Fed-bestuur verdeeld over renteverhoging

Het bestuur van de Federal Reserve, het Amerikaanse systeem van centrale banken, is diep verdeeld over de noodzaak van een renteverhoging. Dit blijkt uit de woensdag vrijgegeven notulen van de Fed-vergadering van eind juli.

Het belangrijkste rentetarief van de Fed ligt nu tussen de 0,25 en 0,5 procent. De Fed hanteert een ‘doelrente’: met interventies op de geldmarkt streeft zij naar een rente binnen deze bandbreedte. In december 2015 verhoogde de Fed deze doelrente met een kwart procent, de eerste renteverhoging in zeven jaar.

Eén van de grote vragen onder beleggers is of de Fed dit jaar de rente verder zal verhogen. Een hogere rente zal leiden tot een hogere dollarkoers; beleggers krijgen dan meer rendement op beleggingen in dollars. Ook kan een renteverhoging de groei van de Amerikaanse economie, die zeer belangrijk is voor de wereldeconomie, remmen.

Een deel van het twaalfkoppige Fed-bestuur acht een verdere renteverhoging „binnenkort gerechtvaardigd”, staat in de notulen. Enkele bestuursleden wilden meteen in juli al een hogere doelrente. Anderen stelden dat het „gepast was te wachten op aanvullende informatie” over de economische groei, de arbeidsmarkt en de inflatie. Zij waren tijdens de bijeenkomst in juli in de meerderheid.

Centraal in de discussie staat de vraag of het inflatiedoel van de Fed, 2 procent, binnen bereik is. Volgens één van de door de Fed gehanteerde graadmeters, de PCE-index, was de inflatie in juni 1,6 procent.

Een belangrijke vraag voor de Fed is is of de lonen zullen stijgen, wat een verhogend effect op de prijzen heeft. De Amerikaanse werkloosheid is laag, 4,9 procent, maar volgens tegenstanders van een renteverhoging is er verborgen werkloosheid: mensen werken in deeltijd omdat er geen fulltime banen beschikbaar zijn. Voorstanders van een renteverhoging wijzen juist op recente loonsverhogingen als teken van een krappe arbeidsmarkt.