In Amerika staan ze voor deze jonge Nederlandse schrijver in de rij

Thomas Olde Heuvelt Zijn horror-boek HEX is aan 16 landen verkocht. In San Diego stonden ze voor de jonge Nederlander in de rij. ‘Brilliantly original’.

Thomas Olde Heuvelt: ‘Om je lezer schrik aan te jagen moet je eerst een soort alledaagsheid uitspreiden’ Foto Kos Breukel

In een gerenommeerde boekhandel in Amsterdam vroeg ik naar de boeken van Thomas Olde Heuvelt. De verkoopster had nog nooit van hem gehoord. Ik zei: ‘Hij is populair, hoor’. En dat de schrijver in de VS was uitgenodigd ter promotie van de vertaling van zijn roman HEX. En dat HEX aan niemand minder dan horrorgrootmeester Stephen King een jaloersmakende tweet ontlokte: ‘A wicked witch holds an upstate New York town prisoner. This is totally, brilliantly original.’ Intussen heeft de verkoopster hem in de computer gevonden. Drie romans. HEX (2013). Harten Sara (2011). Leerling tovenaar vader & zoon (2008). Ze zegt: „Het is jeugdliteratuur.”

Als ik dat aan Thomas Olde Heuvelt (1983) vertel, schiet hij in de lach. „Dat is het absoluut niet.” Wat ik met hem eens ben. Veel te eng. Maar Nederland heeft niet veel horrorauteurs van eigen bodem en boekhandels weten soms niet wat ze ermee aan moeten.

Zit jij daar mee?

„Eerst wel. Ik wilde erkenning als schrijver. Nu maakt het me niet meer uit. HEX is aan zestien landen verkocht. Supergaaf.”

Je boeken in de schappen van de Amerikaanse boekhandels – dat was je doel.

„Ja. Als jongetje stond ik in de boekhandel voor de kast met de romans van Stephen King. Ik mocht ze van mijn moeder nog niet lezen, maar ik had wél alle flapteksten gelezen en ik wist dat dit mijn soort boeken was. Ik was twaalf, ik had een heel goed rapport en toen mocht ik Pet Sematary van Stephen King lezen: zijn meest duistere boek, een verhaal met een neerwaartse spiraal. Het greep me heel erg aan. Ik ben er echt door gevormd.

„Ik hield als jong kind al van vreemd en griezelig. Ik las Roald Dahl, Paul van Loon. Mijn oom in Amsterdam vertelde mijn zusje en mij voor het slapen gaan Bram Stokers Dracula na: elke avond een stukje, met een cliffhanger. Ik had er nachtmerries van, maar ik genoot er ook van. Zulke verhalen wilde ik ook maken. Had ik een idee, dan schreef ik drie alinea’s. Daarna ging ik voetballen en vergat het weer.”

‘HEX’ kwam uit in de VS. Je ben net thuis van zes weken promotie-toer.

„Het was waanzinnig. Mijn uitgever plande 22 events, van boekhandelbezoek tot een optreden op het San Diego Comic Con Event in San Diego, waar 200.000 bezoekers komen. Ik mocht er Hex signeren en ik verwachtte er niks van, maar er stond een rij van zestig meter.”

Olde Heuvelt deed het allemaal graag. Schrijft hij, dan doet hij dat alleen, op een afgelegen plaats, zonder afleiding. „Maar ik vind het ook leuk om er op uit te gaan en zo veel mogelijk mensen het boek te laten zien. Want ik ben er trots op.”

‘Hex’ doet mij heel Nederlands aan.

„Ja, het is oer-Nederlands. Vooral de botte nuchterheid. In de openingsscène zit een gezin gezellig te dineren. Ondertussen staat er in een hoek een zeventiende-eeuwse vrouw met dichtgenaaide ogen en mond. Lastig, onaangenaam, maar niemand die zich erover verbaast, want via een groeps-app weet het dorp altijd waar ze is. Verschijnt ze in de woonkamer dan hangen ze even een theedoek over haar hoofd. Die dingen heb ik in de Amerikaanse versie behouden.”

Want je hebt het boek herschreven voor de Amerikaanse vertaling.

