‘Ik wil een nieuwe diersoort achterlaten’

Interview Theo Jansen

Op het Scheveningse strand is een nieuwe diersoort geboren: de Animaris Bruchus van kunstenaar Theo Jansen

Het nieuwste strandbeest van Theo Jansen, de Animaris Bruchus, op het Scheveningse strand. foto Steven Rodrigues

Een verbazingwekkend kleine container op het Scheveningse strand is de tijdelijke werkplek van Theo Jansen (1948). De zomer staat voor hem synoniem aan een ontwikkelingsfase. Iedere zomer test Jansen hier het strandbeest dat hij dat jaar heeft gemaakt. Hij maakt er wandelingen met zijn haast mythische wezens: lichtgele geleedpotigen die perfect lijken op te gaan in hun natuurlijke habitat, het strand.

Heilige getallen

Is Jansen kunstenaar, uitvinder of iets daartussenin – een moderne Leonardo da Vinci, bij wie kunst en techniek ook verwant waren? Zelf vindt hij het een triviale vraag: „Volkomen onbelangrijk.” Opgeleid als natuurkundige startte hij in 1990 met het ‘scheppen’ van zijn strandbeesten: waanzinnig ogende kolossen gemaakt van pvc-buizen die, aangedreven door de wind, zich krakend langs de vloedlijn voortbewegen.

Elke zomer probeert Jansen een nieuw model te leren lopen. Zo beleeft de Animaris Bruchus (no. 39), ofwel ‘Zeerups’, de hele maand augustus zijn try-out op Scheveningen. Naar het voorbeeld van Linnaeus, de grondlegger van de binominale nomenclatuur, is het beest voorzien van een Latijnse naam. De prachtige natuur die door ‘God’ geschapen is, moet immers netjes ingedeeld worden. „Met dank aan Google Translate. Een classicus zou mij vermoorden.”

Hij maakt al meer dan 25 jaar strandbeesten en „uiteraard evolueren de dieren mee.” Het eerste dier dat Jansen construeerde, de Animaris Vulgaris, ofwel ‘Het gewone zeedier’, kon niet lopen. „De hele dag lag hij met zijn pootjes omhoog, erg meelijwekkend.” Een belangrijke mijlpaal was het loopsysteem, het ontwerpen van de ‘benen’. Essentieel zijn de dertien ‘heilige getallen’, ontdekt in een slapeloze nacht in 1991 en door Jansen benoemd tot het DNA van de beesten. „Dankzij deze getallen, de verschillende lengtes van de buizen, lopen mijn beesten al 25 jaar zoals ze nu lopen.”

Protesterende buisjes

In tegenstelling tot alle voorgaande schepsels heeft de Animaris Bruchus geen gewrichten. Het is een nieuwe mijlpaal, die hem „helemaal ondersteboven heeft gegooid qua motivatie.” Net als dat de evolutie gepaard gaat met schokken: soms snelle evolutie, maar meestal lange periodes met nauwelijks evolutie, zijn zijn strandbeesten niet continu aan het evolueren. „Je hebt ups en downs. De laatste zijn zichtbaar in de zin dat er soms een tijdje niets is.”

Met drie ateliers (een in de binnenstad van Delft, een in Ypenburg en een op het strand) verplicht hij zichzelf te werken. Toch wil het niet altijd lukken. „Als ik met fantastische ideeën naar mijn werkplaats ga, protesteren de buisjes - die dwingen mij om te volgen. Het beest van vorig jaar heb ik afgebroken. Gelukkig heb ik dit jaar weer een echte ontdekking gedaan. Dit is de geboorte, renaissance, nee naissance, van de rups.”

Jansen, vroeger columnist bij de Volkskrant, spreekt vol trots over de Animaris Bruchus, bijna als een liefhebbende vader. „Het is mijn geestelijk nageslacht. Deze ontspruit uit een mimetische in plaats van een genetische voortplanting. Een kind van boven de gordel zeg maar.”

Volgens Jansen moet ieder mens zijn eigen verhaal verzinnen om het leven dragelijk te maken. „Door alle dagelijkse dingen ben je geneigd te vergeten dat ons bestaan eigenlijk een groot wonder is. Mijn strandbeesten zorgen ervoor dat het leven niet onopgemerkt voorbij gaat.”

Loze fantasie?

Na een zomer strandwandelen ‘sterft’ het dier en gaat het naar zijn terrein in Ypenburg of wordt het geadopteerd door een tentoonstelling. „Daar kunnen ze fossiele strandbeesten ‘reanimeren’. Met behulp van een compressor, komt het beest weer voor enige minuten tot leven.”

Zich tot een motortje ‘beperken’, zou Jansen nooit doen. „Dan pleeg ik oneerlijke concurrentie met de echte schepper. Bovendien hoop ik dat, voordat ik deze planeet verlaat, de beesten autonoom kunnen leven. Ik wil een nieuwe diersoort voor de mensheid achterlaten.” Nu wordt die evolutie nog door hem begeleid, maar op termijn zou dit zelfstandig moeten gebeuren. „De dertien ‘heilige getallen’ hebben al een hoop teweeggebracht in de wereld. Duizenden studenten over de hele wereld hebben een leuke hobby gevonden en zijn strandbeestjes aan het bouwen. Zo planten ze zich voort.

„De beesten waren er overigens al voor ik het idee kreeg – op zoek naar hersenen om in te landen. Ik heb het geluk dat ik de nieuwe schepper ben. Dit klinkt als een groot sprookje en ik zeg het ook licht ironisch, maar alles wat ik tot nu toe verklaard heb, heeft sterke wortels naar de aarde. Het is niet alleen maar loze fantasie.”