Dieven en prostituees maken plaats voor hippe foodtrucks door Olympische Spelen

Rio de Janeiro

Rio liet zich inspireren door Barcelona: een verpauperd havengebied onderging een metamorfose. Brazilianen kijken er samen de Spelen.

In de favela’s kijken Brazilianen naar de openingsceremonie van de Olympische Spelen in het Maracanã-stadion. Foto: Andrej Isakovic / AFP Photo

Osvaldo Rodrigues nestelt zich op het gras voor een enorm scherm en ziet nog net vanuit zijn ooghoeken hoe Brazilië met handbal een punt scoort tegen Zweden. Om hem heen barst gejuich los.

Praça Mauá, een groot plein van 25.000 vierkante meter, in het havengebied ‘Porto Maravilha’ is een van de populairste locaties tijdens de Olympische Spelen. Dagelijks stroomt het plein vol met duizenden mensen die net zoals Rodrigues de wedstrijden hier volgen, in plaats van in de stadions.

„Op televisie zien de stadions er schitterend uit, maar een kaartje kost toch al gauw 80 reais (20 euro). Het vervoer erheen, een biertje hier en daar, het tikt allemaal aan”, zegt Osvaldo Rodrigues, verkoper in een schoenenzaak met een maandsalaris van omgerekend 350 euro.

Net als miljoenen landgenoten moet ook hij de buikriem steviger aantrekken; Brazilië maakt de grootste economische crisis in dertig jaar door en voor de mensen die niet naar de stadions kunnen en toch de Spelen willen beleven, zijn er op verschillende plekken in de stad olympische boulevards aangelegd.

Belgische friet

Terwijl de meeste stadions niet vol zitten, trekt de massa naar locaties zoals het havengebied om van de wedstrijden te genieten. Behalve de wedstrijden zijn er activiteiten voor kinderen, gratis muziekoptredens van bekende Braziliaanse artiesten en hippe foodtrucks met een ruim aanbod aan internationaal eten: van sushi tot Mexicaanse tortilla’s en zelfs puntzakken Belgische friet.

Foto: Ricardo Moraes /  Reuters

Foto: Ricardo Moraes / Reuters

De Brazilianen hebben vakantie, scholen zijn dicht en uit het hele land zijn mensen naar Rio gekomen. „Even alle problemen vergeten”, zegt Katia Santos Lima (38). Ze struint met haar kinderen over de pier die grenst aan de Baai van Guanabara, met een schitterend uitzicht over het water en de bergen, zo typerend voor de stad.

De ondergaande zon zakt aan het einde van de middag als een vuurbal het water in. Verderop richting de schepen sieren gigantische schilderingen een lange muur, vol kleurrijke gezichten van bevolkingsgroepen uit de hele wereld, bijzonder werk van de Braziliaanse graffiti-artiest Eduardo Kobra.

Levensgevaarlijk

„Dit plein was vroeger een no-go-area, het was levensgevaarlijk, vol dieven en prostituees. Dat we hier nu rondlopen had ik een jaar geleden niet gedacht. Het is mooi dat dit is opgeknapt voor de Olympische Spelen”, zegt Santos Lima.

Ze heeft ook een aantal wedstrijden gezien in de internationale huizen die de deelnemende landen in de stad hebben opgezet, zoals het Duitse en het Zwitserse huis waar voor kinderen een hele skatebaan is gebouwd.

Deze huizen vragen geen entree en trekken veel Braziliaanse bezoekers. Het Holland Heineken House daarentegen vraagt maar liefst 45 euro entree, omgerekend een half weekloon voor de gemiddelde Braziliaan. Nederlanders betalen 15 euro. „45 euro is voor de meeste Brazilianen niet op te hoesten, alleen de rijken kunnen daarheen”, zegt Katia teleurgesteld, terwijl ze op een afstand toekijkt hoe haar kinderen meedoen aan een gratis capoeira-les van mestre (meester) Marcos, die hen muzikaal begeleidt op de berimbau. Op de achtergrond beklimmen jongeren een bouwwerk van vijf grote, in elkaar verstrengelde olympische ringen en maken selfies in verschillende poses. Een gratis tochtje met een luchtballon over de stad trekt massa’s mensen.

Met de Olympische Spelen en al het aanbod hier voor de gewone Brazilianen wil Rio het gebied ook op de kaart zetten als nieuwe toeristische trekpleister, zegt Maria Cavalcante van Riotur, de toeristische organisatie van de gemeente. „De haven was een verpauperd en verlaten gebied. Nu is het compleet getransformeerd tot een plek voor iedereen.”

Acht jaar lang duurde de renovatie en de architecten lieten zich inspireren door de voormalige olympische havenstad Barcelona. Ook die stad onderging voor de Spelen van 1992 een metamorfose.

Slavenschepen

Het Museu do Amanhã (Museum van morgen) is een opvallende futuristische creatie van de Spaanse architect Santiago Calatrava. Het is een van de karakteristieken op het plein en is opgezet rondom een aantal grote levensvragen: wie zijn we, waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Een thema dat nauw aansluit bij de geschiedenis van dit deel van Rio. In de zeventiende eeuw meerden hier de slavenschepen uit Afrika aan en was hier de grootste slavenmarkt van Brazilië.

In de straten rondom de haven ontstond de eerste samba. „Met de renovatie van het plein, is ook een stuk van onze eigen, vergeten geschiedenis blootgelegd”, zei de burgemeester van Rio de Janeiro, Eduardo Paes tijdens de opening van het plein.

’s Avonds als de verlichting aan gaat en muzikanten de sterren van de hemel spelen, bruist de olympische boulevard. Osvaldo Rodrigues treurt niet lang om het uiteindelijke verlies van de Braziliaanse handbalploeg want polsstokhoogspringer Thiago Braz da Silva wint onverwacht goud. Samen met honderden landgenoten juicht en huilt hij van geluk voor het grote scherm. „Goud winnen en dat hier vieren op dit plein tussen de mensen. De Olympische Spelen kunnen voor mij niet meer stuk.”