„Ja. Ik wilde ook in de VS reacties krijgen in de trant van: ‘You bastard, I had to sleep with the lights on’ – dat vind ik leuk. Om je lezer schrik aan te jagen moet je eerst een soort alledaagsheid uitspreiden. Eerst lok je hem binnen in een herkenbare wereld. En daar laat je dan het vreemde, enge, bovennatuurlijke op hem los.”

Je verplaatste ‘HEX’ van Beek bij Nijmegen naar de Hudsonvallei in de staat New York. Waarom daar?

„Het is de geboorteplek van de gothic novel: Nathaniel Hawthorne van Young Goodman Brown en Washington Irving van The Legend of Sleepy Hollow. Er ligt veel Nederlandse geschiedenis. En in die streek voltrokken zich de heksenprocessen van Salem. De dode vrouw die in het dorp verschijnt, stamt nu uit een eerste generatie Nederlandse immigranten. De historische en culturele inslag heb ik dus veranderd, maar het verhaal is hetzelfde gebleven. Ik heb het Nederlands-praktische behouden. Dat is voor de Amerikaanse lezers vervreemdend, maar dat maakt het boek voor hen ook origineel. Alleen de humor paste ik soms aan.

„De man die het Hex-controlecentrum leidt, is een grof type en hij laat zich stevig seksistisch uit. Maar zulke grappen worden in Amerika helemaal niet opgepikt als leuk. Mijn Amerikaanse en ook mijn Britse redacteur zeiden: laat de heks hem die gruwelijke dingen zeggen? Nou nee, zei ik dan, hij heeft gewoon een rotdag. Snapten ze niets van. Zulke passages heb ik aangepast.”

Ik vind die oorspronkelijke grappen leuker. Ze tekenen die man.

„Ik ook. Maar wij zijn Nederlands. In Amerika heeft een vrouwonvriendelijk personage het verkeerde effect. Wij vinden het humor…”

… en we denken: loser.

„Exact! Ik moest het vervangen door iets minder expliciets, zodat ook het Amerikaanse publiek dat zou denken. Maar verder vind ik dat je niet ver genoeg over de schreef kunt gaan. Zoals die scène waarin een normale, moderne gemeenschap zich onstuitbaar overgeeft aan de openbare geseling van twee pubers. Dat gaat heel ver. Maar niet te ver.”

Je beschrijft het con gusto.

„Het is heel visueel beschreven, je ziet het voor je en dat komt hard binnen. Maar het raakt je ook doordat je ergens weet dat er onder bepaalde omstandigheden angstig weinig hoeft te gebeuren of mensen nemen deel aan een volksgericht. Kijk alleen al wat de vluchtelingencrisis aan morele chaos heeft opgeleverd. Je kunt in je boek je personages aandoen wat je wilt, maar vermoord je één huisdier – zoals die hond in Hex – dan krijg je woedende reacties. Dat verdragen lezers niet.

„En dat is allemaal overeind gebleven in de Amerikaanse versie. Maar de laatste vier hoofdstukken heb ik compleet veranderd. In de Nederlandse versie is het kwaad de wraak van de heks. Van een onbegrepen moeder ontwikkelt ze zich tot een evil super power. Maar daar valt weinig meer aan te interpreteren en bij nader inzien vond ik dat ook het verhaal breken. De nieuwe, Amerikaanse, versie is subtieler en daardoor veel enger. Nu komt het kwaad niet meer uit die heks, maar uit die mensen zelf.

„En de beschrijving van de hel heb ik geschrapt. Er ontstaat wel een hel, maar die komt door wat de mensen elkaar aandoen. Ze lynchen, ze martelen, ze stichten brand. Ze lijden. Dat is waar echte horror tenslotte om gaat. En…”

… en dan maak je in beide versies in een nawoord je excuses: Sorry, ik liet me even gaan, schrijf je.

„Hahaha. Ja, dat doe ik. Het is zo’n duistere nachtmerrie aan het einde, ik dacht: tijd voor een komische noot.”

Stephen King schrijft in zijn memoires ‘On Writing’ (2000) dat hij bij het schrijven soms zélf bang wordt van wat hij schrijft. Ken jij dat ook?

„Nee. En dat ‘sorry’ daarnet meen ik helemaal niet, want dit verhaal wilde ik beslist op deze manier vertellen. Schrijven en lezen verschillen cruciaal van elkaar. Schrijven is actief, lezen is iets ondergaan. Ik durf horrorfilms nauwelijks in mijn eentje te bekijken. Maar ik word zelden bang van wat ik zelf bedenk.”

