Arnon Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen.

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

9/14

De dieren denken: wat staat daar op mij te wachten?

Arnon Grunberg

De pens wordt uit de koe gehaald en blijft warm op de grond liggen. Het is een wonder hoeveel stront in de koe zit.

Ze doen hier op Gut Hesterberg, waar slechts vier tot zes koeien per week worden geslacht en waar de koeien een zo lang mogelijk natuurlijk leven leiden, de slacht met zijn tweeën.

De ene schept de stront in een kruiwagen terwijl de ander de koe halveert.

Doordat de slacht hier zo ver verwijderd is van het industriële proces lijkt het doden en uitbenen op een ritueel. Hier wordt een offer gebracht, maar welke God moet hier gunstig worden gestemd?

In het oude Jeruzalem waren de priesters die offers brachten slagers. Je kunt het offeren van dieren aan goden zien als een manier om het kwade geweten te sussen: God eet ook vlees.

Jonathan Safran Foer stelt in zijn boek Eating Animals dat er geen gegronde reden is om koeien wel en huisdieren niet te eten, behalve sentimentaliteit.

Is sentimentaliteit een goede reden? Waarom is kannibalisme in vrijwel alle culturen een taboe? En waarom verbiedt het Oude Testament expliciet mensenoffers terwijl God Abraham bijna zijn zoon Isaak liet offeren?

Een koe stribbelt tegen, hij wil het hok niet in. Als ik kom kijken sist Detlev, de slachter: „Weg.”

Bijna een kwartier zijn ze bezig de koe in het hok te trekken. Dan is het zover. „Zo koppig kunnen alleen vrouwen zijn”, zegt Detlev na het doden.

Hij geeft me een mes en laat me de ingewanden uit de koe snijden.

De ingewanden, ik draag geen handschoenen, voelen prettig aan. Lauwwarm. „Wat is dat?” vraagt Detlev.

„Geen idee”, zeg ik.

„De milt.”

De dierenarts verschijnt om de karkassen te keuren. Hij is ook jager. „De dieren worden hier doodgeaaid”, zegt hij.

Later zegt hij: „De dieren ruiken het bloed. Ze denken: wat staat daar op mij te wachten?”

In het restaurant eet ik een entrecote met Gerry en zijn vrouw Karoline, eigenaars van Gut Hesterberg. Mijn eerste vlees sinds ik begon met slachten, het smaakt uitstekend.

„Wij eten eigenlijk alleen beroepshalve vlees”, zegt Karoline. Om eraan toe te voegen: „Varkensvlees zou verboden moeten worden, althans dat goedkope varkensvlees.”

Bij het afscheid zegt Gerry: „Je moet nog een keer terugkomen. Dan gaan we ons bedrinken.”

Ik besef dat ook voor Gerry en zijn vrouw de koeien, dood of levend, niet genoeg zijn.

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’