Bij De Staat is het publiek is een draaikolk

Interview De Staat Met hun wervelende live-show is De Staat publieksfavoriet. Ze krijgen er subsidie voor.

De Staat Foto Andreas Terlaak

Met klem werd het vooraf aan dit interview aangegeven: De Staat wil het niet meer over de subsidietoekenning hebben. De subsidie van het Fonds Podiumkunsten van 236.200 euro, die vanaf 2017 over een periode van vier jaar is toegekend, is de afgelopen weken „te veel besproken geweest”. Na de bekendmaking is De Staat, vooral op de sociale media, behoorlijk aangepakt. Dat een zó succesvolle band zich laat ondersteunen was ‘bespottelijk’. Deze grote graaiers mochten zich, tot en met hun boekhouding toe, wel eens verantwoorden.

Die negatieve reacties waren door de band ingecalculeerd. Maar dat De Staat er zó tussenuit zou worden gepikt en „vrij agressief” omlaag zou worden gehaald, daarvan was de band aardig „in de war”, liet hun manager weten. Ja, het was vervelend, knikt frontman, zanger en gitarist Torre Florim, in de repetitieruimte van De Staat. De misvatting dat inkomsten van Nederlandse popmusici hoog zijn, stoorde hem danig. En het beeld van hemzelf „als posterboy van de subsidie voor popmuziek” beviel hem slecht. Maar over dit onderwerp heeft hij nu echt genoeg gezegd, geeft hij nog eens aan. De focus moet weer scherp: over enkele dagen heeft de band een belangrijk optreden: Lowlands.

In het vroegere pand van popzaal Doornroosje in Nijmegen, al enige tijd het anti-kraakclubhuis van De Staat, rollen de kisten met instrumenten en versterkers een voor een binnen. Afgelopen weekend speelde de band met redelijk succes op twee Duitse festivals. „Het is daar nu zoals het vier jaar terug hier voelde. We zijn daar nog echt aan het klimmen”, zegt drummer Tim van Delft. Nu gaan de vijf muzikanten repeteren voor de Nederlandse festivalhighlight van het seizoen. In een kring, op de grond de letter O, een grote witte cirkel geschilderd op een helblauwe ondergrond, worden de instrumenten opgesteld. Zoals vorig jaar ook De Staats vierde album O is opgenomen.

Videoclip

Het jaar van De Staat; Torre Florim hoort het vaker. Zoals in 2009, toen de band indrukwekkend debuteerde met Wait for Evolution en direct op alle grote festivals speelde. Maar de feiten spreken voor zich. De Staat trok het afgelopen jaar ongelofelijk veel aandacht naar zich toe. Een lovend ontvangen nieuwe plaat waarop het strakke rockidioom is losgelaten. Een griezelig weergaloze videoclip (Witch Doctor) met hypnotiserende elementen uit soefi-dansen en Balinese monkey-chants, die viraal ging op internet. De maand dat De Staat toerde met de internationale rockband Muse. De concertstunt – een aanzuigende draaikolk in het publiek – waarmee de band publieksfavoriet werd in het live-circuit. En dan, ja dus, die subsidie, waarbij naast het bedrag ook de toekomstplannen bekend werden gemaakt.

En, voegt Florim toe, radiozender 3FM draait hen beduidend meer. „We worden breder ontvangen. Met het tiende jaar dat De Staat ingaat, zijn we nu te snappen voor iedereen.” De lange adem van de band danken ze aan „relatief kleine ego’s”, aldus drummer Tim van Delft. „Of in elk geval zijn ze goed vermomd”, lacht Florim. „We maken krankzinnige uren met elkaar. Als een soort gekke familie zit je uren in de tourbus. Dan moet je niet te veel van elkaar willen en verwachten. En veel relativeren. Waar we nu zitten is redelijk uniek, en dat moeten we wel blijven beseffen. Dat we nu de middelen hebben om verder te kunnen, de diepte in, is bijzonder. Dat gun je veel bands.”

Op een festival optreden is een van de leukste aspecten van spelen in een band, stelt Florim. „Het publiek is gecombineerd: de helft heeft geen idee wie je bent, de andere juist wel. De eerste groep wakkert bij mij bewijsdrang aan. Ik wil ze binnenhalen. Terwijl onze bekenden voor een goede sfeer zorgen. Zij dragen ons.”