In je boeken verwijs je naar ‘De Hel’ van Dante, ‘Alice in Wonderland’. Naar Carlos Castaneda en ‘De ontdekking van de hemel’ van Harry Mulisch.

„Ik lees veel en ik lees alles wat vervreemding in zich draagt. Fantasy is een breed genre – het schept een wereld waarin iets gebeurt wat niet kan. Dat geldt voor alle boeken die je noemde. Die herlees ik steeds, sommige las ik twintig keer. Vroeger schreef ik er soms een bladzijde uit over, en de volgende bladzijde schreef ik dan zelf, in diezelfde stijl. Ik wil van ze leren. En ik kan iets nog zo vaak lezen, pas als ik het typ begrijp ik een beetje wat een schrijver doet.”

Je roman ‘Harten Sara’ is geen horror maar magisch realisme.

„Ja, dat is een heel ander boek. Harten Sara gaat over het grensgebied tussen illusie en werkelijkheid. Over wat echt is en wat niet en hoe die in elkaar oplossen. Ik had een vriend die illusionist is, Dion van Rijt. Hij maakt geweldige voorstellingen waarin hij illusionisme combineert met dans. Ik keek veel naar zijn shows, en zag hem een wereld scheppen die een ander wel kan zien, maar niet kan begrijpen.”

Je hanteert het illusionisme als literair procedé. Als lezer weet ik niet waar ik ben, in de schijn of in de werkelijkheid.

„Het verhaal van Harten Sara is één grote illusie. Een meisje heeft een relatie met een illusionist. Die heeft voor haar het harige fantasiewezentje Beesje gecreëerd, omdat zij zich niet aan hem kan binden, maar wel aan zo’n wezentje. Sara beleeft waanzinnige dingen. Voor haar geliefde is alles een act die hij voor haar opvoert.”

‘Harten Sara’ is beïnvloed door ‘Who’s Afraid of Virginia Woolf’ – het toneelstuk van Albee over een echtpaar dat een zoon verzint om van elkaar te kunnen houden.

„Zeker, George en Martha uit Who’s Afraid doen het ook. En zo vreemd is dat niet. Ik heb het zelf ook meegemaakt: ik schreef dan wel boeken, maar geestelijk was ik erg jong, ik was mentaal nog niet in staat tot een serieuze relatie. Die slaagde toch doordat mijn partner een schijnwereld schiep. Een beetje zoals in het boek. In het begin, zegt Beesje tegen Sara dat hij zwanger is. Dan baart hij een gemsje, en dat stikt in de slaapzak – dat is eigen ervaring, zulke fantasieën waren gewoon voor ons. In het boek wordt Beesje ten slotte in het vriesvak ingevroren. Zo hebben wij onze relatie ook beëindigd.”

In ‘Harten Sara’ schrijf je: ‘Soms houden dingen op fantasie te zijn.’

„Die zin is de kern van mijn werk. Ik houd in verhalen van het moment dat de lezer zich realiseert: ik lees iets wat niet kan, maar ik geloof er toch in. Voor mij was Life of Pi van Yann Martel zo’n boek. Het gaat over een jongen in een reddingsboot, met een tijger en andere dieren. Ik twijfel geen seconde aan de echtheid ervan. Fantasieën kunnen echt worden, je grootste angsten net zo goed als je grootste dromen.

„Toen ik drie was, verloor ik mijn vader. Een onbekend virus tastte binnen anderhalve week al zijn organen aan. Iemand verliezen is mijn grootste angst. Dat wordt soms werkelijkheid als ik iemand in de liefde verlies, en ik grote moeite heb om daar overheen te komen. Anderzijds: ik droomde als 12-jarig jongetje van boeken schrijven die in Amerika verkocht zouden worden – en dat is nu óók werkelijkheid.”

Een merkwaardig virus – het had in een van je boeken kunnen staan.

„Soms gebeuren er onverklaarbare dingen. Met mijn vader, met iedereen. Dat grijpt me aan en het fascineert me. Een mens wil controle hebben, ik althans wel. Maar die heb je niet. Over niks.”

HEX. Luitingh Sijthoff, 352 blz. € 16,95. De herziene editie verschijnt op 8/9.