Je geld is op zoek naar een sok, matras of kluis

Centrale banken werken vaker met rentes onder de nul. Nu beginnen ook spaarders de gevolgen te voelen. Drie recente problemen met negatieve rentes op een rij.

Foto iStock

Onlangs kregen 139 klanten van een kleine Beierse bank een brief in de bus. U heeft bij ons een rekening van meer dan een ton, stond erin. En dat betekent dat u aan ons rente moet gaan betálen: 0,4 procent. Ook 70.000 zakelijke klanten van ABN Amro kregen onlangs post van hun bank:

„Geachte klant, wij gaan onze algemene voorwaarden aanpassen zodat het mogelijk wordt dat u rente aan ons moet betalen op uw banktegoeden.”

Betalen om te mogen sparen. Burgers en bedrijven beginnen de effecten te voelen van een van de meest opmerkelijke economische verschijnselen van dit moment: negatieve rentes. De discussie over negatieve rentestanden laait op.

Het begint allemaal bij de centrale banken. De Europese Centrale Bank (ECB) maar ook de centrale banken van Denemarken, Zweden, Zwitserland en sinds kort Japan, laten commerciële banken rente betalen om geld te stallen. Aan het einde van de handelsdag zetten banken overtollige tegoeden op een deposito van de centrale bank. Normaal ontvangen ze daarop rente, nu betalen ze.

Dit ‘betaald parkeren’ wordt steeds duurder. Bij de ECB is de depositorente stapsgewijs gedaald tot minus 0,4 procent. Bij de Zweedse Riksbank gaat het in sommige gevallen zelfs om -1,25 procent. Japan rekent -0,1 procent. De boodschap van centrale banken aan het adres van particuliere banken: uitlenen je geld, aan burgers en bedrijven. Anders krijg je bij ons een boete.

Europese rentestanden onder de 0 procent:

Het doel van centrale bankiers is, via meer kredietverlening door de banken, de economische groei en de inflatie aan te jagen. In tijden van zeer lage inflatie (rond de nul of daaronder) en een zwakke vraag ligt het ‘natuurlijke’ rentepercentage onder de nul, is de gedachte in centrale bankenland. Alleen dan komen leningen aan consumenten en ondernemers weer op peil.

Maar negatieve rentes zijn niet onvermijdelijk. Uit notulen van recente ECB-vergaderingen blijkt onenigheid binnen het bestuur over de vraag hoe diep de depositorente kan zakken. En de gouverneur van de Bank of England, Mark Carney, zei onlangs dat hij „geen fan” is van negatieve rentes.

Wat zijn de voornaamste problemen met negatieve rentes?

1. Banken raken in de verdrukking en rekenen ‘strafrente’ aan de klant

Banken kunnen niet al het geld dat ze hebben uitlenen – dikwijls omdat er simpelweg te weinig vraag naar krediet is. Ze kunnen daarom vaak niet om de negatieve depositorente heen en worden op kosten gejaagd. Wat het niet gemakkelijker maakt voor banken is dat de langetermijnrente fors is gezakt, ook door het beleid van centrale banken, die grote hoeveelheden staatsobligaties opkopen. Dat betekent: minder inkomsten op onder meer hypotheken.

Winstmarges van banken komen onder druk te staan. Dat is nog niet altijd te zien in de cijfers – de Nederlandse banken bijvoorbeeld maken aardige winsten – maar wel aan de aandelenkoersen van banken, die de voorbije maanden overal in Europa zijn gedaald. Beleggers denken dat banken het moeilijker gaan krijgen.

Het doorberekenen van de negatieve rente aan klanten is één methode voor banken om de schade te verzachten. De genoemde bank in Beieren, de Raiffeisenbank in Gmund am Tegernsee, spreekt van een ‘bewaarvergoeding’, Duitse media noemen het liever een ‘strafrente’. Die strafrente is nog niet wijdverbreid, maar dat ABN Amro zijn voorwaarden wijzigde om negatieve rentes te kunnen rekenen, laat zien dat meer banken overwegen die in te voeren.

Banken zoeken ook naar alternatieven voor het stallen van geld bij de centrale bank. Tot de verbeelding spreekt een aloude oplossing: de kluis met contant geld. ING heeft daar „recent goed naar gekeken”, zegt een woordvoerder. De bank concludeerde evenwel dat de kosten van cash in de kluis (logistiek, verzekeringen) nog hoger zijn dan het betaald parkeren bij de ECB. Ook Rabobank en ABN Amro willen er nog niet aan.

