Zorgkosten omlaag? Geef palliatieve zorg de ruimte

Opinie Niet de duur, maar de kwaliteit van leven telt, schrijven Jaap Schuurmans en Bert Ummelen.

Foto iStock

Minister Schippers (Volksgezondheid) hat es nicht geschafft. Haar zorgstelsel, ‘het beste ter wereld’, faalt, gemeten naar zijn belangrijkste doelstelling: kosten beteugelen. Dus wint de roep om het roer om te gooien aan kracht. Zie het pleidooi van Van Brenk en anderen gooi de private verzekeraars eruit en stel een nationaal zorgfonds in. Het kwam de schrijvers op een niet malse repliek van zorgeconoom Verkoulen te staan, maar een ander perspectief op kostenbeheersing bood die niet.

‘We hebben in Nederland meer zorg’ is ook wel een heel algemene verklaring voor de relatieve duurte van ons zorgstelsel. Toch is duidelijk genoeg waar de opwaartse druk onder de kosten vandaan komt. Nee, niet van bureaucratie en reclamebudgetten, al kan men zich daar natuurlijk over opwinden. De echte oorzaak is een combinatie van vergrijzing en een doorgeschoten behandelcultuur.

De uitdaging waar we als samenleving voor staan is niet mis. Het aantal 65-plussers zal in 2030 zijn gestegen tot vier miljoen, bijna een kwart van de bevolking, van wie de helft ouder dan 75 zal zijn. Hoe ouder hoe groter de kans op broosheid, vaak in samenhang met een stapeling van kwalen. Boven de 80 jaar lijdt zelfs driekwart van de ouderen aan twee of, vaker nog, meer aandoeningen.

Het gaat om mensen die op de grens van het leven stuiten zonder dat de dood meteen nabij is. Het traditionele biomedische zorgmodel schiet hier tekort. Artsen voelen zich overrompeld door de complexiteit van de zorgvragen die op hen afkomen, het houvast van richtlijnen ontbreekt. Met als uitkomst heilloze interventies omwille van het mooie gevoel ‘alles’ gedaan te hebben. Heilloos zowel in termen van patiëntwelzijn als in termen van kostenbeheersing. Kijk maar waar de explosie van de zorgkosten van de afgelopen jaren in zit: curatieve zorg en vooral ziekenhuiszorg.

Kladderadatsch-oplossingen zijn naast de kwestie. Nodig is een omslag in onze medische cultuur. Een paradigmawisseling zogezegd: van ziektegeoriënteerd zal de medische ouderenzorg veel meer echt patiëntgericht moeten worden. Het gaat dan eerder om het beperken of wegnemen van problemen die in het dagelijkse doen worden ervaren dan om het bestrijden van de onderliggende aandoening(en). Voorop staat de kwaliteit van het resterende leven, niet de duur ervan.

Studie na studie laat zien dat een dergelijke zorg voor kwetsbare ouderen, ingebed in een doorgaand gesprek over behoeften, voorkeuren, medische mogelijkheden en de grenzen daarvan, het welbevinden bevordert. Dat het uiteindelijk ook goedkoper is blijkt uit een recent promotieonderzoek. De Nijmeegse huisarts Bregje Thoonsen vond dat patiënten van wie de behoefte aan palliatieve zorg tijdig was herkend in de drie laatste levensmaanden half zo vaak in het ziekenhuis werden opgenomen. Je zal natuurlijk mensen houden die, al dan niet aangemoedigd door naasten, ‘strijdend ten onder willen gaan’. Maar bedoelde studies suggereren sterk een afname van de wil tot voortleven tegen elke prijs onder ouderen die vanuit een goede informatiepositie serieus partner zijn in afwegingsgesprekken over hun toekomst.

Intussen raakt in de beroepsgroep het begrip ‘proactieve palliatieve zorg’ ingeburgerd. Het is een inhaalslag. Terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) al in 2012 stelde dat bij levensbedreigende ziekte palliatieve zorg in een vroeg stadium beschikbaar moet zijn, gaat het in de Nederlandse praktijk nog vooral om terminale zorg: symptoombestrijding in de laatste dagen.

Slechts langzaam breekt het besef door dat de palliatieve zorg haar uitgangspunten en mogelijkheden tekortdoet als ze vast blijft zitten in haar traditie van hospicezorg. Tegelijk wreekt zich die traditie in het financieringssysteem. De meeste verzekeraars vergoeden palliatieve zorg door huisartsen alleen in de laatste drie levensmaanden. Nog maller is de regeling die voor medisch specialisten geldt. Zij mogen alleen palliatieve zorg declareren in het geval niet tegelijk sprake is van actieve behandeling. Enfin, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft beloofd naar een en ander te zullen kijken. Over twee jaar komt er een ‘structurele oplossing’.

Er is natuurlijk gejeremieer over die tijdspanne. Maar wachten kan de moeite waard zijn als uiteindelijk een obstakel wordt weggenomen voor een betere en tegelijk kostenbesparende zorg voor ouderen. Laten we in elk geval, voor we het hele stelsel op de schop nemen, beginnen met aandachtig te kijken naar wat daarin contraproductieve elementen zijn. En die uit de weg ruimen.

Jaap Schuurmans en Bert Ummelen zijn redacteuren van Holos, een onlangs gelanceerd onlinemagazine voor huisartsen over complexe ouderenzorg.