Nederland verliest van België en van zichzelf

Hockey

De Nederlandse mannen verloren in de halve finale teleurstellend met 3-1 van België. De olympische missie is mislukt.

Teleurstelling en ontgoocheling bij de Nederlandse hockeyers na de 3-1 nederlaag in de halve finale tegen België. Foto Koen Suyk/ANP

Tranen in de ogen van spelverdeler Robbert Kemperman, die zijn hoofd in het shirt verbergt. Spelers die door hun knieën gezakt ontgoocheld voor zich uitstaren over het blauwe kunstgras. Lege blik, vol ongeloof. Hoe had dit kunnen gebeuren? Met 3-1 verliezen van België in de halve finale van de Olympische Spelen, volstrekt kansloos. Geen finaleplaats voor hockeygrootmacht Nederland. Weer geen goud. En direct na afloop een bikkelharde conclusie van bondscoach Max Caldas, voor de camera van de NOS. „Dit was een slechte pot op het verkeerde moment. We hebben van onszelf verloren. De spelers hebben zichzelf in de steek gelaten.”

Twee jaar geleden begon de charismatische coach met zijn spelers aan een missie. Na de smadelijke 6-1 nederlaag tegen Australië in de WK-finale in Den Haag brak Caldas brak met de aanvallende speelstijl van zijn voorganger Paul van Ass. Op weg naar Rio telde slechts één ding: winnen. Spierballen gingen vanaf nu voor techniek, resultaat voor schoonheid. Met succes, zo leek in de olympische kwartfinale, toen in een galavoorstelling uitgerekend Australië met 4-0 werd opgerold. „Rustig blijven, we hebben nog niks”, peperde Caldas zijn ploeg toen direct na afloop op het veld al in. Om twee dagen later verrassend te verliezen van België, een paar jaar terug ‘hockey-ontwikkelingsland’ en nog altijd pas nummer zes van de wereld.

Alles wat bij de Nederlandse ploeg tegen Australië zo goed ging, ging in de halve eindstrijd tegen de Belgen fout. Geen spoor dit keer van de agressie waarmee de wereldkampioen in de kwartfinale bij de keel was gegrepen. In plaats daarvan een nerveuze, rommelige start. Te weinig raffinement en fantasie in de aanvalsopbouw. „Ik wist niet wat ik zag”, sprak Caldas teleurgesteld. Volgens de in Argentinië geboren coach lag de nederlaag niet aan verkeerde tactische keuzes maar aan de uitvoering. „We speelden te sloom. Alles duurde te lang. We stelden de keuzes uit en kwamen daardoor in de problemen.”

Verdedigend ontbrak het de Europees kampioen van 2015 aan meedogenloosheid. Waar Nederland de Australiërs in de kwartfinale nergens een meter ruimte liet, werd tegen België op cruciale momenten niet of slap ingegrepen. „We waren verdedigend inderdaad niet goed genoeg”, erkende aanvoerder Robert van der Horst, die ook schuld had aan de derde tegengoal. „De Belgen zaten er korter op dan wij.” Coach Caldas wond er geen doekjes om. De manier waarop zijn ploeg het tweede en derde doelpunt tegen kreeg? „Te belabberd voor woorden.”

België was in alles beter dinsdagavond in Rio, vooral fysiek. In hun mouwloze shirts oogden de Red Lions energiek als de Australiërs in hun beste tijden. Achterin regeerde de pas 21-jarige Arthur Van Doren, een van de uitblinkers in het olympisch hockeytoernooi. Voorin werden de schaarse kansen goed benut. Nadat Jerôme Truyens en John-John Dohmen België in het tweede kwart op een 2-0 voorsprong hadden gebracht, scoorde Mink van der Weerden uit een strafcorner nog snel tegen. Maar na de 3-1 van Florent Van Aubel aan het begin van het vierde kwart kwam de Belgische zege geen moment meer in gevaar.

Caldas was na afloop de eerste om toe te geven dat de Belgen verdiend hadden gewonnen. Maar een compliment voor de tegenstander? „We hebben een grote kans op de gouden medaille weggegeven. Dat is het meest kwalijke. Als de tegenpartij je overrompelt, dan moet je chapeau zeggen en ze veel plezier wensen in de finale. Maar dat gevoel heb ik niet. We hebben wel verdiend verloren, maar ook omdat we het zelf slecht gedaan hebben.”

België treft donderdagavond in de finale Argentinië, dat met 5-2 van Duitsland won. De ploeg van de Nieuw-Zeelandse coach Shane McLeod en zijn Nederlandse adviseur Michel van den Heuvel zorgt sowieso voor de eerste olympische medaille in een teamsport voor de Belgen sinds de waterpoloërs in 1936. Voor Nederland rest een paar uur eerder de strijd om de derde plaats tegen de Duitsers. „We kwamen voor goud naar Rio en moeten nu op voor brons”, treurde aanvoerder Van der Horst. „Daardoor is de teleurstelling nu ook zo groot bij ons.”