Een Duitse herverzekeraar, Munich Re, kiest al wel voor de kluis. Het bedrijf heeft zeker 10 miljoen euro contant geld opgeslagen om de negatieve rente van de ECB, die het bedrijf doorberekend krijgt door banken, te ontlopen.

embed-4-w1280

2. Het staat niet vast dat de economische groei en de inflatie erdoor toenemen

Met de negatieve rentes willen de centrale banken de kredietverlening door banken aan burgers en bedrijven aanjagen. Die moeten meer gaan consumeren en investeren en zo moeten de economisch groei en de inflatie weer op peil komen. Maar lukt dit ook? De twijfel erover neemt toe.

In Japan zijn de eerste resultaten van de depositorente van -0,1 procent niet bemoedigend. Die werd daar begin dit jaar ingevoerd en de kredietverlening groeide sindsdien maar met een schamele 0,2 procent. „De conclusie is dat negatieve rentes geen duidelijke impuls hebben gegeven aan de Japanse economie”, schrijft Ryoji Yoshizawa, analist bij kredietbeoordelaar Standard & Poor’s, in zakenkrant Nikkei Asian Review. De Japanse economie groeide in het tweede kwartaal helemaal niet. Ondertussen nemen ook in Japan de zorgen toe over de winstgevendheid van banken door de negatieve rente.

Onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) schreven vorige week dat het negatieve rentebeleid van het ECB tot dusver wel succesvol is geweest. Zowel de leenkosten voor banken als die van hun klanten zijn omlaag gegaan. Er is een „bescheiden” toename van de kredietverlening in de eurozone, aldus het IMF.

Die ligt zowel voor bedrijven als voor huishoudens 1,7 procent boven het niveau van een jaar geleden, meldt de ECB. Overigens, zegt de ECB zelf, komt dit niet alleen door de negatieve depositorente maar ook door vele andere ECB-maatregelen, zoals leningen tegen supergunstige voorwaarden aan de banken.

Het IMF heeft wel een waarschuwing aan het adres van de ECB: veel dieper kunnen de negatieve rentes niet zakken, want dan komt de winstgevendheid van banken in gevaar – en daarmee uiteindelijk weer de kredietverlening. Het laat zien dat het negatieve rente-instrument al snel contraproductief kan werken.

3. Onbedoeld effect: mensen gaan mogelijk juist méér sparen

De analist Yoshizawa stelt dat de negatieve rentes in Japan vooral onzekerheid hebben veroorzaakt onder consumenten en bedrijven. Zij zijn niet méér gaan uitgeven, zoals de bedoeling was, ze zijn juist meer gaan spáren.

Het volume aan Japanse spaartegoeden nam in de eerste helft van dit jaar toe met 5,6 procent, veel meer dan dezelfde periode vorig jaar (0,2 procent).

Voor dit ongewenste effect van negatieve rentes waarschuwen economen al langer. Op het merendeel van de spaarrekeningen is de rente (nog) positief, maar wel heel laag en dalende. Het psychologisch effect kan zijn dat mensen extra geld opzij zetten met het oog op de ongewisse toekomst.

The Wall Street Journal schreef onlangs dat hetzelfde effect zich voordoet in Europa. De krant wijst op gegevens van de OESO, de denktank van rijke landen. Juist in de landen waar de depositorentes het meest negatief zijn – de Scandinavische landen, Zwitserland – stijgt het percentage van het inkomen dat mensen sparen. Dit laten de OESO-gegevens inderdaad zien. In de eurozone is het effect minder goed zichtbaar: er zijn tussen de eurolanden grote verschillen. De Duitsers zijn iets meer gaan sparen, maar Nederlanders niet. En Belgen sparen juist minder. Misschien is het voor al te boude conclusies dus wat te vroeg, maar de ontwikkelingen in Japan, Zwitserland en Scandinavië zijn opmerkelijk.

Negatieve of ultralage rentes hebben zeker niet alleen negatieve gevolgen voor burgers. Spaarders zijn misschien slechter af, maar mensen die een hypotheek afsluiten juist beter, bijvoorbeeld. Toch komen de grenzen van het paardemiddel ‘minusrente’ steeds duidelijker in zicht. Geen wonder dat steeds vaker klinkt dat regeringen, en niet centrale banken, weer het voortouw moeten nemen in het economisch beleid.

Met medewerking van Jochem van Staalduine.

In een eerdere versie van dit stuk stond, door een eindredactiefout, dat de kredietverlening voor bedrijven en huishoudens in de eurozone volgens de ECB 1,7 procent onder het niveau van een jaar geleden ligt. Dit moet zijn: 1,7 procent boven het niveau van een jaar geleden.