Op het pleintje voor de oude universiteit werd lacherig gediscussieerd over wie de bommelding gepleegd kon hebben c.q. daadwerkelijk een explosief geplaatst had.

We stonden met z’n allen, een beetje achterover hellend, naar het gebouw te kijken alsof het elk moment de lucht in kon vliegen. Vroegere medestanders van president Tsaar, die eindelijk kleur durfden te bekennen? ‘Fascisten’ uit Kiev? Het telefoontje kon net zo goed van zijn eigen beveiligers komen, in een poging zich vertegenwoordigers van het Internationale Strafhof van het lijf te houden.

De speurhonden waarmee politieagenten naar buiten kwamen, blaften opgewonden, alsof ze zeker wisten dat er nog ergens een bom lag. Het publiek werd per megafoon meegedeeld dat het veilig weer de zaal in kon. Ongeveer driekwart van de toehoorders keerde terug. President Tsaar beklom het spreekgestoelte. Hij droeg een donkerblauw scherfvest, en uit niets bleek, al helemaal niet uit dat onbewogen smoelwerk, dat hij het ding ironischerwijs had aangetrokken. Het publiek, dat zich bij de aanblik van de spreker opeens weer onbeschermd waande, lachte niet. Nog eens een kwart van de mensen verliet de collegezaal.

De lezing, in het Duits, was saai – spannend alleen voor wie de leugens wenste te tellen. De gepensioneerde Tsaar maakte, weinig verrassend, onderscheid tussen aanvallende en verdedigende oorlogsvoering. Hij had in zijn Kremlinjaren altijd de tweede variant voorgestaan, met dien verstande dat ook het beschermen van etnische Russen in het buitenland tot de defensieve oorlogsvoering gerekend mocht worden, zelfs als het voor die bescherming noodzakelijk bleek het betreffende land binnen te vallen.

‘Waarom is hij niet voor de lezing al opgepakt?’ vroeg ik fluisterend aan mevrouw Grenouille. Niemand had de hoofdaanklaagster herkend: er circuleerden nauwelijks foto’s van haar. ‘Ik neem aan dat de inhoud van zijn tekst geen verschil meer maakt voor het arrestatiebevel.’

‘Mensen hebben voor hun plaats betaald,’ zei ze. ‘Het zou te veel commotie geven.’

President Tsaar begon over de twee door Rusland in Frankrijk bestelde, en nog altijd niet geleverde, helikopterdekschepen. Bijna in tranen verkondigde hij dat de marine ze hard nodig had, ook vanwege de boordhospitalen. Ik zei: ‘Wil hij ons nu doen geloven dat ze vooral bedoeld zijn om gele traumaheli’s van te laten opstijgen?’ En mevrouw Grenouille: ‘Ach, elk martelcentrum van de FSB heeft wel een verbanddoos.’

‘... en dat is alleen aan God ter beoordeling,’ rondde de Tsaar zijn voordracht af. Uit de zaal klonk een lauw applaus op. Mijn buurvrouw klapte zonder dat haar handpalmen elkaar raakten. Ik volstond met een geluidloos ovatietje tussen duim en wijsvinger. Er stapte een dame met een grote bos bloemen op de spreker af. Hij maakte een stijve buiging, en bracht een van zijn zeldzame glimlachjes voort. Op dat moment werden de drie lijfwachten elk door twee Franse commando’s, uit het niets tevoorschijn gesprongen, apart genomen, terwijl een derde aan het fouilleren sloeg. Een aanklager van het Haagse Office of the Prosecutor las van een A4’tje de Tsaar iets voor, dat ondanks het geringe applaus onverstaanbaar bleef. Nadat de commando’s de schouderholsters van de bodyguards leeg hadden gehaald, draaiden ze de ex-president de armen op de rug en kreeg hij als een gewone verdachte de handboeien om. Van zijn gezicht viel geen enkele emotie af te lezen. Uit het publiek steeg een onthutste totaalzucht op. Bang dat er geschoten zou worden, haastten de meeste mensen zich naar de uitgangen achterin. Een minderheid vergaapte zich aan het tafereel op het podium. President Tsaar verdween omringd door politievolk in de coulissen. Het bloemboeket bleef op de katheder achter. Uit een omgevallen glas lekte water op de grond.

‘Zien we hem straks terug in de trein naar Den Haag?’ vroeg ik mevrouw Grenouille, die haar laatste restje zenuwen kwijtraakte door me hard in de bovenarm te knijpen. Ze zei: ‘Er staat op Orly een privéjet voor hem klaar... gecharterd door de Nederlandse overheid. Die landt straks op een speciaal baantje voor vliegende zakenlui, vlakbij de Scheveningse gevangenis. Reis maar mee als je wilt, Natan, voor een mooie draai aan je verhaal.’

‘En dan onderschept worden door Russische straaljagers,’ zei ik. ‘Als ze in het Kremlin niet zitten te slapen, treedt op dit moment de Pushkin Invasion Act in werking. De Russen kunnen eerder in Den Haag zijn dan wij.’

‘Een welkomstcomité,’ zei mevrouw Grenouille, ‘altijd fijn.’

Alle reeds gepubliceerde afleveringen van het feuilleton zijn te vinden op nrc.nl/afth