan het slot van de roman komen het Duitse en Amerikaanse verhaal op ingenieuze wijze samen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor een Conradi-Horster verdwijnkoffer, die Mosche in 1939 in Berlijn heeft laten maken. Het verhaal van die koffer vormt de climax van deze tragikomische roman, geschreven in de beste joodse verteltraditie.