Menselijke petieterigheid, botergeel gestoofd

Less is more - of niet. Café Society. Traviata Remixed. Touche-á-Tout bij Marres.

Doina Kraal met hars uit Brazilië Foto Erik van Zuylen

Ook al stelde de vorige teleur en de voorvorige eigenlijk ook, nog steeds moet iedere ‘nieuwe Woody Allen’ direct gezien worden. Anders zit ik niet rustig. En dus ga ik naar Café Society zodra hij in de bioscoop is. Speelt zich af in de jaren dertig, tijd van Allens favoriete songs en films. In juichend technicolor – terwijl dat kleurenprocédé nog niet in zwang was, film was zwart-wit en de rest voelt zo. Allen pakt uit met een snoer van feesten. Hollywoodse zwembadparty’s waar iedereen gekleed gaat in glanzend botergeel. New Yorkse nachtclub-party’s where the gin is cold and the piano is hot. Ergens in die overweldigende achtergrond zakt lui een romance achterover. Maar de liefde mislukt, en het stel vervalt tot wat ze juist niet wilden zijn. Zij wordt een snob, hij een opportunist en die romantische zonsondergang helpt ook al niet. Allen stelt het vast met een vertellinkje, het is zo ijl dat het zowat wegwaait. Maar dat doet het niet. Het komt aan. Juist met die lichtheid definieert Allen ons aller tragiek: zo klein is de mens, niet meer dan een zuchtje.

Dat is mooi maar het hóéft niet klein. Less is more is geen principe wat mij betreft. Helemaal niet. Ik ga daarom met grote verwachtingen naar Traviata Remixed onder regie van Lotte de Beer. Verdi’s opera La traviata treft de kleinheid van de mens met een kathedraal van drama. Hij is verrukkelijk en wordt zo vaak gespeeld dat een operazangeres me vorige week bekende dat ze snakte naar een 60-jarig moratorium op die verdomde Traviata.

Ik ken het werk van operaregisseur Lotte de Beer. Ik bewonder hoe creatief ze losging op evergreens als Puccini’s La bohème en Mozarts Cosí fan tutte. Maar in La traviata verslikt ze zich. Aan de muziek is gemorreld zonder dat er iets beters uit kwam, met een technobeat, een dj en schor getoeter. Het drinklied ‘Libiamo’ is gereduceerd tot sing-along, letterlijk, het publiek mag meebrullen: La-láá…. Voor de enscenering koos De Beer voor de wereld van de house-party. Dat kan, maar actualiseren is iets anders dan banaliseren en niet alles is geschikt voor zo’n update. Welke moderne jonge vrouw laat zich door de vader van haar minnaar verblinden met een kletsverhaal over familie-eer? Het enige wat in deze Traviata overeind blijft, zijn de ongeschonden gehandhaafde zangpartijen – adembenemend. Verdi wint.

De menselijke petieterigheid stemt Allen en Verdi en De Beer tot melancholie. Ze zijn de minsten niet maar het is geen wet. Ben je de jonge kunstenaar Doina Kraal dan trek je over de wereld. Je vergaart van allerlei dat opgetogen het menselijk bestaan bevestigt, en daarmee maak je een sprankelend werk. Ze bouwde een moderne mega-secretaire met laatjes, knoppen en filmpjes en noemde hem Touche-à-Tout. Dat bedoelt ze letterlijk. In Maastricht, waar Kraal haar installatie toont op de expositie Marres Tourist Office, begint iedereen die in de kast duikt vanzelf alles aan te raken, ook al hebben we geleerd dat je bij kunst je handen thuis moet houden. Kraals Touche-à-tout is het leven zelf. De mogelijkheden dijen uit waar je bij staat, er is geen beginnen aan om alles te zien. Maar je kunt een poging wagen en dan sta je versteld. Doina Kraal ziet me kijken naar een oud goudglanzend brok. „Hars uit Brazilië”, zegt ze. „Daar likken aapjes aan.”