Inspecties: instanties maakten geen fouten in zaak Udo D.

De ex-tbs’er stak vorig jaar een prostituee in haar hals. Daarna ging hij een 68-jarige vrouw te lijf met een fles.

Rechtbanktekening van OvJ. Mevr. Mr. Hoekstra (L) en Udo D. Foto Aloys Oosterwijk / ANP

Hulpinstanties hebben de afgelopen jaren zoveel mogelijk gedaan om het gewelddadige gedrag van Udo D. in te perken. Dit constateren de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ) en de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) na onderzoek. D. stak in oktober vorig jaar een prostituee in haar hals. Daarna ging hij een 68-jarige vrouw te lijf met een fles. Laatstgenoemde overleefde de aanval niet.

Na het incident bleek dat de 39-jarige D. tot januari 2016 op rechterlijk bevel was opgesloten in een psychiatrische kliniek. Hoewel personeel de man omschreef als levensgevaarlijk en psychotisch, gaf de directeur-geneesheer van de kliniek toestemming om D. voortijdig vrij te laten.

De kliniek van GGZ Friesland gaf aan dat er geen mogelijkheden waren om de tbs’er langer vast te houden. Later bleek dit niet te kloppen: de directeur-geneesheer had D.’s verzoek om vrijlating kunnen afwijzen. Laatstgenoemde had dan naar de rechter moeten stappen om die weigering aan te vechten.

Hierna vroegen de burgemeester van Leeuwarden en politieke partijen om meer bevoegdheden om gevaarlijke mensen langer vast te houden. Maar volgens psychiater Wouter Teer van de GGZ Friesland waren de mogelijkheden om D. vast te houden wel degelijk uitgeput. Een patiënt kan alleen gedwongen worden opgenomen als hij gevaarlijk is, als dit gevaar wordt veroorzaakt door een psychische stoornis en er geen minder ingrijpende oplossing voor is.

Onderzoek

Op verzoek van de de gemeente Leeuwarden, de politie, het Openbaar Ministerie en GGZ Friesland, de zogenoemde ‘vierhoek’ stelden de IVenJ en de IGZ een onderzoek in. Daaruit blijkt nu dat de ‘vierhoek’, “in de jaren voorafgaand aan het incident de voor hen beschikbare bevoegdheden en wettelijke instrumenten hebben benut om het overlastgevende en soms criminele gedrag van D. zoveel als mogelijk te voorkomen en in te perken”.

Uit het onderzoek wordt ook de conclusie getrokken dat de casus van D. op pijnlijke wijze illustreert, ondanks de inspanningen van betrokken partijen, dat incidenten met deze doelgroep niet altijd te voorkomen zijn.

D. werd in juni veroordeeld tot zes jaar cel en tbs vanwege doodslag en poging tot doodslag. Die straf was conform de eis van het Openbaar Ministerie (OM).