Vroeger gingen de podiumzenuwen gepaard met angst voor het onbekende. „De abstractie van het optreden, niet weten wat er komt. Of het goed overkomt”, zegt Van Delft. Het vertrouwen is nu veel groter. De Staat weet wat kan. Tot een uur voor de show bereidt ieder zich voor op zijn eigen manier. Voor frontman Florim is dat stilte: „Ik ben op de dag zelf meestal stiller dan normaal. Ik neem de show al door in mijn hoofd, ik zing goed in. Als ik ergens onzeker over ben: mijn stem. Het is een niet helemaal beheersbaar instrument.” Op het Hongaarse megafestival Sziget in 2009 verloor Florim na vier nummers zijn stem. „Moesten we erna nog 50 minuten.” Dus drinkt hij niet voor shows, praat hij liever weinig. „Het gaat om goed slapen, goed eten. Precies alle dingen waar je moeilijk op kunt letten als je in een band zit.”

Van Delft ziet een vergelijking met de voorbereiding van topsporters. Hoe de stilte intreedt in de tourbus, hoe de prestatie wordt voorbereid. „Bij Muse zagen we personal trainers. Dat is nog een brug te ver. Maar je wilt een basis die chill is.”

De eerste vier, vijf jaar, vertelt Florim, moest hij bij de aanblik van een volle festivalweide nog best slikken. „Nu kan ik er meer van genieten en meer ontspannen. En ik kan er ook een beetje mee spelen: ‘als ik nu eens dertig seconden niets doe, wat gebeurt er dan?’ Vind ik grappig.”

Ongekend hoogtepunt in de afgelopen shows was het nummer Witch Doctor. Florim komt dan van het podium en loopt ver het publiek in. In navolging van de videoclip host het publiek in een cirkelvormige maalstroom rond de frontman die zijn tekst theatraal, met grote ogen, uitspuwt. Het leverde al kolkende massa’s op op Pinkpop, Zwarte Cross en Down the Rabbit Hole, maar ook bij clubshows als Paradiso. „Het is mooi en eng tegelijk.”

Geen angst

Daar gaat denkwerk aan vooraf. Want Florim kent de risico’s. „Er zijn momenten geweest waarvan ik achteraf dacht: ‘oei’. Soms zie je mensen vallen, en gelukkig – ze helpen elkaar weer omhoog. Dat ging dan goed. Je moet er niet aan denken dat mensen elkaar fijndrukken. Als het me niet veilig lijkt, doe ik het niet. Soms zie je gasten die te high zijn. Als dat er te veel zijn, dan wordt het lomp en willen ze beuken als bij een metalconcert. Dan blijf ik op het podium. Of we maken het nummer korter.”

Angst voelde hij nooit, te midden van de mensen. Er is ontzag voor een zanger. In clubs wordt de cirkel om hem heen groot, op festivals is dat lastiger. „Ik weet dat Mojo Concerts over dit moment overleg heeft.” Het in beweging brengen van een massa is voor festivalsecurity geen droomscenario. Maar dat geldt ook voor pogoën, circle pits met vuisten of de wall of death bij metalconcerten. „Het is heel intens, al die verschillende gezichten om je heen”, ervaart hij. „Ze willen allemaal iets anders en ik wil het nummer zo vet mogelijk overbrengen. Alles op gevoel.”

De Staats concertideeën zijn gevormd naar voorbeelden van ‘reguliere’ rockhelden. Met de jaren werd de band creatiever en ambitieuzer. „Wat kunnen we nog méér zijn, ik denk er veel over na”, aldus Florim. „In het boek van David Byrne, How Music Works, herken ik veel. Van het begin: zonder opsmuk, in je gewone kleren. En hoe je gaandeweg richting choreografie gaat denken. Artiesten als St. Vincent, Tom Waits, Radiohead openen bij mij mentale deuren. Je denkt na over sfeer en overdracht, nummers krijgen een eigen karakter. Met ledschermen en visuals gaven we ze dit jaar een eigen gezicht. Dat zijn grote investeringen, maar ik hoop alle rockclichés uiteindelijk te kunnen laten varen.”

Een toekomstige samenwerking met een choreograaf sluit Florim niet uit. „Ik wil die conservatieve rockjas uit. Dit is pas het begin.”

De Staat speelt zaterdag om 17.30u op Lowlands.