Zilveren kamikazepiloot Büchli gehard in Japan

Baanwielrennen

Matthijs Büchli won zilver op het onderdeel keirin. „Je moet een beetje gestoord in je hoofd zijn om het zo te doen.”

Matthijs Büchli. Foto Sander Koning/ANP

Zes gespierde kerels in volle sprint, strijdend voor goud. Ze gaan dik boven 71 kilometer per uur, harder kunnen ze niet. De medailles lijken verdeeld. En dan is daar ineens Matthijs Büchli, zelfverklaard kamikazepiloot uit Santpoort. Jason Kenny, de snelste baanwielrenner van dit moment, zit rechts van hem.

De Brit heeft al twee keer goud op de sprint en teamsprint, zijn topsnelheid is niet te evenaren dit toernooi. Precies daarom kiest Büchli steeds het wiel van de Brit.

Een paar centimeter links van hem fietst de Duitser Joachim Eilers, regerend wereldkampioen op de keirin, discipline uit Japan. In maart was Eilers onverslaanbaar in Londen, maar die WK-vorm is hij nu kwijt. Büchli ging toen twee keer onderuit en hield daar splinters en een gedeukt ego aan over. Maar dat toernooi ligt nu achter hem.

Als Kenny de finishlijn ziet liggen, waaiert hij naar buiten. Het gaatje dat ontstaat is eigenlijk te smal voor de brede schouders van Büchli, maar hij smijt zich ertussen, onbevreesd voor brandwonden of gebroken botten.

„Je moet een beetje gestoord in je hoofd zijn om dat zo te doen”, zegt Büchli’s trainingsmaatje Hugo Haak, die vlak voor de Spelen zijn plek in de Nederlandse baanploeg verloor aan Theo Bos en thuis naar het baanwielrennen moet kijken. „Het gaat zo hard en die gaatjes zijn zo klein. Om erin te duiken heb je lef nodig.”

Maar niet alleen dat, weet Haak. „Dat Matthijs dit kan, zegt ook iets over zijn persoonlijkheid. Het komt aan op inzicht, maar je moet ook flexibel zijn. De situatie in de race verandert voortdurend, want je strijdt tegen vijf andere renners met hun eigen tactiek. Ik kan alleen een goede keirin rijden als de wedstrijd verloopt zoals ik dat wil. Matthijs kan schakelen.”

In Japan zagen ze dat vorig jaar ook. Ze nodigden Büchli – vanwege zijn ‘keirinhart’ – uit op de keirinschool van Shuzenji, op twee uur rijden van Tokio. Natuurlijk vielen zijn twee bronzen medailles op de WK’s van 2013 en 2014 op, maar het was vooral zijn manier van rijden die het hart van de Japanners sneller deed kloppen.

Ze zagen in hem een groeibriljant. Büchli, nog steeds maar 23, leerde er alles van tactieken – sprinten op 500 meter, 300 meter en 150 meter van de finish. „En je bent maanden verwijderd van bekenden. Je traint, werkt toe naar een wedstrijd, en gaat dan weer trainen. Dat is goed voor je ontwikkeling en je wordt er volwassen van”, zei hij tegen Radio 1. Dat is gebleken.