Meer diversiteit bij De Slimste Mens

Wat tijdens deze editie van De Slimste Mens vooral opvalt is het grote aantal deelnemers uit etnische minderheden. Dat lijkt beleid en valt te prijzen.

Nadia Moussaid in 'De Slimste Mens' (KRO-NCRV).

Een van de weinige programma’s waarvan de kijkcijfers stand houden tegenover het olympisch geweld is de kennisquiz De Slimste Mens (KRO-NCRV). Dagelijks stemmen er nog steeds ruim een miljoen kijkers voor af op NPO2, waar presentator Philip Freriks zijn schutterigheid en jurylid Maarten van Rossem zijn knorrige imago optimaal uitventen.

De quizliefhebber kan plezier beleven aan het gegeven dat nog maar heel weinig mensen iets weten. De Latijnse naam van Zeus? De titel van een Chaplin-film over Hitler? Geen flauw idee! De keuze om zowel in de zomer- als de kerstvakantie een nieuw seizoen uit te zenden leidt wel tot een op deze plaats al eens eerder geconstateerd probleem: de Bekende Nederlanders zijn op, althans de exemplaren die de moed hebben zich in het openbaar op de proef te laten stellen.

Dus komen we elk seizoen meer namen tegen die nog weinig bekendheid genieten. De koplopers van dit jaar zijn tot nu toe culinair journalist Joël Broekaert en SBS-verslaggevers Wytse van der Goot en Thijs Zeeman. Ook het Belgische origineel De Slimste Mens ter Wereld diende regelmatig als springplank voor latere coryfeeën als politicus Bart De Wever en filmmaker Adil El Arbi.

Wat dit jaar in de Nederlandse versie vooral opvalt (afgezien van de relatief goede scores van mannen met lang haar, als Broekaert, schrijver Jerry Hormone en radiopresentator Frank van der Lende) is het grote aantal deelnemers uit etnische minderheden. Die zijn zo talrijk dat er welhaast beleid achter moet schuilgaan.

Nadia Moussaid (presentatrice van Nieuwe Maan, NTR) was gisteren minder fortuinlijk, maar velen haalden wel een tweede ronde: comedian Nabil Aoulad Ayad, actrice Dilan Yurdakul en de journalisten Lamyae Aharaouay en Iris van Lunenburg.

Het initiatief om in een populair programma zulke positieve rolmodellen te lanceren kan natuurlijk niet voldoende geprezen worden, ook al is het in een periode dat er relatief weinig gekeken wordt. Bovendien is meer diversiteit een expliciete opdracht aan de NPO.

Nog meer lof verdient Nieuwsuur (NOS-NTR) voor het in de zomerluwte corrigeren van een ergernis van menigeen gedurende het afgelopen seizoen. In een reeks reportages wordt teruggekeken op terreuracties met veel slachtoffers die relatief weinig media-aandacht kregen, omdat ze niet in Europa of Noord-Amerika plaatsvonden, maar in Nairobi, Beiroet of Bagdad.

De gesprekken van Sander van Hoorn in Bagdad met nabestaanden van een grote IS- aanslag aan het begin van de laatste Ramadan maakten alsnog grote indruk. De Nederlandse ambassadeur in Irak, Jan Waltmans, was in de studio aanwezig om toelichting te geven op de huidige situatie in Irak. Hij noemde die „zorgelijk, maar niet hopeloos.” Zo zou je ook het minderhedenbeleid van de NPO kunnen kenschetsen. Het gaat voorzichtig de goede kant op.