Zwijgen is goud, ook voor psychiaters

Geheimen hebben is taboe geworden. Christiaan Weijts betreurt dat.

De mooiste prestatie van Dafne Schippers vind ik die na haar mislukte honderd meter, uithijgend bij een onuitstaanbaar verslaggevertje. „Die fysieke problemen, vertel daar eens wat over. Anders gaan we er naar gissen.”

„Ga maar gissen”, zei ze, en ze liep weg, uitdrukkingsloos.

Dat was groots. Een statement tegen het dogma dat ieder publiek domein is gaan domineren: dat van openheid en transparantie. „U mag alles van mij weten”, zeiden BN’ers twintig jaar terug in tv-spotjes, „behalve mijn pincode.”

Boven een geldautomaat in België moest ik laatst grinniken om de mededeling: ‘Toets uw geheime code in’. Geheimen, die associëren wij toch meer met kinderen en sprookjes. In de volwassen wereld is het geheim zelf taboe, waardoor Dafnes zwijgen afwisselend als onsportief en als verdacht werd geduid. Geheimen hóren niet meer.

Zelfs beroepsgeheimen wekken wantrouwen. In Duitsland gaan stemmen op voor een meldplicht voor artsen en psychiaters die potentiële terroristen in hun spreekkamer krijgen, en ook bij ons wordt dat debat nu gevoerd.

In NRC las ik dat de artsenfederatie de laatste jaren veel vaker gebeld wordt door artsen die te maken krijgen met patiënten die dreigen met bijvoorbeeld terrorisme. Zijn dat allemaal potentiële aanslagplegers? Natuurlijk niet. Maar door alle massamoorden komt dit meer voor in de wanen van patiënten. Nu is het aan de artsen zelf te bepalen of er reëel gevaar is en of ze de politie moeten informeren. Zou je dit bij elk vermoeden verplichten, dan krijg je onvermijdelijk meer valse alarmen, met alle ellende van dien. De witte jas zal zo het imago krijgen als handlanger te opereren van het blauw op straat. Patiënten die hypochondrisch of paranoïde zijn aangelegd, of misschien een gering vergrijp op de kerfstok hebben, zullen het dokter- en psychiaterbezoek gaan vermijden.

Na de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg is het aantal incidenten met ‘verwarde personen’ al enorm toegenomen. Een afgezwakt beroepsgeheim kweekt nog meer verwarde personen, die verder afdwalen buiten elk toezicht.

Het is een misverstand dat een geheim altijd het belang van de geheimhouder dient. Het beroepsgeheim is er niet voor de patiënt, maar in eerste instantie voor het bredere belang: dat er geen drempel is om hulp te zoeken. Artsen en psychiaters zijn getraind om de echte gevaren van de onechte te onderscheiden en we moeten op hun deskundigheid vertrouwen. Vertrouwen betekent: niet overal transparantie eisen, maar juist de waarde van de geheimhouding erkennen.

Het geheim van Dafne hield nog geen dag stand. De sprintster zelf bleef zwijgen, wat, zoals bekend, goud is, maar haar coach ‘bevestigde’ – na aandringen van de pers – dat het om de lies ging.

Zo viel alsnog het geheim van het olympisch podium.

Christiaan Weijts is schrijver.